Artsen mogen niet zeggen waarom het ze spijt

Verzekeraars van artsen hebben andere belangen dan patiënten. Zij willen dat een arts zijn mond houdt als hij een fout maakt.

Maar dat is achterhaald, zegt een hoogleraar. En het mag niet.

Wat zegt een arts tegen een patiënt als de behandeling niet verliep zoals die had moeten verlopen?

Als het aan Medirisk ligt, de aansprakelijkheidsverzekeraar van de meeste ziekenhuizen, zegt een arts dan: „Het is niet goed gegaan”. En niet: „Ik heb het niet goed gedaan”. Medisch specialisten mogen gerust tegen hun patiënt zeggen dat het hun spijt dat het zo is gelopen, als ze er maar niet bij vertellen dat dat komt omdat ze een fout hebben gemaakt.

Veel te ingewikkeld, zegt bijzonder hoogleraar gezondheidsrecht Johan Legemaate. Wanneer artsen niet goed weten wat ze mogen zeggen, zeggen ze liever niets. Of ze reageren krampachtig. „De patiënt heeft dat in de gaten.”

In zijn oratie aan de VU in Amsterdam vanmiddag bepleit Legemaate dat hulpverleners het wél eerlijk moeten vertellen als ze een fout hebben gemaakt. Als het aan hem ligt, informeren artsen na een incident de patiënt zo snel mogelijk over wat er is gebeurd. En later, zodra ze weten hoe dat komt – of het een fout was of niet – zeggen ze dat ook tegen die patiënt. Legemaate: „Het moet wel, zeker als diegene er later nog last van zou kunnen krijgen, bijvoorbeeld als na de operatie gaas achterblijft in het lichaam.” Zeggen artsen dat niet altijd? Leegemaate: „In sommige ziekenhuizen is de cultuur er niet naar om fouten te erkennen.”

Openheid is beter voor patiënten of nabestaanden, die willen weten wat er is gebeurd, zegt Legemaate. Het is beter voor de hulpverleners die niet op hun hoede hoeven te zijn – en ook voor de aansprakelijkheidsverzekeraar. Uit onderzoeken blijkt namelijk dat veel tucht- en rechtszaken tegen dokters worden gevoerd, omdat een patiënt zich door de arts onjuist bejegend voelt.

Verzekeraars voeren een achterhoedegevecht, zegt Legemaate, die ook jurist is bij artsenorganisatie KNMG. In de gezondheidszorg wordt het belang van openheid over fouten steeds groter. Bovendien, zegt hij, kent het verzekeringsrecht sinds 1 januari 2006 een nieuwe bepaling. Die houdt in dat artsen in bepaalde gevallen zelfs aansprakelijkheid mogen erkennen, ook als de verzekeraar dat in de polis verbiedt. In een andere wet (de WGBO, die de belangen van patiënten beschermt), staat zelfs dat artsen hun patiënten volledig móeten informeren. „In het kader van de patiëntveiligheid is volledige openheid onvermijdelijk. Voor beperkingen is dan geen ruimte meer.”

Directeur Henschen van MediRisk kent de wetteksten ook. Als je hem vraagt waarom artsen van de verzekeraar toch hun fouten niet mogen erkennen en wat er zou gebeuren als ze dat wel doen, refereert hij aan de zaak van een KNO-arts. Die opereerde een patiënte aan haar oor en beschadigde daarbij een zenuw. Voor de rechtbank erkende de KNO-arts „dat hij achteraf gezien zijn mes iets te enthousiast had gehanteerd en daarmee een zenuw had aangesneden”, zegt Henschen. Het woord ‘fout’ kwam daar zelfs niet in voor. Een getuige-deskundige verklaarde bovendien dat de arts juist had gehandeld. Toch werd de KNO-arts aansprakelijk gesteld. Zie je wel, concludeert MediRisk: als medisch specialisten fouten erkennen terwijl er niets aan de hand is, worden ze daar door de rechter op afgerekend.

Legemaate kent die zaak ook. Hij zegt dat de KNO-arts aansprakelijk is gesteld wegens zijn handelen en niet om wat hij zei. Andere van dit soort zaken zijn bij hem niet bekend, bij MediRisk ook niet. „Onze concurrent heeft er ook één keer mee te maken gehad”, zegt Henschen. Dat het zo weinig voorkomt, zegt hij, komt door die clausule. Henschen zegt dat de clausule uit de polisvoorwaarden verdwijnt, als MediRisk de garantie krijgt dat artsen die fouten erkennen, daarop juridisch niet worden afgerekend. „Vaak is sprake van ingewikkelde operaties, waar meerdere artsen bij betrokken zijn. Valt het resultaat tegen, dan is het vaak niet meteen duidelijk of en zo ja door wie er een fout is gemaakt.”

Evidente fouten – een operatie aan een linkerbeen in plaats van het rechterbeen – mag de medisch specialist wel toegeven. De clausule houdt eigenlijk in dat een arts een medische fout mag toegeven, als achteraf maar blijkt dat dit juridisch terecht was.

Als het toch nauwelijks voorkomt dat een arts een fout erkent en daarop wordt afgerekend, redeneert Legemaate, kan de arts net zo goed fouten toegeven. „Openheid en goede communicatie voorkomen juist juridisering en hoge proceskosten.”

Erkennen leidt volgens hem niet tot aansprakelijkheid. Een fout maken betekent ook lang niet altijd dat een arts daarvoor aansprakelijk is.

Een voorbeeld. Specialisten moeten een patiënt altijd vooraf inlichten over de risico’s van een ingreep. Dat nalaten is een fout, maar daarvoor zijn ze alleen aansprakelijk als de patiënt kan aantonen dat hij met die kennis vooraf de operatie niet zou hebben ondergaan. Bij een noodzakelijke ingreep krijgt een patiënt dus vaak geen schadevergoeding. En zelfs als een arts een hernia op het verkeerde niveau opereert, omdat hij wervels verkeerd telt, oordeelde de Hoge Raad dat dat nu eenmaal kan gebeuren.