Arbeidsimmigratie

Nederland en andere Europese landen zijn op de goede weg door meer immigranten toe te laten voor geschoold werk waar behoefte aan is. De Europese economie kan niet zonder schaarse specialisten. Omdat steeds minder Nederlanders exacte vakken studeren, zijn de meeste bètafaculteiten voor het voortbestaan van de opleiding afhankelijk van bijvoorbeeld Chinese en Indiase onderzoekers. Hetzelfde geldt voor technologische bedrijven. Hooggeschoolde immigranten verdringen geen anderen van de arbeidsmarkt, maar scheppen juist werk. Het nadeel is dat het land van herkomst deze krachten moet missen maar vaak gaan arbeidsimmigranten weer terug en verrijken ze hun land met de opgedane kennis.

Een deel van de immigratie moet humanitair blijven. Ook in klassieke immigratielanden als Australië en Canada. Internationale verdragen verplichten tot het toelaten van vluchtelingen en van buitenlandse gezinsleden en aanstaande huwelijkspartners. Maar in tegenstelling tot immigranten die om verdragsrechtelijke redenen komen, en die vaak moeilijk een baan krijgen, hebben hooggeschoolde arbeidsimmigranten meteen werk. Een baan is de beste integratiecursus voor een immigrant. Toen de gastarbeiders eind jaren zeventig niet meer nodig waren, werd immigratie ten onrechte gezien als een soort liefdadigheid van het ontvangende land. Nieuwkomers uit niet-westerse landen werden in genade ontvangen en het deed er niet toe wat ze aan de samenleving bijdroegen. Werk was niet belangrijk. Als gevolg kreeg de term niet-westerse allochtoon voor velen een negatieve betekenis. Gerichte immigratie van hooggeschoolden uit niet-westerse landen zal ook Nederlanders van niet-westerse afkomst van hun onterechte imago van hulpbehoevendheid afhelpen.

Helaas komen er maar weinig kenniswerkers naar Nederland, ondanks een verruimde regeling. Meer dan de helft van de arbeidsimmigranten van buiten de EU - bijna 26.000 - kwam vorig jaar voor werk in de land- en tuinbouw. Er kwamen daarentegen slechts 2.300 kennisimmigranten. Universiteiten en technologische bedrijven klagen over een onoverkomelijke bureaucratie. Dat betekent dat het toelatingsstelsel niet goed werkt. De Immigratie- en Naturalisatiedienst kan de werklast niet aan.Het inkomenscriterium van 45.000 euro bruto voor hooggeschoolde immigratie is te grof. De Britse regering heeft een verfijnder stelsel ingevoerd met puntenwaardering, waarbij ondernemerschap en academische status een rol spelen. Het kabinet doet er goed aan ook zo'n stelsel in te voeren. Het Britse voorbeeld laat zien hoeveel baat een land bij een gericht immigratiebeleid heeft. Gespecialiseerde immigratieambtenaren kunnen bedrijfstakken beter helpen.

Immigratie uit niet-EU-landen moet een zakelijker, minder sentimenteel karakter krijgen. Dat komt alle immigranten ten goede, ook zij die op humanitaire gronden een verblijfsvergunning hebben gekregen. Klassieke immigratielanden geven het voorbeeld. Werk geeft immigranten snel een volwaardige positie.

Commentaren geven het standpunt van de krant, op basis van discussies tussen hoofdredactie en commentatoren. Reageren: lezerschrijft@nrc.nl