Aai is op

Onder de gegeven omstandigheden maak ik een uitzondering voor pluimvee, maar sinds ik kinderen heb is mijn stellige overtuiging: Een Beest Hoort Buiten. Dat geldt natuurlijk in het bijzonder voor muizen, muggen en al die andere gruwelijke wezens die het nodig achten te poepen op voedsel en tere kleuterhoofdhuid. Maar ook mijn vlooiloze poes, waar ik vroeger zo’n innige band mee had, zou ik het liefst op een hele lange vakantie sturen.

Vanwege haar kleuterhaat laat ze zich overdag zo min mogelijk zien. Pas rond acht uur, als de rust is weergekeerd en ik me uitgeput op de bank stort met een doos After Eight en de afstandsbediening, komt ze mauwend te voorschijn: liefde! eten! aai! „Aai is op. Ik heb jou niks meer te bieden”, bits ik en duw haar bruusk van de bank. Ze probeert het nog een paar keer, om zich uiteindelijk – diep gekwetst – vijf meter verder op een stoel te installeren.

Sinds kort legt onze dochter van twee een hevige liefde voor konijnen aan de dag. Wat mijn man op het het onzalige idee heeft gebracht, dat wij ook zo’n beest moeten gaan kopen. Terwijl ik toch meer dan genoeg heb om schoon te houden en van wortels te voorzien.

„En wie mag de poep uit dat hok gaan scheppen?” „Jaja, dat zal wel.”

Hoe naar en cynisch klink ik mezelf in de oren. Alsof ik vergeten ben hoe graag ik zelf als klein meisje iets zachts en levends wilde hebben om voor te zorgen. Het werd – na lang zeuren – een hamster met kraaloogjes, die zwanger bleek. De zeven baby’s die ter wereld kwamen, had ze binnen no time met smaak verorberd. Zoveel natuurgeweld kon mijn meisjeshart niet aan. Wat knuffellust betreft hield ik het maar weer bij barbiepop en teddybeer.

Zoonlief jammert sinds een week om een hondje. Na enig huiselijk geweld afgesproken dat de onderhandelingen pas weer heropend worden, als iedereen hier in huis op de wc kan poepen en plassen. En z’n eigen billen kan afvegen.

Wellicht dat ik dan weer de noodzakelijke humor kan opbrengen voor de zindelijkheidstraining van zo’n Pagepuppy.