Volwaardig minister voor Europese Zaken

‘Nie wieder Krieg’ was het uitgangspunt voor de Europese samenwerking. Voor mijn generatie is dat abstract geworden. Via die achteruitkijkspiegel kan Europa niet meer worden verkocht. We moeten vooruit kijken. En dan niet naar de blauwe lucht met twaalf sterren waar eurofederalisten van dromen – die horizon is dood – maar naar de concrete kuilen en bochten pal voor ons. Daar moeten we vrijheid en veiligheid voor burgers scheppen. Het perspectief moet eerder zijn: ‘Nooit meer Srebrenica’ (1995), ‘Nooit meer Madrid’ (2004) en ‘Nooit meer Londen’ (2005). In dat licht zet ik mijn beelden van next generation vrijheid, openheid en democratie in de Unie.

Ten eerste moet de Europese vrijheid zelfbewust worden uitgedragen. Wij hoeven het vrijheidsideaal niet aan de Amerikanen te laten. Jozias van Aartsen riep vorig jaar het beeld op van Nederland als „het New York van de Europese Unie”. Zelf heb ik de ambitie van Nederland de best presterende economie van Europa te maken. Maar ambitie zonder beelden blijft kaal. Waarom halen wij het Vrijheidsbeeld niet terug?

Onder mijn leiding zal de VVD haar Europese koers niet veranderen. De vier vrijheden (van verkeer van personen, kapitaal, goederen en diensten) stonden en staan centraal. De voltooiing van de interne markt staat voorop. Maar wanneer gaan we benadrukken dat de markt een vrijheidscheppende machine is? Van keuzes en kansen, voor iederéén. Europa is bijvoorbeeld ook low-fare vliegen. Dat is een vorm van emancipatie. Mensen met een smalle beurs en studenten vliegen naar Europese steden en stranden voor een bedrag waarvoor je tien jaar geleden amper op een camping kon staan. Ook dat is vrijheid.

In openheid, ten tweede, ligt Europa’s kracht. Zeker wij Nederlanders willen weten wat buiten gebeurt en verdienen daar inventief ons geld mee. Onder mijn leiding gaat de VVD Europa niet de rug toekeren. Uitgaan van eigen kracht betekent bijvoorbeeld: vrij verkeer van werknemers. Niet bang zijn voor Poolse loodgieters als ons bedrijfsleven in Polen kan baggeren of bankieren.

Nederland moet volop meespelen in de arena van de Unie. Alleen zo kun je in Brussel en Den Haag duidelijk maken waar Europa zich niet mee bezig moet gaan houden: bijvoorbeeld met de hoogte van de hypotheekrenteaftrek. Openheid betekent niet star zijn. Europa kan nieuwe terreinen opzoeken, mits wordt voldaan aan de Bolkestein-doctrine inzake subsidiariteit: de Unie doet alleen dingen die grensoverschrijdend zijn, de vier vrijheden dichterbij brengen en schaalvoordelen opleveren. Te denken valt aan uitbreiding van het handelsbeleid met energieonderhandelingen of verdergaande bestrijding van internationaal terrorisme. Evenmin ben ik bang voor economische migratie. Om de wereldwijde slag te winnen, moet Europa niet dicht, het moet een magneet voor talent worden. Een puntensysteem voor migratie zoals Canada en Groot-Brittannië hebben, verdient bestudering.

Ten derde de democratie. Te lang was Europa een eliteproject. Zolang de EU ons welvarender en veiliger maakte, lieten burgers de details graag over aan ambtenaren en lobbyisten. Maar gelukkig zijn de bevolkingen nu wakker, zoals de Franse en Nederlandse referenda toonden. Toekomstige veranderingen in Europese verdragen kunnen niet meer zonder hen worden bedisseld. Daarom: geen nieuwe Grondwet, ten minste tot de verkiezingen voor het Europese Parlement (EP) van 2009. De Europese christen-democraten willen snel een nieuwe grondwet, diplomaten in Berlijn en Londen willen via de achterdeur alsnog een Europese president. Tegen hen zeg ik: „Which part of ‘no’ is it you didn’t understand?”

Er zijn andere manieren om Europa beter te laten werken. De voornaamste ligt bij ons thuis, althans in Den Haag. En het begint met een simpele erkenning: Europa is binnenland.

Onder mijn leiding gaat de VVD-Tweede-Kamerfractie veel nauwer samenwerken met de EP-fractie: wij vergaderen gezamenlijk en stellen medewerkers aan voor ons eigen early-warning systeem voor aankomende Europese wetten. Naast die éne Europawoordvoerder verwacht ik dat alle fractieleden weten wat de Unie op hun terrein doet. Dan zouden we dus nu 27 woordvoerders hebben. Anders dan Wouter Bos zal ik tijdens de Staat van de Unie en andere majeure Europese debatten zelf het woord voeren. We hoeven niet te wachten op een nieuw verdrag.

Dat Europa binnenland is, betekent een leidende rol van de minister-president in de coördinatie van het Europabeleid: praktisch en symbolisch van groot belang. Naast de premier komt er een volwaardige minister van Europese Zaken op het ministerie van Algemene en Europese Zaken. Zodra de VVD onder mijn leiding na de verkiezingen in 2007 formeert, zal ik daarop inzetten.

Europa voor een nieuwe generatie: de vrijheid verbeeld in een Statue of Liberty, de openheid gewaarborgd dankzij nieuwsgierigheid en ambitie, de democratie gedragen door het besef van 25 bevolkingen dat de Unie van hen is.

Mark Rutte is kandidaat-lijsttrekker van de VVD.

    • Mark Rutte