Vertederd door een vis en een bureaulamp

Animatiestudio Pixar bestaat dit jaar twintig jaar.

In die periode heeft de computeranimatie op diverse gebieden een verbluffende vooruitgang geboekt.

Opbouw van een beeld uit ‘The Incredibles’. Net als bij reguliere animatie verschijnen de figuren eerst in potlood op papier. One step in the progression of programming that goes into every frame of the film, THE INCREDIBLES. Permission is hereby granted to magazines and newspapers to reproduce this picture on condition that it is accompanied by ©WALT DISNEY PICTURES/PIXAR ANIMATION STUDIOS. ALL RIGHTS RESERVED. Distributed by Buena Vista International. FOR PRINT OUTLETS ONLY. NOT FOR INTERNET USE. Pixar; Disney

Buzz Lightyear - de flinke speelgoedastronaut uit Toy Story die maar moeilijk kan accepteren dat hij slechts een held van plastic is - en zijn opponent, de opgewonden lappenpopcowboy Woody (You're a TOY!) verbijsterden in 1995 het massaal toegestroomde bioscooppubliek. Toy Story, de eerste lange, volledig computergeanimeerde film overtrof door zijn flexibele, ‘realistische' personages alle verwachtingen en bracht wereldwijd meer dan 500 miljoen dollar op. Op het gebied van animatie was de film revolutionair: voor het eerst bewogen tekenfilmfiguren min of meer levensecht, werden ze natuurgetrouw belicht en oogden ze bovendien driedimensionaal.

Dat was tien jaar nadat tekenaar John Lasseter in 1985 de Disney-studio had verlaten om te gaan experimenteren met computeranimatie. Achter zijn bureau bedacht hij een filmpje met als hoofdpersoon het meest voor de hand liggende voorwerp binnen handbereik - een bureaulamp. Het meest verrassende aan dit korte, voor een Oscar genomineerde animatiefilmpje was dat het emotie wist op te wekken. De kijker raakt oprecht ontroerd door de lotgevallen van de kleine Luxo Junior, een iets te enthousiaste baby-bureaulamp die in de vervoering van een spelletje tot zijn grote verdriet de bal vernielt waaraan hij net zoveel plezier beleeft. Vaderlamp Luxo Senior volgt meewarig de beslommeringen van zoonlief, totdat de oplossing - in de vorm van een nog leukere bal - zich vanzelf aandient. Eind goed, al goed.

Lasseter, die bij Disney al ervaring had opgedaan met het maken van vertederende tekenfilmfiguurtjes, bewees hiermee dat computeranimatie echt kan overtuigen. De door hem opgerichte computeranimatiestudio Pixar, gevestigd in Emeryville, California, heeft in zijn logo op de plaats van de ‘i' dan ook een lampje.

Na de baby-bureaulamp werden de hoofdrollen in avondvullende Pixar-speelfilms achtereenvolgens vertolkt door speelgoed (Toy Story), insecten (A Bugs Life, 1998), nog een keer speelgoed (Toy Story 2, 1999), monsters (Monsters Inc., 2001) en vissen (Finding Nemo, 2003). Elke nieuwe Pixar-film toont grote vooruitgang op het gebied van computeranimatie. In Toy Story 2 beweegt het plastic prul al soepeler en zien ook de schaarse mensen er realistischer uit. In Monsters Inc. kreeg het goeiige monster Sulley (topscorer in de strijd om kindergegil met zijn collega-monsters) voor het eerst een waarachtige vacht, waarvan de afzonderlijke haartjes, vooral buiten in de sneeuw, net zo bewegen als die van de eigen hond of kat bij een winterse windvlaag. Maar bij de weergave van dierenvachten is nog steeds vooruitgang mogelijk. Animatiestudio Blue Sky, van Ice Age en Ice Age 2, beweert in Ice Age 2 een nog natuurgetrouwer dierenvel te hebben verwezenlijkt. Animatiestudio Dreamworks (Antz, 1998, en Sharktale, 2004) slaagt daar in het van de zomer te verschijnen Over the Hedge met de warrige grijs-witte haartjes van buidelrat Ozzie in elk geval goed in.

Blue Sky heeft zich in Ice Age 2 ook op een andere uitdaging gestort: water. Die verraderlijke vloeistof, die licht deels doorlaat en deels weerkaatst, werd door Pixar al heel verdienstelijk verbeeld in Finding Nemo. Nu probeert Blue Sky dit met smeltend ijs en snel stromend water nog eens te overtreffen. Pixar op zijn beurt is voorlopig de onbetwiste winnaar in het weergeven van haardossen. Puberdochter Violet, met krachtveldgave, uit de superhelden-familie The Incredibles, is het eerste computeranimatiefiguurtje dat geen massief, haarlakstatisch, Beatrix-achtig kapsel heeft, zoals haar lenige moeder Elastigirl. Bij Violet deint, danst en glanst het lange, gladde, gitwarte haar als in een Andrélon-reclame. Haar nukkige pubergezichtje gaat er bijna de hele film achter schuil. Pixar liet er dan ook maandenlang een heel team aan werken.

De toekomst voor computeranimatie ziet er dankzij de technologische innovaties dus zonnig uit. Maar hoe staat de traditionele tekenfilm er intussen voor? Hoewel het genre hoogstwaarschijnlijk wel zal blijven bestaan, is zelfs Disney inmiddels afgeweken van de gebaande paden. De studio ontsloeg de laatste jaren talloze tekenaars die zich de computertechniek niet tijdig eigen konden maken. Vorig jaar sloot Disney zijn laatste traditionele tekenfilmstudio in Australië. Najaar 2005 kwam het concern met een eigen computeranimatiefilm, Chicken Little. Maar dat werd een bloedeloze productie die hopeloos flopte. Ook het onoriginele jungle-avontuur The Wild, nu in de bioscoop, haalt het niet bij de geestige Pixar-producties.

Buitengewoon verstandig dus dat Disney Pixar deze zomer overneemt. Het concern zag na het vertrek van Pixar-oprichter John Lasseter in 1985 de eigen vergissing al snel in. De afgelopen twaalf jaar was Disney daarom al distributeur en medefinancierder van Pixar-films, waarbij de opbrengst werd gedeeld. Met de overname nu, verwerft Disney ook het recht om Pixar-personages te gebruiken voor merchandising, speelgoed, computergames en themaparken.

Toch kan ook Pixar in creatief opzicht profiteren van de deal. Sinds het babylampje en de aandoenlijk kirrende peuter Boo uit Monsters Inc. zijn de door Pixar gecreëerde wezentjes niet echt vertederend meer geweest. Origineel: zeker. Geestig: absoluut. Maar schattig? Hartverwarmend? Nee. En het is maar de vraag of Pixar er bij zijn nieuwste film, Cars, in slaagt om met pratende auto's affectie op te wekken. Disney daarentegen heeft nog altijd het patent op koddige, cute figuurtjes - denk aan Tarzan als baby of de kleine Simba in The Lion King. Als Pixar niet besmet raakt met Disney's mierzoete moralisme, maar wel profiteert van het talent tot vertederen, kan er een veelbelovende kruisbestuiving plaatsvinden tussen de twee animatiereuzen. Met als resultaat een aanstekelijke mix van high tech-humor en traditionele vertedering.