Straatjochie wordt rolmodel

De Nederlandse Marokkaan Mbark Boussoufa (21) is on-bekend in Nederland.

Hij werd in België door zijn collega's gekozen tot profvoetballer van het jaar.

Mbark Boussoufa (rechts) van AA Gent in actie tegen Charleroi. Foto Photo News GENT 15/04/2006, SPORT / FOOTBALL / VOETBAL / KAA GENT GAND - ROYAL CHARLEROI SPORTING CLUB RCSC / MAHAMOUDOU KERE - MBARK BOUSSOUFA / PICTURE BY VINCENT KALUT © PHOTO NEWS PHOTONEWS / RBP PRESS

Zijn ogen twinkelen als vanouds als zijn moment van glorie ter sprake komt. Als dertienjarige jongen betrad Mbark Boussoufa de Arena. Hij was rustig, zegt hij nu. Het talent, met die grote bruine ogen, had die ochtend nog geoefend op ‘balletje hooghouden'. Zeshonderd haalde hij, maar in een goed gevulde Arena is alles anders. Het is jarenlang een fraai tafereel bij Ajax: als de voetballers van het eerste hun warming-up doen, doet een telg uit de bewierookte jeugdopleiding een poging de bal zo veel mogelijk hoog te houden.

Mbark krijgt het publiek op de banken. Wanneer de teller op negenhonderd staat, legt hij de bal dood op z'n voet en spreidt z'n armen als vertoning van macht. Dan laat hij de bal bewust op de grond vallen. Zijn gracieuze demonstratie oogst applaus, met zijn opmerking na afloop krijgt hij de lachers op zijn hand: ‘Tja, de wedstrijd moet beginnen, hè’, verklaart hij zijn gestaakte poging.

Boussoufa kan er nu nog steeds om lachen. ‘Ik moest nog rennen, want de scheidsrechter en de spelers stonden al klaar voor de wedstrijd’, zegt hij in de voorjaarszon van Gent. Het zou zijn enige glorierijke moment zijn in de Arena. Doorbreken zou hij er nooit. Dat doet vooral zijn vader pijn: ‘Ajax heeft hem gewoon laten vallen. Hij heeft er vijf jaar gespeeld, maar er werd geen afscheid geregeld. Zelfs een blikje cola kon er niet van af.’

Danny Blind, destijds trainer van de A2, ziet het niet meer zitten in de dan 17-jarige Marokkaan. Zijn schoolrapport is slecht en zijn praatjes op de training passen niet in het strikte regime van Ajax. ‘Smoesjes’, noemt Boussoufa het. ‘Mijn rapport was niet goed, nee, maar ik ben wél overgegaan. Ze zeiden dat ik niet goed in de groep paste.’

Het predikaat ‘moeilijke jongen' is iets wat ze bij het Belgische AA Gent niet begrijpen. Daar kan hij geen kwaad doen, mede geholpen door zijn prestaties op het veld. Dat is ook de Marokkaanse bondscoach Mohamed Fakhir opgevallen. Hij nam Boussoufa op in zijn selectie voor de oefeninterland tegen de VS.

Zondagavond werd Boussoufa in België gekozen tot profvoetballer van het jaar. Hij kreeg 672 punten van zijn collega-voetballers. Daarmee bleef hij de Anderlecht-spelers Christian Wilhelmsson (282) en Pär Zetterberg (110) ruimschoots voor.

Georges Leekens, trainer van AA Gent, kan zich niet vinden in de negatieve berichten rond de persoonlijkheid van zijn nummer negen. ‘Het is een schitterend ventje. Hij is sociaal, genegen, dankbaar en doet veel voor onze jeugd’, zegt de voormalig bondscoach van België.

Volgens de trouwe volgers van Gent is de verstandhouding tussen Leekens en Boussoufa zeer goed. Dat blijkt als de twee na de laatste training voor de competitiewedstrijd van afgelopen vrijdag tegen Standard (2-0 winst) nog minutenlang met elkaar in gesprek zijn. Leekens, ferm: ‘Ik zal u zeggen: ik heb drie dochters, maar Mbark is mijn kleine zoon. Ik probeer een strenge vader te zijn, maar wél eentje die begrip heeft voor zijn situatie. Als hij naar Amsterdam wil, even terug naar zijn familie, dan moet ik dat niet tegen willen houden. Alleen als iemand zich buiten het veld goed voelt, kan hij erop presteren.’

Materiaalman Gilbert Labio denkt dat Boussoufa zijn trainer als vaderfiguur ziet, iemand die het beste met hem voorheeft en iemand die hij kan gebruiken als kompas voor het leven. ‘Die twee kunnen het zó goed met elkaar vinden’, knikt hij naar het tweetal op het trainingsveld. In de kranten wordt al druk gespeculeerd over een eventueel vertrek van Boussoufa. Labio denkt er het zijne van. ‘Hij luistert goed naar Georges. Het zou best kunnen dat hij nog een jaar hier speelt’, vermoedt hij. Wat maakt hem dan zo bijzonder? Labio: ‘Hij is technisch. Man, ik heb zoiets in jaren niet gezien. En ik zal u wat vertellen. Ook buiten het veld is hij technisch. Als de televisie kapot is of we hebben problemen met het binnenhalen van de email, dan helpt hij een handje en is het weer gerepareerd.’

Leekens ziet in dat een afscheid op den duur onvermijdelijk is. Maar hij denkt ook dat zijn karakter en voetbalfilosofie goed passen bij de familie Boussoufa. ‘Bij het eerste gesprek heb ik helemaal niet over voetbal gesproken. Het ging over zijn geloof, zijn familie en zijn leven. Ik denk dat vooral zijn vader dat belangrijk vond. Qua karakter klikte het meteen. Voetbal is geen werk, voetbal is plezier.’

Simon Tahamata, destijds stagiair bij Ajax B1, kan Boussoufa nog scherp voor de geest halen. ‘Een klein mager ventje. Hij liet zich niets wijsmaken, dat zag je aan zijn kop. Hij wist wat-ie wilde. Het is een echte straatvoetballer, maar wel één die zijn techniek functioneel gebruikt en niet een kunstje doet om het kunstje.’ Als Tahamata de 21-jarige Boussoufa ziet spelen, denkt hij terug aan zijn eigen carrière. ‘Ze spelen allemaal in dienst van hem. Hij kan gaan en staan waar hij wil. Dat is nodig om uit te blinken. Dat was vroeger ook bij mij. Ik had anderen nodig om te kunnen presteren.’ Gent-speler Anyanwu Blessing bestrijdt dat het team zich voor hem opoffert. ‘Hij is zeker belangrijk, maar hij heeft ook zeventien assists gegeven dit seizoen. Ik weet dan niet wie zich voor wie opoffert.’

Van de generatie Boussoufa zijn Wesley Sneijder, Hedwiges Maduro en Nigel de Jong doorgebroken in het eerste van Ajax. Maduro, teamgenoot van Boussoufa in Ajax A2, herinnert zich hem als een vrolijke en onvoorspelbare jongen: ‘Je wist nooit wat hij ging doen. Het verbaast me niets dat hij het nu zo goed doet. Het is een slimme jongen.’

Maduro heeft louter positieve herinnering aan die tijd. ‘Ik weet nog dat we op de training altijd probeerden de sfeer na te bootsen van het eerste. Hard inspelen, combinaties en mooi scoren, dat werk.’ Ook bij de Oranje-international kwam het nieuws erg onverwacht: Boussoufa naar Chelsea. Zijn vader: ‘Ik vond het zielig voor die jongen. Hij was pas zeventien, kon nog niet koken en woonde alleen. Hij voelde zich ongelukkig.’

Boussoufa denkt daar anders over. ‘Ik heb daar veel geleerd, vooral van Winston Bogarde. ‘Voetbal is een keiharde wereld waarin je voor jezelf moet opkomen', zei hij altijd. En hij heeft gelijk, het ís een harde wereld.’ Toen de Rus Roman Abramovitsj de club kocht, mocht hij uitzien naar een andere club. Het werd AA Gent. Of, zoals supporters de club noemen, De Buffalo's.

De kleine Boussoufa (1.67 m, 59 kilo) groeide op in de Indische Buurt in Amsterdam, waar hij met zijn vader, moeder, twee zussen, zusje, broertje en halfbroer woonde. Als jochie is hij veelvuldig op straat te vinden, meestal met een bal bij speeltuin Batavia. Zijn vader moet hem altijd zoeken als de avond is gevallen. ‘Die jongen was altijd op straat’, blikt hij terug. Veel van die voormalige straatvoetballers zijn goed terechtgekomen, zoals Dwight Tiendalli (FC Utrecht), Nigel de Jong (Hamburger SV) en Quincy Owusu-Abeyie (Spartak Moskou). Met anderen is het slechter afgelopen. Drie jaar geleden is er bijvoorbeeld nog een oud-klasgenoot van Boussoufa doodgeschoten.

Boussoufa heeft, geholpen door zijn familie, altijd het juiste pad bewandeld. Hij moest en zou slagen in het profvoetbal. ‘Weet je wat vroeger indruk maakte? Clarence Seedorf die naar ons pleintje kwam. Ik stond weken te popelen hem te zien, was een beetje zenuwachtig. Daarom doe ik hier veel voor de jeugd. Ik weet hoe het voelt om zo iemand in het echt te zien.’