Roemenen op de tast naar kassa Brussel

Kandidaattoetreders Roemenië en Bulgarije maken kennis met de regelgeving binnen de EU. „Hoe halen we de Brusselse centen binnen?”

BOEKAREST, 9 MEI. - Sommige slachthuizen in de Roemeense provincie hebben hun deuren al gesloten. Ze hadden geen geld om te investeren in de modernisering van hun productie. Want daar dringt de Europese Unie op aan. Bedrijven en instellingen in EU-toetreder Roemenië moeten voldoen aan tal van eisen uit Brussel. Zoals op het gebied van hygiëne, zo ondervinden veel slachthuizen. Wie financiële hulp nodig heeft kan terecht bij de beheerders van de Europese fondsen, de zogeheten pre-accessiefondsen. Maar voor velen ligt de drempel te hoog. „Bij wie moet ik terecht?” „De procedures zijn te ingewikkeld”, klagen veel Roemenen.

Wie de moeite wel neemt rekent zich rijk. Een melkproducent in het oosten van Roemenië ontving 250.000 euro subsidie uit Brussel, waarmee hij zijn bedrijf ‘EU-proof’ heeft gemaakt.

Als de Europese Commissie het wil – maar zeker weten doen we dat wellicht pas in de herfst – treedt Roemenië, tegelijk met Bulgarije, in januari 2007 toe tot de Europese Unie. Roemenië (22 miljoen inwoners) wordt dan de zevende grootste EU-lidstaat. Naar verhouding ligt er ook veel geld in Brussel voor de Roemenen klaar. De pre-accessiefondsen zoals Phare, ISPA en Sapard (gericht op verbetering van infrastructuur en versterken van het juridische en sociale beleid) blijven na toetreding nog een paar jaar van kracht. En tegelijk gaan ook de structuurfondsen open. Voor Roemenië is na toetreding binnen de Europese meerjarenbegroting (2007-2013) een flink bedrag gereserveerd. „Naar schatting 30 miljard euro”, zegt Codru Vrabie, consultant in de Roemeense hoofdstad Boekarest. „De vraag is alleen: hoe halen we die Brusselse buit binnen? Slechts weinigen kennen de regels van het spel. Miljarden euro's dreigen we zo mis te lopen.”

In EU-vakjargon heeft Roemenië een probleem met zijn ‘absorptiecapaciteit’. Er vallen aan de Brusselse vergadertafels wel meer lelijke vaktermen, waarvan ‘absorptiecapaciteit’ ook nog eens een dubbele lading heeft. In het kamp van de critici van verdere EU-uitbreiding wordt absorptiecapaciteit in stelling gebracht om aan te geven dat Europa niet nog meer nieuwe lidstaten aan kan.

Maar in de toetredende landen Roemenië en Bulgarije is absorptiecapaciteit juist een toverwoord: hoe groter je capaciteit, hoe hoger je overlevingskans. „In die zin ziet het er voor Roemenië slecht uit”, zegt consultant Codru Vrabie van het in Boekarest gevestigde Institutul Român de Training (IRT). Eind vorige maand startte Vrabie een cursus om bedrijven en lokale overheden de weg te wijzen naar de verschillende geldkranen in Brussel. Het gaat om het volgen van de correcte procedures bij projectaanvragen. Vrabie: „De EU-gelden voor verbetering van de infrastructuur, telecom en waterwerken zijn vooral van belang. Maar er is ook geld beschikbaar voor de reorganisatie van de arbeidsmarkt. Dat is hard nodig. Duizenden Roemeense staalarbeiders en mijnwerkers moeten worden omgeschoold tot wegenbouwers.”

Vrabie stak zijn licht op bij collega-adviseurs in Hongarije en Polen, die al in 2004 toetraden tot de EU. Vrabie: „Daar heeft men ervaring met dezelfde problematiek rond absorptiecapaciteit. Van hun fouten, ook als het gaat om te gulzig en slordig zijn, kunnen wij leren.”

In Polen is nog altijd sprake van een desastreuze ondercapaciteit. Veel subsidiegeld bestemd voor boeren komt twee jaar na Polens toetreding nog altijd niet op de goede plek terecht. Vrabie: „Roemenië kan het zich niet veroorloven om dat geld mis te lopen. Want wat er ongebruikt blijft liggen in Brussel, wordt door de EU elders besteed, in plaats van in de opbouw van ons land.”

Een rapport van het Europese Instituut in Roemenië stelde onlangs dat er binnen de centrale en lokale overheden „een groot gebrek is aan specialisten die de Europese regelgeving kennen”.

Met dezelfde problemen kampt Bulgarije, zegt Antoinette Primatarova, voormalig ambassadeur voor Bulgarije bij de EU. Bulgarije kan na toetreding rekenen op naar schatting 11 miljard euro uit Brussel. Primatarova, thans werkzaam voor een invloedrijke denktank in de Bulgaarse hoofdstad Sofia: „Het zijn vaak de mensen die hun talen spreken die goed geïnformeerd zijn over de EU, en daarmee dus een voorsprong hebben.” Brancheorganisaties binnen de Bulgaarse zuivel- en vleesverwerkende industrie doen wel veel aan het verzamelen en verspreiden van informatie, zegt Primatarova. „Maar uiteindelijk komt het er toch op neer dat je zelf de moeite moet nemen om je in Europa te verdiepen. En dan schrikken de meesten bij een ingewikkelde term als absorptiecapaciteit al snel terug.”

Codru Vrabie uit Boekarest startte naast de cursus ‘project indienen in Europa’ tegelijkertijd een cursus onderzoeksjournalistiek. „We moeten Roemeense journalisten in dezelfde materie wegwijs maken, zodat ze mogelijk misbruik van EU-gelden kunnen controleren. Het gaat in totaal om 30 miljard euro belastinggeld van Europeanen! Vind je het gek dat corruptie in Roemenië de EU zorgen baart?”

    • Tijn Sadée