Rijke gepensioneerden kunnen bijdragen aan AOW

De kritiek van Marcel van Dam op het plan van PvdA-leider Wouter Bos om rijke gepensioneerden te laten meebetalen aan de AOW levert veel reacties op. Van Dams protest vindt daarin weinig weerklank.

Solidariteit tussen generaties eist ingrepen

Marcel van Dam gaat voorbij aan twee elementaire zaken. Ten eerste heeft hij kennelijk geen vertrouwen in het beoogde doel van Wouter Bos om rijkere gepensioneerden te laten meebetalen aan de AOW. Belangrijker is dat Van Dam vergeet hoe moeilijk jongeren het ermee hebben dat zij de rekening betalen voor de veel te lage pensioenpremies van de afgelopen vijftien jaar. Wil men draagvlak voor solidariteit tussen de generaties behouden, dan kan men de rijkere ouderen niet blijven ontzien.

Herko Ubbink

Deventer

Bejaarden krijgen allerhande kortingen

Rijke gepensioneerden profiteren van heel wat voordelen.

Zo is er het lage tarief in de eerste schijf en hebben ze veelal in de goedkope tijd een huis kunnen kopen, dat een aardig appeltje voor de dorst is geworden. Als bejaarde krijg je korting op openbaar vervoer, vaak ook in theaters, musea et cetera. Ook kun je voor een luttel bedrag gebruikmaken van Deeltaxi en Thalys. En geen enkele bejaarde hoeft zijn rollater, scootmobiel en wat dies meer zij zelf te betalen.

Ik vind het idee van Bos om rijke gepensioneerden een bijdrage te laten leveren aan de instandhouding van de AOW alleszins billijk. Bij de berekening van die bijdrage mag gerust, volgens het solidariteitsprincipe dat Marcel van Dam en Bram Peper ooit hoog in hun vaandel hadden, een flinke progressie worden gehanteerd, te beginnen bij een nultarief voor degenen die alleen maar AOW hebben, zoals kennelijk de bedoeling van Wouter Bos is.

Dr. Lambert J. Giebels

Breda

Let bij debat over AOW ook op de franchise

De pensioenaanspraken van de meeste ouderen zijn gebaseerdop het jaarinkomen verminderd met een franchise. Deze franchise werd tot voor kort vastgesteld op tweemaal de AOW-uitkering voor een gehuwde. Indien de pensioenregeling een indexatieverplichting kende, mocht de volledige ongekorte AOW-uitkering als franchise worden gehanteerd, zo niet dan moest de AOW eerst worden verminderd met een zogeheten ‘structureel deel’.

Deze franchise bedroeg bij een 70 procent-pensioenregeling 100/70 x 2 x AOW-uitkering voor een gehuwde. Met andere woorden, indien beide partners een dienstbetrekking hadden met een aanvullende pensioenregeling, werd voor beiden toch de volledige AOW-uitkering (en niet huneigen deel) in mindering gebracht op het jaarsalaris en over deze uitkomst werd het pensioen berekend. De achtergrond van deze gedachte was, dat de man de volledige AOW-uitkering ontving voor de beide partners en de partner niet werkte. Dit uitgangspunt is verlaten als strijdig met de gelijke behandeling tussen partners.

Zijn beide partners even oud, dan ontstaat voor de AOW-uitkering geen probleem, zij het dat voor beiden een veel te hoge franchise is toegepast en het verschil financieel voor de huidige of aanstaande AOW-trekkers niet meer valt te corrigeren.

Bij een gemiddeld leeftijdsverschil tussen man en vrouw van drie jaar, krijgt de gepensioneerde drie jaar de enkelvoudige gehuwde AOW-uitkering (overgangsregels daargelaten). Is het leeftijdsverschil nog groter, dan ishet verlies aanzienlijk.

Hugo Vermaat

Gouderak