Retro

Toen vorig jaar november het rittenschema van de Ronde van Italië 2006 werd gepresenteerd, leek het alsof er een bom ontplofte in wielerland. Wat bezielt die organisator? Wil die ons dood hebben? Het parcours was/is gelardeerd met 31 beklimmingen. Van de slotweek door de Dolomieten trok zelfs de meest gevederde klimmer wit weg. Ik ben even in mijn archief gedoken om het allemaal weer heet van de naald te beleven. „Tijdens de voorstelling van de Tour beschuldigen ze ons van dopinggebruik, maar dan maken ze in de Giro zo’n onmenselijke slotweek”, klaagt Patrick Lefevere, manager van Quickstep, maar nu sprekend als voorzitter van de vereniging voor profploegen.

Eigenlijk suggereert Lefevere dat de organisator van de Giro, en alle andere organisatoren die een ferm parcours uittekenen, in aanleg onschuldige schepselen aanzetten tot dopinggebruik.

Joost de Maeseneer, dokter van de CSC-ploeg, maakt het nog bonter. „Enkel sterke renners overleven dit. Zij zullen geen doping nodig hebben. Maar het gevaar schuilt bij renners van tweede en derde garnituur.”

Wat schuilt er achter deze onbeholpen formuleringen? Als je het mij vraagt is het alleen de angst voor de beruchte dopingrazzia’s van de Italiaanse politie. Renners van de eerste, tweede en derde garnituur belandden in het verleden voor de onderzoeksrechter. Volgens de norm van Lefevere en De Maeseneer zou nog dit in de menselijke periode van de Giro zijn gebeurd.

Er zijn ook redelijker geluiden. Walter Godefroot, ex-ploegleider en ex-manager van T-Mobile, kan geen onmenselijkheden ontwaren. Ik zie ze ook niet, ik heb erger meegemaakt. Godefroot plaatst graag een vraagteken bij de slotklim van de zeventiende etappe op Plan de Corones. „Organisatoren moeten hindernissen die niet meer van deze tijd zijn uit het parcours laten. Zo’n beklimming van een grindweg, dat deden de renners vroeger ook, maar moeten we dan ook het versnellingsapparaat afschaffen?” Ik bespeur een afkeer voor retro.

De lieve Vlaamse ziel Christophe Brandt – twee jaar geleden nog veertiende in de Giro – deelt die afkeer. „Ze kunnen ons misschien in tenten laten slapen en ons opzadelen met een reserveband op onze rug.” Versnellingsapparaten kunnen wat mij betreft op de fiets blijven en de reserveband op de rug hoeft ook niet terug te keren. Maar een geitenpad heeft nog altijd betekenis in het moderne wielrennen. Aan wat anders dan een prehistorische ondergrond heeft een juweel als Parijs-Roubaix zijn aantrekkingskracht te danken?

In november 2004 was de etappe over de onverharde Colle delle Finestre het mikpunt van retrospot. Gilberto Simoni dreigde met een mountainbike te gaan fietsen. In mei 2005 zat hij natuurlijk gewoon op een racefiets van nog geen zeven kilo. Ik herinner me hoe hij het veld uiteen reet in de stofwolken. In zijn wiel zat Di Luca in een eigentijdse witte koersbroek te sterven. Die witte koersbroek was de enige dissonant in het mythische decor.

Maar daar hoorde je niemand over.

    • Peter Winnen