‘Opdeling van Unilever niet aan de orde’

Directie en commissarissen van Unilever hebben geen signalen ontvangen van ontevreden aandeelhouders die aandringen op splitsing van het voedings- en wasmiddelenconcern.

Dat zei bestuursvoorzitter Patrick Cescau gisteren bij de aandeelhoudersvergadering in Rotterdam.

In het Britse dagblad The Observer hadden enkele aandeelhouders zondag kritiek geuit op de waarde van het Nederlands-Britse bedrijf, en hadden aangekondigd om „in de komende weken” druk te zullen uitoefenen „op het management” om „veranderingen door te voeren”. Vandaag is er opnieuw een aandeelhoudersvergadering van Unilever, maar dan van de Britse moederonderneming in Londen.

Cescau wilde gisteren niet direct ingaan op vragen over splitsingsplannen, maar zei wel dat de lage waardering van het concern, in vergelijking tot branchegenoten, niets te maken heeft met de uiteenlopende producten die Unilever verkoopt – van zeep tot ijs, van pindakaas tot waspoeder. „De lage waardering gaat niet over voeding en persoonlijke verzorging, maar om onze prestaties, over de kloof tussen 3 procent en 5 procent omzetgroei. Het is aan mij om die kloof te dichten.” Cescau uitte zich ontevreden over de resultaten van vorig jaar, „omdat we achterliggen bij onze concurrenten”.

Kritiek was er gisteren onder de aandeelhouders wel op het handhaven van de duale structuur van Unilever, met twee hoofdkantoren, in Londen en in Rotterdam, en twee beursnoteringen. Dat was al in december vorig jaar besloten. Maar de directie had dat besluit volgens sommige aandeelhouders niet goed kunnen uitleggen.

De Nederlandse topman Antony Burgmans, die vorig jaar zijn uitvoerende taken als voorzitter verloor, zei wel dat de duale structuur „van tijd tot tijd” tegen het licht zal worden gehouden.