Oost-Suriname rampgebied na wateroverlast

De Surinaamse president Ronald Venetiaan heeft gisteren de ondergelopen delen van het Boven-Suriname- en Marowijne-gebied tot rampgebied uitgeroepen.

Volgens de Surinaamse krant De Ware Tijd kampen ruim 175 dorpen in het binnenland van Zuidoost-Suriname met ernstige wateroverlast. Zeker 25.000 mensen zijn direct of indirect getroffen door het ongekend hoge waterpeil van de Marowijne, Suriname, Gran Rio, Rio Pikin en Tapanahony.

De meteorologische dienst verwachtte gisteren dat de slagregens nog ten minste drie etmalen zouden aanhouden. De autoriteiten houden er daarom rekening mee dat de wateroverlast zich uitbreidt naar Noordoost- Suriname.

Het Nationaal Coördinatie Centrum Rampenbestrijding (NCCR) heeft de leiding gekregen over de hulpoperatie Fala Watra (Eb). Op de vliegvelden van Djumu en Godo Olo zal het opvangplaatsen inrichten voor de duizenden ontheemden. Het leger is ingezet om de evacués van voedsel, kleding en dekens te voorzien.

De zwaarst getroffen dorpen zijn Botopasi, Pikin Slee en Asindonhopo. In dit laatste dorp resideert granman Belfon Aboikoni van de Saramaccaners. Gisteren trachtte hij met plengoffers de rivieren gunstig te stemmen. Het stamhoofd riep de nationale regering en Nederland op tijdig met hulp te komen, „omdat de noodsituatie anders levens zal eisen”.

Minister van Ontwikkelingssamenwerking Van Ardenne zei gisteren dat Nederland „als vriend van Suriname” klaar staat om hulp te bieden. Mensen in Nood/Cordaid stelde 75.000 euro beschikbaar voor acute noodhulp. Ook vanuit de Surinaamse gemeenschap in Nederland komen hulpinitiatieven op gang, waaronder een benefietwedstrijd, zondag, van de voetballende Suriprofs.

Het Algemeen Nederlandse Persbureau (ANP) meldde gisteren op basis van een „zeer betrouwbare bron in Paramaribo” dat drie peuters zijn verdronken in de Marowijne. Een woordvoerder van het NCCR zegt vandaag in De Ware Tijd echter dat het nog geen enkele officiële melding van doden of vermisten binnen heeft. Op 3 mei is een meisje verdronken maar dat was, aldus het NCCR, niet als gevolg van de overstromingen.