‘Nederland heeft maar twee spelers van niveau’

De Duitser Hans Meyer (63) was van 1996 tot 1999 coach van FC Twente. Hij voorziet dat zijn vaderland bij het WK voetbal meer kans maakt dan Nederland. „Duitsers zijn leergieriger.”

Hans Meyer (Foto 1. FC Nürnberg) Hans Meyer, trainer 1. FC Nürnberg FOTO: 1. FC Nürnberg FC Nürnberg

Guus van Holland

Hans Meyer zou een crisismanager genoemd kunnen worden. Zodra een voetbalclub in de problemen (degradatienood bijvoorbeeld) raakt, wordt de Duitser geraadpleegd, stelt hij orde op zaken en stapt hij weer op. Zo deed hij dat dit seizoen in de Bundesliga bij FC Nürnberg, daarvoor bij Hertha BSC en bij Borussia Mönchengladbach, en eerder in Nederland bij FC Twente. Niet zelden maakt hij zich uit de voeten, wanneer hij merkt dat het ‘Meyer-effect’ is uitgewerkt.

Meyer, geboren en getogen in de voormalige DDR, beschouwt zich als een analyticus. Zo probeert hij graag het verschil in mentaliteit van mensen te doorgronden. „Nederlanders zijn lichtvoetiger en gemakzuchtiger dan Duitsers heb ik bij Twente gemerkt. Ze staan meer open voor elkaar, maar gaan daarnaast altijd hun eigen gang. Eigenwijs, te veel overtuigd van zichzelf, zeg maar. Duitsers hebben meer discipline, zijn leergieriger”, meent de huidige trainer van FC Nürnberg.

Nu het WK in Duitsland nadert, ligt een vraag over kansenberekeningen voor de hand. „De Duitse Mannschaft mag dan tot nu toe een zwakke indruk hebben achtergelaten, wanneer straks het toernooi begint, telt vooral het thuisvoordeel. Bij elk toernooi, Europees of wereldkampioenschap speelt het thuisland beter dan verwacht. Nederland mag dan straks op de steun van veel supporters kunnen rekenen, het elftal is niet zo goed als in voorgaande jaren. Maar Marco van Basten acht ik realistisch genoeg om dat te beseffen. Hij gaat van nul uit bij dit toernooi. Dan kan hij alleen maar winnen.”

Van rivaliteit tussen de Duitsers en Nederlanders heeft hij in de aanloop naar het WK in Duitsland niets gemerkt. „Niemand in Duitsland is met Oranje bezig. Waarom ook? Het is voor de Duitsers gewoon een van de landen die meedoet en niet eens de favoriet. Duitsers hebben genoeg met zichzelf te stellen. Alles in Duitsland ademt nu Weltmeisterschaft. De opwinding in de media over Teamchef Klinsmann, de rivaliteit tussen de doelmannen Kahn en Lehmann, de zakelijke en commerciële kanten, politici die menen zich te moeten bemoeien met voetbal. De verwachtingen zijn hoog: Duitsland staat in de schijnwerpers, zeker niet alleen door het voetbal wat de Duitsers zullen spelen.”

Meyer merkt dat in Duitsland iedereen bezig is met het WK. „Ik heb altijd gedacht dat voetbal de belangrijkste bijzaak is, maar nu is voetbal hoofdzaak geworden. Dat beangstigt me. Ik ben voetballiefhebber, maar de overdreven media-aandacht, de commercie en de bemoeienis van mensen die niets met voetbal hebben, gaat me te ver. Zijn er dan geen andere dingen in het leven waar mensen – dus ook politici – zich druk over kunnen maken?”

Hij verwijst naar zijn jonge jaren in de DDR. „Toen ik daar voetballer was en later trainer, was sport weliswaar een uithangbord voor de socialistische natie, maar voetbal niet, dat telde niet mee. Het was niet van het hoogste belang, zoals atletiek, zwemmen, boksen en andere, vooral individuele sporten. Van kunstmatig gestuurde en opgelegde prestaties had ik geen last. Na de Wende werd het anders. Ik merkte dat voetbal belangrijk was in het Westen. Niet omdat voetbal zo’n bijzondere sport is, maar omdat de media er zoveel aandacht aan besteden. Waardoor weer de commercie en andere vormen van kapitalisme invloed gaan uitoefenen.”

Meyer noemt de invloed van commercie als een van de oorzaken dat het niveau van het voetbal in Duitsland van minder niveau wordt. „Clubs willen meteen succes en kopen daarom dure spelers. Tijd en ruimte voor jeugdopleidingen is er te weinig. Pas als het geld op is, gaat men zoeken naar jeugd en probeert men die te vormen. In Nederland is geen geld voor voetbal, omdat het land te klein is en de clubs en de competiie te weinig uitstraling naar buiten hebben. Daarom worden uit noodzaak jeugdopleidingen serieus genomen. Geld voor goede, buitenlandse spelers is er namelijk niet.”

Niet alleen in Duitsland wordt het individuele niveau van voetballers minder, meent Meyer. „In Duitsland wordt geklaagd dat er nauwelijks nog sterren zijn, spelers met individuele klasse, zoals Ballack. Maar dat is in Nederland ook zo. Hooguit twee Nederlanders zijn individueel van een beetje internationaal niveau. Van Basten kan wel twee elftallen van hetzelfde niveau opstellen, allemaal Europese middelmaat. Wat dat betreft is er weinig verschil tussen Duitsland en Nederland. Eigenlijk zie ik vanwege het Heimvorteil daarom meer kansen voor unsere Mannschaft. En dan spreek ik nog niet over andere Duitse deugden.”

Deugden? „Ja, Kampfgeist bijvoorbeeld. Die is er altijd op toernooien. Daarom kwam Duitsland in 2002 ook in de WK-finale. Duitsers kunnen onder druk presteren. Wanneer het erop aankomt, begrijpen wij dat we het samen moeten doen. Dat is wat Nederlanders minder hebben. Een Nederlander wil zich vaak onderscheiden van een ander, zoals een medespeler. Egoïsme. Nederlanders zijn individueler ingesteld, vooral uit op persoonlijk gewin. Ik wens Marco van Basten daar veel succes mee. Hem wacht een zware taak.”

Dit is het tweede deel van een serie over de rivaliteit tussen Nederlanders en Duitsers, naar aanleiding van het WK voetbal.