Mabel en de privacy

Prinses Mabel heeft op 5 mei in haarVan Randwijklezing een hartstochtelijk pleidooi gehouden voor de verdediging van de open samenleving. Zij signaleerde een afnemend geloof in de vrijheid, zich uitend in een toenemende angst, onzekerheid, vrees voor veranderingen en intolerantie. „Vreemdelingen lijken niet meer welkom.”

Als Europees directeur van het door de filantroop George Soros opgerichte Open Society Institute, toonde zij zich vooral geïnspireerd door Karl Poppers The Open Society and Its Enemies waarnaar dit instituut is genoemd. De open samenleving wordt onder andere gekenmerkt door de erkenning dat niemand een monopolie op de waarheid heeft, en geen enkele groep zijn visie aan de rest van de samenleving mag opleggen, betoogde de prinses. De open samenleving kan dan ook niet blijven bestaan zonder een vrije, op waarheid gerichte pers.

Mabel bleek zich grote zorgen te maken over de rol van de media. Met een beroep op de Amerikaanse schrijver William Faulkner, die zich een halve eeuw geleden vergeefs had verzet tegen publicaties over zijn persoonlijke leven, vroeg zij zich af: „Wat is nog democratie als de vox populi niet de waarheid maar sensatie wil horen? Wat is vrijheid als de individuele vrijheid niet meer kan bestaan? Als je waardigheid geschonden wordt, omdat privacy, de intieme details van je bestaan, niet meer beschermd zijn – en als koopwaar, al dan niet opgesmukt met de nodige leugens, worden aangeboden? Wat gebeurt er met een democratie als de persvrijheid – zonder welke geen democratie kan bestaan – wordt misbruikt om zich te verrijken ten koste van het privé-bestaan van mensen? Wat is persvrijheid als die wordt gebruikt voor een middeleeuws aandoende heksenjacht?”

Hoe sterk ik de lezing van de prinses verder ook vind, bij deze retoriek denk ik: hallo, dit is een oratio pro domo. Mabel doelde natuurlijk indirect op haar eigen ervaringen met de pers. Op de aankondiging van haar huwelijk met prins Friso volgden publicaties over haar vroegere vriendschap met een geliquideerde drugshandelaar. Het leidde ertoe datpremier Balkenende het verloofde paar publiekelijk en grof voor leugenaars zette en dat het verzoek om parlementaire goedkeuring van het huwelijk werd ingetrokken.

Voor Mabel is dit achteraf een geluk te noemen. Want nu zij geen lid is geworden van het koninklijk huis, heeft zij meer vrijheid behouden zich in het openbaar uit te spreken over wat haar en het instituut van Soros bezielt dan anders het geval zou zijn geweest.

Natuurlijk, die episode heeft haar ook gekwetst. Maar was daarbij sprake van misbruik van de persvrijheid voor een middeleeuws aandoende heksenjacht?In wat indertijd de kwestie-Mabel ging heten, was niet alleen haar privé-leven, maar ook en vooral een publiek belangin het geding: het lidmaatschap van het koninklijk huis en de ministeriële verantwoordelijkheid daarvoor. In plaats van zich erover te beklagen, zich verschuilend achter William Faulkner, dat de media hun werk deden, had zij dit wel eens ruiterlijk mogen erkennen.

Daarentegen dichtte de prinses demedia een dubbelrol toe: enerzijds ondersteuning van de democratie door de burgers informatie te bieden, anderzijds een bedreiging van de democratie omdat zij, gedreven door oplages en kijkcijfers, de inhoud door beeldvorming laten verdringen.

Is het werkelijk zo verschrikkelijk gesteld met de aantasting van de privacy van publieke personen door de media, dat Mabel daar een gegronde vrees aan kan ontlenen voor „het verloren gaan van de vrijheid” en „het verdwijnen van de waarheid”? Dat lijkt me niet.

Wat de privacy van publieke figuren betreft, ook deze is beschermd. Het Europese Hof voor de rechten van de mens heeft die bescherming zelfs versterkt in de zaak van een prinses uit Monaco die door de Duitse boulevardpers werd gestalkt. Niks vrijheid van nieuwsgaring, oordeelde het hof. Daarbij was van belang dat deze prinses, Caroline van Hannover, geen staatsfunctie bekleedt. Dus Mabel hoeft zich minder te laten welgevallen dan familieleden van koningin Beatrix die wel lid van het koninklijk huis zijn. En ook die zijn trouwens niet vogelvrij. Maar hoe meer de publieke zaak in het geding is, hoe meer iemand zich moet laten aanleunen.

Ik heb de kranten van de vorige week eens nageslagen met de vraag in mijn hoofd: wie zijn er aangetast in hun privacy? Misschien procureur-genraal Dato Steenhuis, over wie de Volkskrant onthulde dat hij zijn chauffeur herhaaldelijk opdracht gaf met 140 km per uur in zijn dienstauto met zwaailicht over de weg te razen? Tja, mag een krant dat soms niet publiceren als de PG niet voor deze feiten is veroordeeld? Dan blijft er niet veel over van de vrijheid van nieuwsgaring.

Is eurocommissaris Neelie Kroes ten onrechte aangetast in haar privacy, omdat De Telegraaf berichtte over haar vriendschappelijke en zakelijke betrekkingen met de vastgoedmagnaat Jan-Dirk Paarlberg, die verdachte is in de geruchtmakende zaak-Holleeder?

Ik denk dat zoiets in een open samenleving naar buiten hoort te worden gebracht. Dezelfde krant bracht een verhaal over de voormalige BVD-agent Paul H. die de onderwereld van geheime informatie voorzag. Volgens De Telegraaf stond deze verdachte op goede voet met minister Rita Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie). „Die twee leken elkaar wel heel goed te kennen.”

Ik beweer niet dat het allemaal hoogstaande journalistiek is, maar het gaat over personen die hoge openbare ambten bekleden en over het recht van het publiek om over hun handel en wandelgeïnformeerd te worden.

En de roddelpers dan? Wel, ook daarvoor geldt de persvrijheid en wie het niet zint wat zij publiceren, gaat maar naar de rechter, zou ik zeggen.

Mabel vindt dat de media zich te weinig richten op adequate informatie en ze vroeg zich af waarom we dat accepteren. „Is het, zoals Faulkner suggereert, omdat we allang niet meer geïnteresseerd zijn in waarheid en in het functioneren van onze democratie?”

Kom, kom. Wij horen tot de 17 procent van de wereldbevolking die leeft in landen waar sprake is van persvrijheid. Welke kritiek je er ook op kunt hebben, het zijn in Nederland niet de media die de open samenleving bedreigen. Omdat, zoals Mabel terecht zegt, hier niemand een monopolie op de waarheid heeft.

    • Elsbeth Etty