Kenmerkend fluitje is naam van dolfijn

Dolfijnen gebruiken specifieke fluitsignalen om elkaar bij de naam te noemen. Eindelijk is bevestigd dat dolfijnen echt ‘namen’ herkennen en niet slechts elkaars stem.

Tuimelaars in de buurt van de Galapagos Eilanden. Foto Natura, Tui de Roy BOTTLENOSE DOLPHIN (Tursiops truncatus) TRIO UNDERWATER NEAR ROCA REDONDA, GALAPAGOS ISLANDS natura

Sander Voormolen

Dolfijnen roepen elkaar bij de naam. Iedere tuimelaar (Tursiops truncatus) heeft zijn eigen kenmerkende fluitje. De dolfijnen roepen voortdurend hun eigen naam en anderen antwoorden door dat fluitje te herhalen en hun eigen signaal te laten horen. Groepsgenoten herkennen dat en roepen elkaar zo.

Biologen onder leiding van zeezoogdieronderzoeker Vincent Janik van de St. Andrews University in Schotland hebben voor het eerst experimenteel aangetoond dat de dieren elkaar niet herkennen aan het stemgeluid, maar aan de specifieke variaties in toonhoogte, duur en volume. Daarmee is de dolfijn het eerste dier naast de mens dat ‘namen’ gebruikt voor de aanduiding van soortgenoten, aldus een publicatie van het team van Janik, deze week in het Amerikaanse wetenschappelijke tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences.

Janik en zijn team lieten wilde dolfijnen in de baai van Sarasota langs de kust van Florida fluittonen van andere dolfijnen horen die door de computer nagebootst waren. Op deze manier bevatten de geluiden wel de frequentie- en sterktewisselingen van de natuurlijke dolfijnenfluitjes, maar ontbrak het eigen stemgeluid van het nagebootste dier. De dolfijnenpopulatie van Sarasota Bay wordt al sinds de jaren zeventig door wetenschappers bestudeerd, dus de familierelaties zijn hier goed bekend.

Elke dolfijn die meedeed aan de luisterproef werd in een net gevangen en kreeg korte tijd onder water een serie aangepaste fluittonen te horen die behoorden bij een familielid of een ‘vreemde’ dolfijn.

Negen van de veertien testdolfijnen reageerden sterker op de fluitjes van een familielid dan op die van een vreemde. Ze draaiden hun kop vaker richting de luidspreker als zij een bekend geluid hoorden. Drie testdolfijnen reageerden helemaal niet en twee reageerden juist sterker op de vreemde fluittonen.

De karakteristieke modulatie in de fluittoon van verschillende dieren is de drager van de informatie over de identiteit, concludeert Janik. Het is analoog aan het menselijke systeem van namen voor verschillende individuen. Volgens Janik kunnen de dieren zich met deze roepnamen tot elkaar richten, maar ook refereren aan andere dieren.

Het systeem van individueel specifieke fluitjes draagt bij aan de sociale cohesie van de groep. Zelfs als dieren elkaar niet kunnen zien blijven ze voortdurend op de hoogte van elkaars positie. In gevangenschap werd eerder aangetoond dat volwassen dolfijnen makkelijk menselijke fluitjes kunnen aanleren, en ook kunnen leren om die te gebruiken voor bepaalde voorwerpen of personen (trainers).

Het nieuwe onderzoek levert het laatste stukje ‘bewijs’ dat dolfijnen ook in het wild verschillende individuen kunnen herkennen en benoemen met specifieke fluitjes. De zogeheten ‘signature whistles’ van tuimelaars werden al in 1965 voor het eerst beschreven door het Amerikaanse echtpaar David en Melba Caldwell in het wetenschappelijke tijdschrift Nature. Hun onderzoek was controversieel, want de resultaten bleken slecht reproduceerbaar. Maar na onderzoek van Janik aan wilde tuimelaars in een baai voor de kust van Schotland kwam de bewijsvoering in een stroomversnelling. Janik liet zien dat de Schotse dolfijnen ‘signature whistles’ beantwoorden en zo over honderden meters afstand contact met elkaar kunnen houden. Janik kreeg toen veel kritiek omdat hij niet zou hebben aangetoond dat de dieren elkaar benoemen. Dat heeft hij nu gepareerd.

„Het resultaat van het onder onderzoek verbaast mij niets”, reageert de Nederlandse zeezoogdierbioloog Ron Kastelein aan de telefoon. „Dolfijnen zijn heel sociale dieren en ze zijn voor hun communicatie veel meer op geluid aangewezen dan wij.”

Kastelein denkt niet dat dolfijnen alleen communiceren via fluitjes. „Het visuele aspect is erg ondergewaardeerd. Aan bijvoorbeeld de lichaamshouding van een dolfijn is al heel veel af te lezen. Aan de stand van de ogen, de manier van zwemmen kan ik als ik de dieren goed ken al zien wat zij bedoelen. Het is waarschijnlijk dat heel jonge dieren die nog geen geluid maken zo met hun moeder communiceren, en dat oudere dieren dat zo doen als er bijvoorbeeld een orka in de buurt zit en zij hun positie niet willen verraden.”