Kandidaat-lijsttrekkers VVD over Europa

Vandaag, precies 56 jaar geleden, legde de Franse minister van Buitenlandse Zaken Robert Schuman een historische verklaring af. Daarin nodigde hij zijn Duitse collega Adenauer uit om via „concrete verwezenlijkingen” de eerste stappen te zetten naar een verenigd Europa.

Een idealistisch doel, dat realistisch bleek te zijn, mede omdat het duidelijk de nationale belangen diende van alle betrokken lidstaten: iedereen had profijt van een vredig, welvarend Europa.

Vandaag de dag is de Europese Unie een instituut waar we niet omheen kunnen en waar we economisch, sociaal en politiek nauw mee zijn vervlochten. Al heeft dit instituut zich in de afgelopen decennia misschien te veel buiten de burgers om ontwikkeld en zijn invloed vergroot.

Met als gevolg dat bij veel Nederlanders een gevoel leeft dat hun vrijstaande huis onderdeel is geworden van een groot appartementencomplex, zonder dat zij hierin zijn gekend en waarvoor zij een dure rekening gepresenteerd krijgen.

Zelf sta ik positief tegenover Europa en denk ik dat het ons veel te bieden heeft. Alleen in een verenigd Europa kunnen we de internationale concurrentie aan met de Verenigde Staten, Japan en de nieuwe economieën. Alleen samen kunnen we de nieuwe opgaven op het gebied van georganiseerde criminaliteit en immigratie het hoofd bieden.

We hebben Europa nodig, maar wel een beperkt en begrensd Europa dat zich richt op zijn kerntaken: het garanderen van een vrije en open markt en het oplossen van grensoverschrijdende problemen.

Helaas houdt Europa zich niet alleen met zijn kerntaken bezig. De Brusselse politiek vaardigt een enorme hoeveelheid aan regels uit waarvan het nut lang niet altijd duidelijk is en daar gooit de nationale wetgever vaak nog een schepje bovenop met uitgebreide aanvullende regelingen. Dat moet veranderen. Minder regels en beleid bieden meer ruimte voor ondernemende en samenwerkende burgers. Daarin ligt de kracht van de Unie om de uitdagingen van de toekomst aan te kunnen.

De grenzen aan Europa betreffen ook het uitbreidingsvraagstuk. De toetreding van Turkije heeft om historische en institutionele redenen niet mijn persoonlijke voorkeur, maar de gemaakte afspraken dienen gerespecteerd te worden.

Wel zou ik ervoor pleiten om tijdens de toetredingsperiode, die ongeveer vijftien jaar zal duren, om de twee jaar duidelijke doelen te stellen op het terrein van mensenrechten, economische structuur en het functioneren van de democratie.

Als de gestelde doelen niet worden gerealiseerd, gaat de toetredingsperiode opnieuw in. Zo kan Turkije bewijzen dat het volledig toegewijd is om lid te worden. En dat geldt wat mij betreft voor alle toetredende landen.

Inmiddels zijn alle Europese landen zich bewust van de grote gevolgen van immigratie op het terrein van de economie, arbeidsmarkt en veiligheid (getuige de grote interesse voor ons inburgeringsexamen in het buitenland).

Deze problematiek vraagt om een meer voortvarende aanpak van de Europese Unie op het gebied van grensbewaking en asielbeleid. Nederland zal vanzelfsprekend altijd een eigen rol blijven opeisen als het gaat om het aantal toe te laten arbeidsmigranten.

Nederland voldoet aan zijn Europese verplichtingen, maar deze moeten wel in verhouding staan tot die van andere lidstaten. En het is vanzelfsprekend dat wij zelf de vruchten mogen plukken van ons nationale beleid; bijvoorbeeld op het terrein van de hypotheekrenteaftrek en de pensioenen. Het is voor mij onbespreekbaar dat Nederland meebetaalt aan pensioentekorten die in andere landen van de Unie zijn ontstaan.

Het is belangrijk dat we in een verenigd Europa duidelijke grenzen aangeven. Maar we moeten ook in Europa durven investeren, op het gebied van veiligheid en criminaliteitsbestrijding en vooral in kennis en innovatie. Ons onderwijs moet de toets van de internationale concurrentie kunnen doorstaan.

Dat vraagt om een investering in het gehele onderwijsstelsel, van de basisscholen af, om dat kwalitatief op hoog niveau te houden en internationaler te maken. Dit kunnen we onder andere bevorderen door belemmeringen voor kennisuitwisseling zoveel mogelijk weg te nemen. Een dergelijke investering in jeugd en onderwijs betaalt zich economisch én maatschappelijk terug.

Geen bevlogen idealisme, maar realisme en oog voor nationale belangen binnen de gemeenschap vormen de basis van de huidige verworvenheden in Europa. Zoals Schuman zei: „Het verenigd Europa zal moeten worden opgebouwd door middel van concrete verwezenlijkingen, waarbij een feitelijke solidariteit als uitgangspunt zal moeten worden genomen.”

In die realistische, praktische benadering hebben liberalen, van Oud tot Bolkestein, zich altijd goed thuis gevoeld. En voor zo’n Europa zal ik me als lijsttrekker graag inzetten bij de komende verkiezingen.

Drs. M.C.F. (Rita) Verdonk is minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie en kandidaat voor het lijsttrekkerschap van de VVD.

    • Rita Verdonk