Iran en de sancties

De diplomatie over Irans nucleaire ambities dreigt vast te lopen. De retoriek erover wordt intussen steeds luider; zaken die meestal samengaan. Het Iraanse parlement dreigt zijn regering te dwingen het lidmaatschap op te zeggen van het non-proliferatieverdrag, dat de verspreiding van kernwapens tegengaat.

De president van het land, Ahmadinejad, liet zich eerder in soortgelijke woorden uit. Nu heeft hij een brief geschreven aan de Amerikaanse president Bush, een publiciteitsstunt die de problemen over de uraniumverrijking door Iran niet zal wegnemen. De Amerikanen proberen de rijen te sluiten in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Daar circuleert een ontwerpresolutie die van Iran eist dat het zijn verrijkingsprogramma staakt. De resolutie-in-wording leidt alleen maar tot verdeeldheid onder de permanente leden van de Veiligheidsraad. Daarmee is het beeld compleet: niemand is het met elkaar eens, de woordenstrijd gaat door en in de zaak zelf zit geen millimeter vooruitgang.

Al met al kan hiermee het scenario van een catastrofe worden geschreven. Onderhandelen met Iran is praktisch onmogelijk. Het islamitische regime onderhandelt niet, maar zoekt de confrontatie. De gesprekken met de EU-lidstaten Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië en met het Internationaal Atoomenergie Agentschap hadden veel weg van vertragingstactiek. In wezen gaat Teheran door waarmee het al die tijd bezig is geweest: met de ontwikkeling van een eigen atoomprogramma. Voor vreedzame doelen, zegt de president, die er niettemin regelmatig voor pleit om Israël van de kaart te vegen.

Tegenover de ijzervreters in Teheran, die onverstoorbaar hun eigen gang gaan, plaatst de wereld een steeds grotere en openlijker verdeeldheid. Het onzalige gekoketteer met een ‘militaire optie', populair in sommige kringen in Washington, heeft daar zeker in ongunstige zin aan bijgedragen. Het heeft de verwarring aangejaagd.

Dat is nu precies wat het Iraanse regime in de kaart speelt; in die zin pokeren president Ahmadinejad en de zijnen beter dan hun tegenspelers in het westen.

Eenheid in de Veiligheidsraad blijft een droom zolang de permanente leden China en Rusland zich verzetten tegen sancties tegen Iran. Hun oliebelangen wegen kennelijk zwaar. Beide landen willen weliswaar dat Teheran stopt met de verrijking van uranium, maar blokkeren in de ontwerpresolutie een verwijzing naar hoofdstuk VII van de Verenigde Naties, dat de weg naar dwang vrij maakt. Maar zonder dwangmiddelen is het huidige Iraanse regime niet aan te pakken. Te denken valt aan handels- en financiële sancties.

Als die niet door de Veiligheidsraad kunnen worden opgelegd, dan is er altijd nog de informele manier waarvoor de Verenigde Staten nu lijken te kiezen: banken, bedrijven en regeringen wereldwijd bewerken om Iran te boycotten en de financiële banden te verbreken.

Fraai is het niet, maar het is beter dan de confrontatie uit de Iraanse hoofdstad te beantwoorden met machteloze tweespalt.

Commentaren geven het standpunt van de krant, op basis van discussies tussen hoofdredactie en commentatoren. Reageren: lezerschrijft@nrc.nl