In hoeveel stof moet ik nog bijten?

Verdachte ex-bestuurders hadden gisteren het laatste woord in het Ahold-proces.

‘Maatschappelijk gezien ben ik al lang veroordeeld en afgeserveerd.’

Michiel Meurs Voormalig financieel directeur Michiel Meurs zegt dat hij „publiekelijk tot op het bot vernederd” is. „Ik vecht tegen de beeldvorming, dat is het veelkoppige monster. Ik word openlijk verguisd door Ahold, het bedrijf waar ik jarenlang met hart en ziel en vol overgave voor gewerkt heb. Hoe diep moet ik gaan? In hoeveel stof moet ik bijten?” Michiel Meurs arriveert bij de Rechtbank Foto NRC H'Blad, Maurice Boyer 060413 Boyer, Maurice

‘Sorry dat ik wat emotioneel werd.’ Aan het eind van de zitting staat Cees van der Hoeven samen met zijn advocaten rond het verdachtenbankje. Ze praten nog even na.

Nog één keer zal de oud-bestuursvoorzitter van Ahold in de Van Namenzaal van de Amsterdamse rechtbank terug moeten keren. Dat is op 22 mei, als de rechtbank vonnis wijst in de strafzaak tegen hem en drie andere voormalige Aholdbestuurders.

Gisteren is het finale moment geweest tijdens de inhoudelijke behandeling. Vast onderdeel: het laatste woord van de verdachten, die nog één keer de gelegenheid krijgen om iets te zeggen.

De bijdragen van de vier verdachten in de Ahold-zaak zijn niet te lang en vooral zakelijk van toon. Verbittering en ongeloof over de strafrechtelijke vervolging winnen het van de emoties, die onder controle worden gehouden. Alleen Cees van der Hoeven verliest aan het eind van zijn toespraak even de beheersing over zijn stem.

Maar aan het eind van de zitting heeft hij zich weer hervonden. Arm in arm met zijn vrouw daalt hij de stenen trap af, door de hal, op weg naar het rookhok. Daar geeft hij ontspannen een interviewtje weg aan een radiostation.

Inhoudelijk hebben de verdachten in hun bijdragen nauwelijks iets toe te voegen aan alles wat de afgelopen weken reeds is gepasseerd in het proces. Alle vier benadrukken ze nogmaals dat er met de wijze van boekhouden van Ahold niets mis was. De omzetten en operationele winsten van de buitenlandse joint ventures werden terecht meegeteld in de boeken, omdat het Zaanse bedrijf in de praktijk de baas was. ‘De betekenis van het al of niet consolideren is onevenredig zwaar aangezet’, aldus Van der Hoeven. ‘Ik ga ervan uit dat dit is gebeurd omdat de integriteit van enkele leden van de raad van bestuur, onder wie ikzelf, in deze zaak ter discussie is gesteld.’

Dat Ahold zélf de cijfers van zijn joint ventures, na het uitkomen van het boekhoudschandaal, terugdraaide, vindt Van der Hoeven nog steeds niet terecht. ‘Ik stond voor verslaglegging op basis van volledige consolidatie en daar sta ik nog steeds voor.’ Ook Michiel Meurs heeft die mening, al zou hij het nu wel anders doen. Met name de omstreden side letters zullen, aldus Meurs ‘de schoonheidsprijs niet winnen’.

De voormalige financieel directeur heeft het verder over een Salomonsoordeel van de rechtbank: ‘Voor mij gaat het leven verder. Een leven dat hopelijk nog lang zal duren en waarin ik gelukkig zal zijn. Uw beslissing in deze zaak is daarbij belangrijk. Die zal mede bepalend zijn hoe ik mijn verdere leven zal kunnen inrichten.’

Van der Hoeven schetst nog een beeld van zichzelf. Hij wordt vaak als ambitieus, arrogant of als afstandelijk gezien - ‘dat moet wel waar zijn, want het wordt vaak tegen mij gezegd’. Maar in zijn karakter zit vooral dat hij te veel verantwoordelijkheid neemt voor anderen en te goed van vertrouwen is: ‘Zoals inmiddels duidelijk is geworden, kan die combinatie heel goed, maar ook veel minder uitpakken’, aldus een wrange Van der Hoeven.

Meurs wil zijn betoog positief eindigen. Hij vertelt over het geluk. Dat hij dat nu zelf zal moeten vinden. En dat hij daar zijn best voor doet: ‘Gelukkig bestaat het leven uit meer dan dat waar ik me vol overgave al die jaren voor Ahold heb ingezet. Dat weet ik nu. In die zin zijn de afgelopen drie jaar wel louterend geweest.’

Dossier en weblog over het Ahold-proces: www.nrc.nl/economie

    • Joost Oranje en Jeroen Wester