Huldiging

Alles leek gisteren als vanouds bij Ajax op het Leidseplein.

Op het bordes van de Stadsschouwburg zong Jordaanzanger Peter Beense, qua omvang een moeder van tien kinderen in verwachting van de volgende drie, We are the champions, hoewel Ajax vierde werd met een nu al legendarische achterstand op kampioen PSV. Daarna verschenen de vermoeide, maar uitgelaten helden zelf, toegejuicht alsof ze in de slotminuut van de verlenging de Champions League-finale tegen Barcelona hadden gewonnen in plaats van een KNVB-bekertje. Er volgden nog wat nummertjes Feyenoord-pesten („Helemaal niets! Helemaal niet!”) en dubieus gehos („Wie niet springt die is geen jood!”), waarna de avond kon worden afgesloten met de al even traditionele knokpartij met de ME.

Tot zover dus niets bijzonders.

Maar ondertussen.

Dit was zo’n gebeurtenis die het zicht benam op de échte gebeurtenis erachter. Alle deelnemers op het bordes volhardden in de schijn, hoewel iedereen wist wat er gaande was. Alleen coach Danny Blind liet iets doorschemeren toen hij tegen de fans riep: „De club, dat zij wij niet, de club is het bestuur niet, de club is de directie niet, de club dat zijn jullie!”

Als hij gewild had, zou Blind de zoon zijn geworden uit de film Festen, die het feest aangrijpt om de gruwelijkste familiegeheimen te openbaren. Maar Blind was wijzer, hij moet nog verder in de voetbalwereld. En dus nam hij met grandeur afscheid toen hij in zijn slotwoord waarschuwde: „Wat er ook gebeurt, je kunt ervan denken wat je wilt, maar blijf achter deze fantastische club staan.”

Zo kwam een einde aan de wrangste huldiging uit de Nederlandse voetbalgeschiedenis. Terwijl de sportieve leiders, Blind, Krol, Van der Lem, Grim, de beker nog eenmaal in de lucht staken, slaakten de bestuurlijke leiders in de gangen achter het bordes een zucht van verlichting – het was voorbij, ze konden eindelijk naar huis om de ontslagbrieven voor de technische staf te schrijven.

Misschien moet Blind morgen al voor voorzitter Jaakke en de directeuren Fontein en Van Geel verschijnen.

„Leuk feestje, Danny,”

„Ja, ik heb genoten.”

„Danny, we hebben er nog eens goed over nagedacht, maar…”

En dan zal Blind merken dat de club wel degelijk het bestuur en de directie is.

Moeten we medelijden met hem hebben? Ach nee, daarvoor was zijn beleid te wispelturig. Zijn grootste fout was zijn toestemming om Rafael van der Vaart te laten vertrekken. Van der Vaart groeide daarna uit tot een uitblinker in de Duitse competitie en een belangrijke speler voor bondscoach Marco van Basten. Blinds opvolger, Henk ten Cate, is een betere psycholoog. Hij kon destijds bij NAC middelmatige spelers zichzelf laten overtreffen. Dat zijn de goede coaches.

De nieuwe leiders van Ajax willen een nieuw Ajax – daarvoor is veel te zeggen na de afgelopen rampzalige jaren. Ze worden daarbij geholpen door PSV, dat de man benoemde die voor een belangrijk deel verantwoordelijk was voor die rampen: Ronald Koeman. Ajax heeft zijn problemen naar Eindhoven doorgeschoven – de manier om écht kampioen te worden.

    • Frits Abrahams