‘Het beest in de mens’

Midas Dekkers

Door Marion de Boo

In elk mens huizen twee wezens. De mens zelf, het hogere wezen. En een beest dat niks anders wil dan paren, moorden en bloeddorstige dingen doen. „Wij mensen zien de beesten als synoniem met het kwaad”, zegt bioloog en schrijver Midas Dekkers. „Als ik een mooi meisje zie lopen wil ik niets liever dan gedichten voor haar schrijven, maar in het zuiden van mijn lichaam wil ik hele andere dingen met die dame. Vroeger moest ‘het beest in de mens’ gekooid worden om ongelukken te voorkomen, sinds Freud mag het af en toe buiten spelen.”

Veel mensen houden toch juist van dieren?

„Van de circa één miljoen dieren op aarde heeft de mens er een stuk of tien uitverkoren. Dit ‘edelgedierte’ neemt een bijzondere positie in. Wij praten tegen onze poesjes en hondjes alsof het kleine mensjes zijn. Die liefde van de mens voor het dier kan zover gaan dat hij wordt doorgezet tot op het gaatje, zeg maar. Bestialiteit is geen zeldzaam verschijnsel van ouwe viezeriken. Onze hele cultuur is van bestialiteit doordrenkt. In musea heeft één op de tien schilderijen de bestialiteit als thema. Zoals Leda en de zwaan. Door die grote vleugels zie je niet precies wat er gebeurt, maar de zwaan is toevallig wél de enige vogel met een enorme penis. In ouderwetse agrarische samenlevingen heeft de helft van de jongetjes zijn eerste seksuele ervaringen met een door hem te hoeden schaap of geit, dat was vroeger in Nederland niet anders.”

Jakkes.

„Tegenwoordig is bestialiteit bij ons een sociaal taboe. Niemand wordt warm of koud als president Bush weer duizend Irakezen naar het hiernamaals bombardeert, maar als je morgen in de krant zou lezen dat Bush een heerlijke nacht heeft gehad met zijn lievelingskip, kan hij zijn boeltje in het Witte Huis wel pakken. Een bioindustrieboer met een hal met een miljoen kippen die hij van vroeg tot laat mishandelt, treitert, seksueel uitbuit en van hun voortplantingsproducten berooft, of een varkensboer die jonge varkens zonder verdoving van hun balletjes berooft, is een goed lid van de samenleving en krijgt subsidie van de Rabobank. Maar wie met één zo’n kip neukt ziet men het liefst gevierendeeld. Dat is het merkwaardige dualisme in onze samenleving, dat we van sommige dieren verschrikkelijk veel houden en zoveel andere mishandelen. Onze industriële samenleving kan niet draaien zonder elke dag een miljoen dieren de nek om te draaien. Intussen noemt ieder van ons zich unverfroren een echte dierenvriend. Maar er zijn niet genoeg mensen die klagen over de manier waarop we die dieren treiteren in de bio-industrie. Daarom komt er ook geen oplossing.”

Eet u zelf vlees?

„In een grijs verleden ben ik twee jaar vegetariër geweest – de donkerste jaren van mijn leven. Al die quorn en kwark, afschuwelijk. Nu eet ik weer vlees, met smaak zelfs, maar vooral toch ook met schuldgevoel. Ik vind dat je deze kwestie niet aan de individuele burger zou moeten overlaten. Als de overheid binnen tien jaar het eten van vlees zou verbieden, reken maar dat fabrikanten dan binnen no time met goede alternatieven zouden komen. Het zou vrij eenvoudig zijn om met gisten of bacteriën of weet ik wat een goede vleesvervanger te maken, die misschien nog wel veel lekkerder is dan vlees. Maar het lot van de landbouwhuisdieren zal alleen maar slechter worden omdat wij ze steeds minder als dier zien en steeds meer als een industrieel voorwerp. En minister Veerman heeft de klok voor dierenwelzijn 25 jaar teruggezet.”

    • Marion de Boo