Geen overeenstemming over Iran

Rusland en China blijven het met de westerse permanente leden van de VN-Veiligheidsraad oneens over de koers jegens Iran.Daarop speelde Irans president in met een brief aan zijn ambtgenoot Bush.

Een nieuwe bijeenkomst van de ministers van Buitenlandse Zaken van de vijf permanente leden van de VN-Veiligheidsraad plus Duitsland over de slepende kwestie-Iran heeft vannacht geen overeenstemming opgeleverd over de te volgen koers.

Rusland en China zijn het wel eens dat Iran geen kernwapens mag verwerven, zeiden hun vertegenwoordigers. Maar ze bleven zich in New York verzetten tegen de Amerikaans-Brits-Franse wens om zo snel mogelijk een resolutie in de Veiligheidsraad aan te nemen onder Hoofdstuk VII van het VN-Handvest. Die zou dwangmiddelen tegen Iran (in een volgende resolutie) formeel mogelijk maken als dat land geen eind maakt aan de verrijking van uranium – in de ogen van het Westen onderdeel van een geheim kernwapenprogramma. Een verrassende brief van de Iraanse president Ahmadinejad aan zijn Amerikaanse ambtgenoot George Bush, die enkele uren vóór het beraad in New York in Teheran bekend werd, speelde op die verdeeldheid in.

De brief is een 18 pagina’s tellend document, dat een terugkeer naar religieuze waarden bepleit om het vertrouwen tussen Iran en Amerika te herstellen maar op zich geen nieuwe suggesties bevat om de nucleaire controverse op te lossen. Als – voorzover bekend – eerste brief van een Iraans staatshoofd aan de Amerikaanse president sinds de islamitische revolutie van 1979 en de Amerikaans-Iraanse diplomatieke breuk in 1980 – en nog wel in het Engels! – is het hoe dan ook een opvallend initiatief. Irans hoogste nucleaire onderhandelaar, Ali Larijani, onderstreepte dat gisteren op bezoek in Turkije nog eens met de mededeling dat de brief moest worden gezien als „diplomatieke opening”.

In de Verenigde Staten werd dat niet zo gezien. „Hij [de brief] gaat niet concreet in op de kwesties waarmee we bezig zijn”, zei de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Condoleezza Rice, in een vraaggesprek met het persbureau AP. Andere Amerikaanse functionarissen deden Ahmadinejads actie af als een afleidingsmanoeuvre en niets meer dan dat.

Een Europese diplomaat die betrokken is bij de zaak-Iran noemde de brief echter „een tactische meesterzet [..] die [Amerikaanse] regeringsfunctionarissen heel nerveus heeft gemaakt”, zo meldde het persbureau Reuters uit New York. Hoewel Iran tot dusverre onverkort vasthoudt aan zijn recht uranium te verrijken, heeft het nu immers wel een gebaar gemaakt. „Het wordt voor de Amerikanen nog moeilijker dan het al is om 15 stemmen te verzamelen in de Veiligheidsraad als ze de indruk maken niet te willen praten met de Iraniërs”, zei een Amerikaanse waarnemer.

De Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Frank-Walter Steinmeier, heeft vorige maand al in Washington directe onderhandelingen tussen de VS en Iran bepleit als uitweg uit de crisis. Eind vorig jaar machtigde Washington zijn ambassadeur in Irak, Zalmay Khalilzad, rechtstreeks met Iran te gaan praten. Dat overleg, waartoe Teheran zich eerder dit jaar bereid verklaarde, zou over de situatie in Irak gaan, maar zich in de praktijk breder kunnen ontwikkelen. Maar inmiddels heeft de Amerikaanse regering zelfs dit beperkte gesprek met Iran op de lange baan geschoven. Steinmeier zei indertijd ook voor zijn oproep bij de Amerikaanse regering geen gehoor te hebben gevonden.

Volgens een hoge Amerikaanse functionaris leidde de Iraanse brief gisteren in New York niet tot oproepen van de andere aanwezigen aan de Amerikanen toch met Iran te gaan praten. De Russische minister van Buitenlandse Zaken, Sergej Lavrov, onderstreepte gisteren na afloop van het overleg echter dat onderhandelingen noodzakelijk waren voor een oplossing van de kwestie-Iran. Er was volgens hem in New York zelfs „een consensus geweest over de noodzaak dat gunstige voorwaarden worden gecreëerd om directe onderhandelingen over het Iraanse nucleaire programma mogelijk te maken”, zo citeerden Russische persbureaus hem althans.

De Chinese VN-ambassadeur, Wang Guangya, herhaalde gisteren het bezwaar van zijn land tegen een resolutie in de Veiligheidsraad onder Hoofdstuk VII van het VN-Handvest die sancties, en eventueel zelfs militaire actie, tegen Iran mogelijk maakt. Militaire actie, door het Westen in laatste instantie niet uitgesloten, is voor zowel China als Rusland uit den boze. Maar ook in sancties zien zij als belangrijke handelspartners van de islamitische republiek niets. Peking vindt een resolutie best, zei Wang, want Iran heeft immers eerdere oproepen van het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA) en van de Veiligheidsraad genegeerd. Maar dan niet onder Hoofdstuk VII, zoals het Westen wil, „want Hoofdstuk VII gaat over dwangmiddelen”.

De ‘P5’ en Duitsland gaan de komende dagen verder praten om te proberen op de een of andere manier de verschillende standpunten te verzoenen. De Amerikaanse VN-ambassadeur, John Bolton, zei zaterdag dat hij deze week een stemming in de Veiligheidsraad wenste, of Rusland en China nu meededen of niet. Een hoge Amerikaanse functionaris zei gisteren echter dat dát niet erg waarschijnlijk is. De VS zijn intussen „erg tevreden en vol vertrouwen” over het diplomatieke proces, zei hij.

    • Carolien Roelants