Familie trachtte nimmer `Van Gogh` terug te kopen

In NRC Handelsblad van 7 april bespreekt Floris van Straaten een Van Gogh-tentoonstelling in Compton Verney (Engeland).Op deze tentoonstelling hangt een portret van Reid, geschilderd door Vincent. Dit portret verkocht ir. V.W. van Gogh eind jaren twintig, begin jaren dertig van de vorige eeuw aan de zoon van Reid voor 1.000 gulden. Opgemerkt zij dat dit het laatste schilderij van Vincent is dat door ir. Van Gogh verkocht werd.

Van Straaten schrijft dat in 1965 ir. Van Gogh spijt gekregen had dat hij dit schilderij zo goedkoop verkocht had en dat hij tevergeefs gepoogd had het schilderij terug te kopen.

Zo eenvoudig ligt de zaak echter niet. De familie Van Gogh heeft nimmer getracht een eenmaal verkocht schilderij terug te kopen. En op het eerste gezicht is er geen enkele reden dat ir. Van Gogh dit ruim dertig jaar na de verkoop wel zou hebben willen doen.

De gang van zaken is als volgt geweest: op 5 februari 1965 schrijft Reid aan ir. Van Gogh dat hij bezig is een biografie over zijn vader te schrijven. Hij vraagt enkele nadere gegevens o.m. over de tijd dat Reid gewerkt zou hebben met Theo bij Goupil (Boussod Valadon) en bij hem gewoond zou hebben.

Ir. Van Gogh antwoordt hem op 13 februari 1965 dat alles wat hij over Reid weet komt uit de Brieven van Vincent, maar dat daar niets te vinden is over Reids werkzaamheden bij Goupil en wonen bij Theo, dat er bovendien door zijn moeder nooit over Reid gesproken is en dat hij daarom betwijfelt of Reid werkelijk ooit bij Goupil gewerkt heeft.

Niettemin is deze mogelijke connectie aanleiding voor ir. Van Gogh om te schrijven dat mocht de familie om een of andere reden afstand van het Reid-schilderij willen doen, de Vincent van Gogh-stichting zeker zou overwegen het te kopen.

De Reid-familie heeft hier niet op gereageerd. In juli 1974 werd het schilderij voor 175.000 gulden aan het museum in Glasgow verkocht. Op 22 februari 1965 schrijft Reid aan ir. Van Gogh dat het vaststaat dat zijn vader bij Goupil gewerkt heeft.