Eis: 20 jaar om rol Guus K. in oorlog Liberia

Het openbaar ministerie (OM) heeft gisteren 20 jaar cel en 450.000 euro boete geëist tegen zakenman Guus K. wegens het medeplegen van oorlogsmisdaden en overtreding van een wapenembargo in Liberia.

Op oorlogsmisdaden staat maximaal levenslang.

Volgens het OM staat vast dat de 63-jarige K. als directeur-eigenaar van de houtbedrijven Oriental Timber Company (OTC) en Royal Timbercompany (RTC) „bewust en uit winstbejag een bijdrage heeft geleverd aan het voortduren van een bloedige oorlog”. Met schepen die voor OTC hout naar het buitenland vervoerden, werden volgens het OM wapens voor het regime van president Charles Taylor binnengebracht. De houtbedrijven, waarin ook Taylor belangen had, waren de belangrijkste deviezenbron voor het land.

De wapensmokkel zou tussen 2000 en 2002 zijn gepleegd. K. werkte hierbij volgens het OM nauw samen met Taylor, die onlangs werd gearresteerd om voor het Sierra Leone Tribunaal terecht te staan. K. werd vorig jaar maart in Rotterdam aangehouden. De VN hadden een internationaal reisverbod tegen hem afgekondigd wegens schending van internationale sanctieregels tegen Liberia.

De officieren T. Polescuk en J. Lucas toonden uit het computerbestand van K. afkomstige brieven aan Taylor, waaruit volgens hen de samenwerking bleek. Het OM toonde ook bij K. in beslag genomen lijsten met gedetailleerde gegevens over betalingen aan „nagenoeg alle hoofdrolspelers in het conflict”, onder wie militieleiders die zich aan oorlogsmisdaden schuldig maakten, zoals moord, verkrachting en plundering. Volgens het OM blijkt ook uit getuigenverklaringen dat K. betrokken was bij de illegale wapenimport en dat hij militieleden (onder wie veiligheidspersoneel van zijn houtbedrijven) „aanmoedigde” en „aanvalsinstructies” gaf om te voorkomen dat rebellen het land en dus de houtbedrijven overnamen. Door al zijn handelingen heeft K. zich volgens het OM „even schuldig gemaakt aan oorlogsmisdrijven alsof hij persoonlijk de trekker had overgehaald”.

Voor het OM telt bij de eis mee dat „bij de verdachte van spijt of inkeer niets is gebleken”. Het OM eiste niet het maximum van levenslang, omdat „binnen het kader van de wettelijke mogelijkheden dient gekeken te worden welke straf passend is”. Het OM gaat tegen K. ook een vordering instellen tot ontneming van uit criminaliteit verkregen vermogen. Diens advocate I. Weski houdt deze week haar pleidooi. Op 7 juni doet de rechter uitspraak.