Einzelgängers

Drie ingenieurs beschouwen de mens en zijn apparaten. Aflevering 7: het elektrische scheerapparaat.

’s Ochtends glijd ik geruisloos uit het echtelijke bed en zet de douchekraan open. Staand voor de spiegel haal ik mijn Philishave 5800 tevoorschijn en klik de beschermkap eraf. Het op de tegels klaterende water overstemt het gebrom van het apparaat wanneer ik de drie koppen langs mijn kin en over mijn kaken laat razen. Er is geen spoortje liefde in mijn handelen.

Het liefst zou ik met langzame, doelbewuste bewegingen een scheermes over mijn huid laten glijden, voren trekkend in het winterse scheerschuimlandschap. Maar daar heb ik de baard niet voor. Om nou mijn hele kop in te smeren met schuim voor die paar verdwaalde stoppels is een potsierlijk idee. Het scheermes is in al zijn eerlijke eenvoud bedoeld voor mannen met flinke gezichtsbeharing, de minderbedeelden bedienen zich van een elektrisch apparaat dat hun stoppels snel en klinisch een kopje kleiner maakt.

Slechts éénmaal heb ik mijn Einzelgängers ongemoeid gelaten. We zijn op vakantie in Ierland, verdwaald in het stadje Tuam. We belanden met ons tentje op het erf van een welwillende boer. In deze omgeving, zonder stromend water, zonder elektriciteit en zonder spiegels voel ik mij in drie dagen tijd veranderen in een woest natuurmens. Mijn scheerapparaat zakt werkeloos naar de bodem van mijn rugzak.

In een uiterst naargeestige bar, waar we schuilen voor de regen, worden we aan tafel genodigd door een stel Ieren, die net van een begrafenis komen. Ze zijn dus in hun element. Terwijl de gestage aanvoer van whisky het laatste restje beschaving in mijn lichaam en geest afbreekt, strijk ik trots over mijn onderkaak. Een gevoel van thuiskomen maakt zich van mij meester. Dan buigt mijn buurman zich naar me toe, legt vaderlijk een hand op mijn schouder, wijst op mijn kin en begint hartelijk te lachen.

Nog diezelfde avond snort in ons tentje mijn Philishave 5800.

    • Pierijn van der Putt