Echtelijke woning wordt een financiële tijdbom

Moet de echtelijke woning na de echtscheiding worden verkocht? Of blijft een van de ex-partners erin wonen? In het laatste geval kan de zogeheten bijleenregeling voor een onaangename fiscale verrassing zorgen.

Geen aftrek

De bijleenregeling werd in 2004 ingevoerd en bepaalt dat de overwaarde van het huis bij verkoop in het nieuwe huis moet worden geïnvesteerd. Dit wordt bereikt doordat over het bedrag van de overwaarde geen aftrek van de hypotheekrente meer kan plaatsvinden bij de aankoop van een nieuw (duurder) huis. Wie een huis koopt en het oude verkoopt krijgt dus te maken met de bijleenregeling. Dat deze regeling ook impact heeft als een van de partners na een scheiding uit het huis vertrekt, is veel minder bekend.

Vervreemding

Wordt het huis na de scheiding verkocht, dan krijgen beide partners te maken met de opgebouwde overwaarde. Die wordt berekend door de verkoopopbrengst – het vervreemdingssaldo in jargon – te verminderen met de hypotheekschuld die nog op het huis rustte. Bij verkoop krijgt elke partner de helft van de overwaarde mee, over dit bedrag is er bij de aankoop van een nieuw huis geen renteaftrek. In de meerderheid van de gevallen, zeker als er kinderen zijn, zal een van de partners in het huis blijven wonen. Soms koopt de achterblijvende partner de vertrekkende partner uit, vaak blijft de vertrekkende partner de hypotheek (via de alimentatie) betalen. Hoewel het huis niet echt wordt verkocht, wordt vanuit fiscaal oogpunt toch het vervreemdingssaldo bepaald. De vertrekkende partner krijgt daarmee een financiële tijdbom in de vorm van de bijleenregeling mee. Koopt hij of zij een nieuw huis, dan wordt het fiscaal en financieel ingewikkeld, weet financieel planner Iris Brik van Fine Tuning Personal Finance. „De oude echtelijke woning wordt dan in fiscale zin niet langer als de eigen woning gezien”, legt Brik uit. Er geldt een overgangsregeling van twee jaar waarin de oude woning nog als eigen woning wordt gekwalificeerd, waardoor de hypotheekrente op beide woningen aftrekbaar is. Valt het oude huis na die periode als ‘tweede’ woning in box 3, dan wordt voor de fiscus de overwaarde van het huis gerealiseerd. Dit bedrag valt bij een nieuw huis buiten de mogelijkheid tot hypotheekrenteaftrek. En investeren van de overwaarde is niet mogelijk. Brik: „Het is slechts een papieren overwinst die vastzit in het huis van de ex-partner.”

Oplossing

Een oplossing is om bij echtscheiding te beslissen het huis te verkopen. Beide partners kopen of huren dan een ander huis. Dat is niet altijd praktisch, zeker als er jonge kinderen zijn. Brik pleit ervoor bij het opstellen van het scheidingsconvenant de totale financiële gevolgen van de scheiding te laten bekijken. „Voor een goede inschatting van de mogelijkheden is het totaaloverzicht nodig. Is dat er, dan is het vaak mogelijk zaken uit te ruilen.” Op zo’n manier kan bijvoorbeeld de alimentatie of het te verevenen pensioen geheel of gedeeltelijk worden geruild met de overwaarde van de woning.

De financiële gevolgen van de bijleenregeling blijven echter ook in die situatie van kracht. Volgens de financieel planner is dit nog te weinig vanzelfsprekend, waardoor mogelijkheden om ook financieel los van elkaar te komen onbenut blijven.”

Cleo Scheerboom

    • Cleo Scheerboom