Concert Rollins is een lang gevecht

Concert: Saxofonist Sonny Rollins. Gehoord: 8/5 Concertgebouw, Amsterdam.

„Je zou die toeter uit je mond kunnen halen”. Dat schijnt Miles Davis eens te hebben gezegd toen saxofonist John Coltrane hem bekende dat hij geen eind aan een solo kon maken. Coltrane is al bijna veertig jaar dood, maar Sonny Rollins (1930), destijds Coltrane’s zwaarste concurrent, is nog steeds actief. En speelt ellenlangse soli, zo bleek gisteren in het uitverkochte Concertgebouw, dat hem ontving met een staande ovatie.

Gesterkt door zoveel enthousiasme ging hij er stevig en langdurig tegenaan in stukken die die inzet soms nauwelijks verdienden. Zoals het titelstuk van zijn nieuwe cd Sonny, Please, die nog niet in de winkel ligt maar in het Concertgebouw volop te koop was. Op de cd eindigt het bluesy themaatje met een bas-ostinato na zeven minuten met een genadige fade-out, maar gisteren duurde het drie keer zo lang. Ook Broadway-liedjes als Falling in Love is Wonderful en Someday I’ll Find You werden eindeloos opgerekt.

In zijn glorietijd, de jaren 1955-’65, kon Rollins de vreselijkste liedjes pakken om er met sardonisch genoegen smakelijk jazz-gehakt van te maken. Dat formidabele deconstructie-vermogen lijkt inmiddels totaal versleten. In plaats van een spannende herschikking van de basis-elementen van een stuk doet Rollins vaak een beroep op zijn kennis van het Great American Songbook. Dat resulteert in zo’n overdaad aan citaten dat het soms wel een medley lijkt, en je als luisteraar besluit: fijn dat Rollins al die liedjes ook kent, maar geef mij maar Frank Sinatra, Billie Holiday of Peggy Lee.

De solo’s van Rollins zijn lang en bevatten veel herhaling, maar er is geen Miles Davis meer om hem dat te vertellen. Zijn vrouw en manager Lucille is dood, van zijn platenlabel Milestone is hij recentelijk gescheiden en zijn medemusici zijn vale ja-knikkers die zich in hun handen wrijven dat ze mee mogen op toernee. Nog nooit bracht Rollins zo’n slechte band naar Europa.

Dat hij leeft als een kluizenaar, zoals hij in elk interview vertelt, kan bij dit alles geen toeval zijn. Hij verbergt zich voor elke kritiek omdat hij zijn handen vol heeft aan zichzelf: de dromer en de vechtjas die beiden huizen in zijn borst. De eerste denkt aan het ultieme concert dat elk ander overbodig maakt, de vechtjas doet zijn best dat te realiseren. Een soort streven naar Gerard Reves Het boek van Violet en Dood, maar nu bevochten met noten en tonen. Dat Rollins net als Reve ideeën tekort komt om aan God te raken, blijkt in het swingende slotstuk Global Warming („gooi geen peuken uit uw auto”, luidt het advies).

Als de zaal eindelijk in beweging komt en uitziet naar een spannend slot, is het heel snel pats-boem-uit. Tot een toegift komt het niet. ‘Saxophone Colossus’ Sonny Rollins leverde een heroïsch gevecht, maar kwam er gisteren niet uit.

    • Frans van Leeuwen