Vrije pers Marokko in problemen

De kritische pers die onder de Marokkaanse koning Mohammed VI is opgekomen, wordt dezer dagen in zijn voortbestaan bedreigd.

De bedreiging van het voortbestaan van het onafhankelijke weekblad Le Journal is doorgedrongen tot in kringen van het Marokkaanse koninklijk huis. Prins Hicham, volle neef van de Marokkaanse koning Mohammed VI en wegens zijn vooruitstrevende ideeën bijgenaamd de 'rode prins', heeft aangeboden de drie miljoen dirham (270.000 euro) boete voor zijn rekening te nemen die is opgelegd aan het weekblad. In een brief aan Le Journal bood Hicham aan het weekblad van de ondergang te redden, nu de rechter in hoger beroep deze recordboete oplegde.

Prins Hicham bemiddelde enkele jaren geleden bij de vrijlating van de Marokkaanse journalist Ali Lmrabet die wegens het afdrukken van spotprenten van het koninklijk huis in de gevangenis was beland. Zijn huidige bemoeienis vestigt extra aandacht op een zaak die de Marokkaanse koning in toenemende mate in een lastig pakket dreigt te brengen.

Le Journal wordt immers samen met het concurrerende kritische weekblad Tel Quel genoemd als het bewijs dat de onafhankelijke pers in Marokko onder Mohammed VI een ongekende vrijheid heeft gekregen. Beide weekbladen, de meest gelezen in Marokko, kregen echter de laatste maanden te maken met processen waarbij de rechters monsterboetes opgelegde die de bladen in hun voortbestaan bedreigen.

Het prinselijke aanbod om de boete te betalen wordt niettemin beleefd van de hand gewezen, zo verklaart Le Journal-hoofdredacteur Aboubakr Jamaï. 'Als we dit aannemen dan geven we onwillekeurig toch toe aan een vorm van censuur door het regime. Ons enige wapen is zoveel mogelijk de handelswijze van de autoriteiten publiekelijk aan de kaak te stellen, zodat er daadwerkelijk ook iets verandert', aldus Jamaï.

In kringen van de onafhankelijke pers wordt vermoed dat de Marokkaanse autoriteiten voor een nieuwe tactiek hebben gekozen om publicaties die hun niet zinnen het leven moeilijk te maken. In het geval van Le Journal werd de boete, de hoogste uit de Marokkaanse persgeschiedenis, opgelegd wegens een artikel over een rapport van de Franse onderzoeker Claude Moniquet waarin deze een voor de Marokkaanse regering gunstige opvatting huldigt over de situatie rond de Westelijke Sahara.

Le Journal suggereerde in het artikel dat Moniquet door de Marokkaanse regering zou zijn betaald om zijn mening aan te passen aan haar standpunt. De verbolgen onderzoeker stapte hierop naar de Marokkaanse rechter.

Moniquet verklaarde daarbij aanvankelijk dat het hem vooral ging om eerherstel en dat hij de boete niet wilde innen om Le Journal niet in de problemen te brengen. De onderzoeker kwam hier echter op terug nadat Le Journal een ongunstig portret van Moniquet had afgedrukt dat eerder verscheen in de Belgische krant Le Soir.

Hoofdredacteur Jamaï twijfelt er niet aan of het gaat om een gecoördineerde actie van de Marokkaanse autoriteiten om de onafhankelijke pers te bestraffen voor kritische artikelen over het koningshuis, de regering en andere onderwerpen die voorheen taboe waren. 'De rechterlijke macht loopt aan de band van het regime', aldus Jamaï, die in de aanval vooral de hand ziet van het machtige ministerie van Binnenlandse Zaken.

Zes jaar geleden werd Le Journal reeds verboden na de publicatie van enkele regeringsschandalen. Het blad kwam toen na een kleine naamsverandering weer terug op de markt.

'We hebben sindsdien tachtig procent van onze adverteerders verloren. Van die klap zijn we nog steeds niet hersteld', aldus Jamaï. De hoofdredacteur heeft desgevraagd twijfel of de Marokkaanse machthebbers daadwerkelijk de totale ondergang van zijn weekblad nastreven. 'Ons voortbestaan is in zekere zin ook het voordeel voor het regime als bewijs van persvrijheid in Marokko.'

De huidige boete, die in principe ieder moment geïnd kan worden, gaat de financiële reserves van Le Journal ver te boven. 'We hebben geen geld, dus vermoedelijk zal de rechter beslag laten leggen op mijn persoonlijke bezittingen', zegt hoofdredacteur Jamaï.

Gedacht wordt nu aan de mogelijkheid om het geld bijeen te brengen door middel van een vrijwillige bijdrage van de lezers en sympathisanten van het weekblad.

    • Steven Adolf