Parlement Iran wil zo nodig uit NPV

Het Iraanse parlement heeft gisteren gedreigd de regering te dwingen zich uit het nucleaire Non-proliferatie verdrag (NPV) terug te trekken als de de VN-Veiligheidsraad een resolutie aanneemt die Iran gebiedt op te houden met de verrijking van uranium. Het dreigement van het door conservatieven gedomineerde parlement, in een brief aan VN-secretaris-generaal Kofi Annan, is onderdeel van een bredere Iraanse campagne tegen de internationale druk op zijn nucleaire programma. Eerder heeft president Ahmadinejad al gedreigd het Iraanse NPV-lidmaatschap te heroverwegen.

De Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Frankrijk steunen een ontwerpresolutie in de Veiligheidsraad onder hoofdstuk VII van het Handvest van de Verenigde Naties die eist dat Iran zijn verrijkingsprogramma staakt. In de resolutie wordt geen melding gemaakt van sancties om Iran tot naleving te dwingen, maar de verwijzing naar hoofdstuk VII opent de weg naar dwangmiddelen als Iran niet reageert. De westerse permanente leden van de Veiligheidsraad verdenken Iran van een geheim kernwapenprogramma. De andere twee permanente leden, Rusland en China, willen eveneens dat Iran de verrijking van uranium staakt, maar verzetten zich tot dusverre tegen inroeping van hoofdstuk VII.

Iran weigert zijn verrijkingsprogramma te staken, dat het als zijn nationale recht claimt. Als eerste reactie op de internationale druk heeft Teheran al het Additionele Protocol van het NPV opgeschort, dat onaangekondigde inspecties van zijn nucleaire installaties mogelijk maakt. Door opzegging van het NPV zou ook een eind komen aan de reguliere inspecties. Artikel 10 van het NPV stelt ondertekenaars in staat het verdrag op te zeggen als ze menen dat uitzonderlijke ontwikkelingen hun hoogste belangen in gevaar brengen.