Levenslustige oorlogsheld

Carel Steensma, die afgelopen donderdag - op de dag dat we onze oorlogsdoden herdenken - overleed, was een zeer bijzonder mens, en een held bovendien.

Als puber trok deze Friese fabrikantenzoon naar Canada om boer te worden, maar hij werd vlieger bij de KLM. In de meidagen van 1940 schoot hij als jachtvlieger enkele Messerschmidts neer. Hoewel hij en zijn vrouw de risico's beseften, beslisten zij dat hij in het verzet zou gaan. Bij een poging met een bootje naar Engeland te komen werd Steensma gepakt. Zijn rechterbeen werd door een Duitse kogel verbrijzeld: 'De pijn heeft mij na 2 september 1941 nooit meer verlaten.' Hij wachtte meer dan een jaar op de voltrekking van zijn doodstraf, maar het werd Nacht-und-Nebel: Natzweiler en Dachau, waar hij op 29 april 1945 door de Amerikanen werd bevrijd.

Dat Steensma, wiens been in Natzweiler in het geheim door een medegevangene werd geamputeerd, deze kampjaren overleefde, is een wonder. Zelf verklaarde Steensma dat wonder uit zijn vertrouwen in God; de hulp van medegevangenen, zoals die vriend die zijn jas over hem heen legde toen hij rillend van de koorts door de Dachause modder kroop; en zijn belofte aan Tienk om terug te komen. Capto cor surgit: het hart stijgt uit boven de gevangenschap, werd in het kamp zijn lijfspreuk.

Met maar één been kon Steensma niet meer vliegen en evenmin cellospelen, maar hij zeilde tot zijn negentigste. Als directeur Zuidelijk Amerika van de KLM woonde Steensma lang op Bonaire. Na zijn pensionering werd hij directeur van het Nederlands Congrescentrum in Den Haag.

In 1964 volgde Steensma zijn vriend Pim Boellaard op als voorzitter van het Nederlands Dachau Comité. Mede door zijn inspanningen slaagden de ex-Dachauers erin het kamp als lieu-de-mémoire te behouden, wat in die Koude-Oorlogsjaren een prestatie was. Later leidde Steensma de campagne voor het Nationaal Dachaumonument, dat in 1996 in het Amsterdamse Bos werd onthuld in aanwezigheid van prinses Juliana en prins Bernhard, met wie hij bevriend was. Die campagne was moeilijk, omdat het plan om het monument in het Vondelpark te plaatsen weerstand opriep en de bewoners van Amsterdam-Zuid hun afkeer van Steensma's levenslust openlijk lieten blijken.

Wie met Carel Steensma omging, zag wel zijn handig manoeuvreren met de scootmobiel, maar niet zijn pijn. Toen het hem in eigen ogen niet meer gelukte de beminnelijke persoon te zijn die hij wilde zijn, vond Carel het genoeg. Zijn leven was af. Het is een vreugde hem gekend te hebben.

Dr. Jolande Withuis, verbonden aan het NIOD, schreef vorig jaar 'Na het kamp' over de geschiedenis van de kampgevangenen na WO II.

    • Jolande Withuis