Kranten, het gaat om kwaliteit

Zijn de kranten tot de ondergang gedoemd? En kunnen mensen jonger dan dertig geen belangstelling voor diepgang opbrengen? Arjen Rienks ziet kansen.

De oplages van de meeste kranten dalen al jaren. Jonge mensen lezen ze minder, op winst gerichte participatiemaatschappijen kopen ze op en dan is er de invloed van media-adviseurs. De redactie moet diep door de knieën om iedereen te bereiken, met name jongeren, die niet geïnteresseerd zijn in lange verhalen met moeilijke woorden. Men zapt en leest fragmentarisch, dus geen achtergronden en andere ballast alsjeblieft. Ontlezing is gefixeerd: jong niet geleerd, oud niet gedaan. De nieuwe journalistiek lijkt minder om kwaliteit te draaien dan om assertieve meningen en het mengen van emotie en nieuws. Zo luidt het sombere verhaal.

Er zijn feiten en ontwikkelingen die dit verhaal nuanceren. Neem de Amerikaanse uitgever McClatchy, een keten van regionale kranten waaronder de Star Tribune in Minneapolis (oplage 637.000, de 14de krant van de VS) en de Sacramento Bee (332.000). De totale oplage van McClatchy is de afgelopen twintig jaar voortdurend gestegen met navenante bedrijfsresultaten. Hoe kan dat? De president van het bedrijf, Gary Pruitt, in de aandeelhoudersvergadering van 2005: 'De hoeksteen van onze strategie is kwaliteitsjournalistiek.' Kranten van McClatchy wonnen over de jaren dertien Pulitzer-prijzen, de laatste in 2005. Pruitt: 'Verwacht niet dat McClatchy de laatste mediagril zal overnemen, wat wij wel flavor-of-the-month -management noemen.'

McClatchy's resultaten zijn ongeëvenaard in de VS, de totale oplage van alle Amerikaanse kranten bereikte een top in 1993 om daarna terug te lopen naar het niveau van begin jaren tachtig. Maar het bereik onder jongeren blijft goed. Volgens de Newspaper Association of America (NAA) bereiken de kranten op een gemiddelde weekdag 38 procent van de 18- tot 24-jarigen, tegen 52 procent gemiddeld (gebaseerd op telefonische interviews met in totaal 150.000 mensen, 2005). De NAA gelooft dat jonge mensen die geen krant lezen dat later heel goed wel kunnen gaan doen.

Een interessante ontwikkeling is de digitale krant. McClatchy haalt mooie oplages door concentratie op kwaliteit en ongevoeligheid voor modieuze flauwekul. Maar het besefte dat kranten niet langer genoeg zijn en begon met gekoppelde websites. De inkomsten daaruit groeien hard. Volgens de NAA is het totale krantenpubliek in de VS met 12 procent vergroot door elektronische edities; 60 procent van de mensen die online nieuws lezen, bezoeken websites van kranten. De effecten zijn sterker bij jonge mensen (44 procent van de bezoekers van de krantenwebsites is jonger dan 34).

Veel Nederlandse dagbladen hebben intussen digitale abonnementen. Die zijn klein maar groeien als kool. Uitgever PCM stelt dat alle vormen van abonnementen bij elkaar nu een stijging laten zien van de oplages van NRC Handelsblad, Trouw en de Volkskrant. PCM investeert al jaren in de websites, maar misschien is er nu een keerpunt door betere aansluiting met het papier, de doorbraak van het goed leesbare platte beeldscherm en draadloos internet, en de lage prijzen. Een jaar NRC Handelsblad op papier kost 290 euro, een jaar op beeldscherm 100 euro. Het prijsverschil suggereert overigens dat drukken en bezorgen van papier en niet de journalist de belangrijkste kostenpost van het krantenbedrijf vormen.

In Nederland is het bereik van de dagbladen volgens het tijdsbestedingsonderzoek van het SCP in de groep 12-19 jaar slechts 21 procent (2000). Maar de NOM Printmonitor (2002-2004) becijfert het bereik onder 13-24-jarigen op 62 procent (inclusief de gratis Spits en Metro). Volgens de Dagblad Monitor 2005 (Newcom Research & Consultancy) zegt 40 procent van de jongeren zeker later een krant te willen gaan lezen, 45 procent waarschijnlijk.

De conclusies zijn voorbarig dat sprake is van groeiende desinteresse voor diepgang en dat versimpeling noodzakelijk is. Een alternatieve verklaring is dat tijdgebrek een grotere rol speelt dan desinteresse en dat jonge mensen minder bereid zijn te betalen voor het nieuws, omdat dat niet meer hoeft. Het Algemeen Dagblad volgde het advies tot vereenvoudiging op en de oplage is verder gedaald. Bovendien leidt een krimpende bevolking tot krimpende oplages.

De expertise van de betere krant is betrouwbare informatie, analyse en achtergronden. De online krant, met de betrouwbaarheid van de papieren krant maar een lage prijs, is de missing link met het 'nieuwe' publiek. De internet-stijl is kort en kernachtig en past beter bij mensen met weinig tijd, maar dat kan uitstekend met behoud van kwaliteit en diepgang. Papier verdwijnt niet, de nieuwe nrc.next is een voorbeeld van 'oud' papier met zo'n 'nieuwe' stijl, al ligt de vervlakking altijd op de loer. Toegeven aan 'verdomming' wegens dalende oplages is echter een vergissing, want oppervlakkige media zijn gratis.

Arjen Rienks is freelance journalist en beleidsonderzoeker.

    • Arjen Rienks