Jongens, meisjes - alle Zwitsers paniniën

Complete razernij. Drie kleine kinderen - zeven, zes en vier - komen schreeuwend uit school. Smijten hun tassen in een hoek. Eentje eindigt er huilend op de bank en zegt alleen nog 'Merde!' De tweede zet keihard muziek aan in zijn kamer. De derde staat in de keuken te gillen dat ze vanavond niks wil eten.

Er heeft zich een ramp voltrokken: de voetbalplaatjes waren vanmiddag uitverkocht. Zwitserland is in de ban van de 'Panini's', kleine blauwe zakjes met daarin vijf stickers van voetballers die meedoen aan het WK in Duitsland in juni. Eén zakje kost hier 90 centimes (ongeveer 60 cent). Om een heel album volgeplakt te krijgen, heb je 596 plaatjes nodig.

Volgens Panini, de Italiaanse producent die hier in de jaren zestig mee begon, worden er nergens ter wereld zoveel zakjes verkocht als in Zwitserland. Ze zijn in 110 landen te koop, maar Zwitserland is goed voor tien procent van de totale omzet. In 2002, tijdens het vorige WK, werden er in Zwitserland 245 miljoen verkocht - ruim drie keer zoveel als in Italië, waar veel meer mensen wonen.

Sinds een van de vier Zwitserse Panini-distributeurs een paar weken geleden de eerste plaatjes voor dit WK vroegtijdig op de markt bracht (een Nationaal Schandaal; de andere drie zijn onmiddellijk een rechtszaak begonnen), is de totale gekte uitgebroken. Speelgoedwinkels zetten ruilbeurzen op, waar kinderen op woensdagmiddag plaatjes ruilen die ze dubbel hebben. De rijen staan tot op de stoep - jongens én meisjes, trouwens, die ook op het schoolplein al niets anders meer doen dan 'paniniën'. Kranten, omroepen en particulieren zijn Panini-blogs begonnen, waarop vele duizenden mensen bloedserieus tientallen, soms honderden nummertjes intikken van plaatjes die ze willen hebben en kwijt willen.

Denner, een supermarktketen, biedt de plaatjes deze week zelfs onder de prijs aan. En overal in het land rijden mensen panisch van de ene kiosk naar de andere om voor zichzelf of hun kinderen blauwe zakjes te zoeken. Sommigen willen daar best een extra blokje voor om: vorige week vertelde de moeder van een negenjarig jongetje uit Genève dat ze er helemaal voor naar Neuchâtel was gereden. Over de snelweg was ze er in een uur. Net op tijd om daar wat zakjes te scoren.

De panini-manie, zoals de kranten het fenomeen op de voorpagina's beschrijven, heeft weinig met voetbal te maken. Voetbal is populair in Zwitserland, maar skiën komt toch echt op de eerste plaats. Het nationale elftal mag zich voor het eerst in twaalf jaar voor het WK gekwalificeerd hebben, maar bereikt in de regel weinig. Het Zwitserse verkeersbureau zag er dit jaar dan ook geen been in om echtgenotes van voetbalgekke buitenlanders naar de Alpen te lokken met plaatjes van koeienmelkend en bergbeklimmend mannelijk schoon, en de slogan: 'Geachte dames, waarom gaan jullie deze WK-zomer niet daarheen waar de mannen minder om voetbal geven en meer om jullie?'

Sportsociologen weten zich geen raad met de Panini-obsessie. Fabien Ohl, een Fransman aan de universiteit van Lausanne, gooit het op de commercie. 'Voor kinderen zijn voetbalplaatjes net zoiets als Pokémon. Een beetje knappe marketing, en iedereen doet eraan mee. Voor de ouders is het pure nostalgie. Zij herinneren zich hun eigen albums, toen ze zelf klein waren. En kopen alle plaatjes die hun kinderen willen hebben.' Om een album compleet te krijgen, moet je voor minstens 180 frank (120 euro) aan plaatjes kopen. Een dure grap, als je een paar kinderen hebt.

Christophe Jaccoud van het Centre International d'Étude du Sport in Neuchâtel zoekt de verklaring evenmin in het voetballen zelf. 'Zwitserland is altijd een zegeltjesland geweest. Nestlé en Suchard laten mensen al honderd jaar plaatjes sparen. Ik spaarde vroeger filmplaatjes. Mijn vader heeft nog albums uit de jaren veertig. Er is weinig nodig om de natie op hol te krijgen. Je adverteert flink, je distribueert er elke week net te weinig - et voilà.'

Een pomphouder die per dag rustig 2500 zakjes verkoopt - als hij nog voorraad heeft -, vertelt dat mensen er soms zestig tegelijk aanschaffen. 'Voor de kinderen, zeggen ze. Maar dan zie je die gloed in hun ogen. En dan weet je dat maar één ding telt: het genot van het laatste plaatje inplakken. Dat kennen ze nog van vroeger.'

'1970, WK Mexico', roept een zwangere vrouw die haar benzine komt afrekenen. 'Ik was zes. Ik heb dat album nóg.'

'Plaatjes, mevrouw?' zegt de pomphouder meteen.

'Nee', zegt ze. En, wijzend op haar buik: 'Maar bij het volgende WK is de kleine drie. Dan koop ik uw hele voorraad op. Kamme niet schelen wat het kost.'

    • Caroline de Gruyter