Johann Wilhelm Wilms

'Beethoven schijnt zich lovend uitgelaten te hebben over de muziek van Johann Wilhelm Wilms (1772-1847), een Duitse componist uit Witzhelden, die er tijdens een plezierreisje door Nederland achterkwam dat hij zich hier zo thuis voelde, dat hij besloot voorgoed te blijven. Hij vestigde zich in Amsterdam, trouwde met een dame uit de betere kringen en kreeg allerlei baantjes in het Nederlandse muziekleven. Hij trad op als pianist in de salons, speelde als fluitist in orkesten en gaf pianoles bij rijke Joodse families. Ook schreef hij het beroemde Wien Neêrlandsch bloed. Zijn muziek werd regelmatig uitgevoerd in het Paleis voor Volksvlijt aan het Amsterdamse Frederiksplein, dat in 1929 tot de grond toe afbrandde.'

© Jorgen Krielen-Diemen 07-05-2006/ Jan-Willem de Vriend Krielen, Jorgen

Deze week dirigeert violist en dirigent Jan Willem de Vriend, oprichter en artistiek leider van het Combattimento Consort Amsterdam, bij het Orkest van het Oosten de Zesde symfonie van Wilms. Met dit werk won Wilms in 1820 de eerste prijs op een concours van het Genootschap voor Schoone Kunsten te Gent. Wilms schreef zijn vroeg-romantische muziek voor orkesten als Felix Meritis en Eruditio Musica, waarmee hij ook als pianist optrad. Als componist was Wilms geen vernieuwer, maar hij had een fijne neus voor de muziek van zijn tijd, blijkt uit zijn zeven symfonieën.

'Niet iedereen kan een Haydn, Mozart of Beethoven zijn. Dat waren hemelhoge genieën, en tot die categorie behoort Wilms zeker niet. Maar dat betekent nog niet dat zijn muziek niets voorstelt. Toen Beethoven in de tijd dat Wilms in Amsterdam woonde een prijs won van de Amsterdamse Muziek Sociëteit, schreef hij aan uitgever Breitkopf: 'Dann muss ich herzlich lachen.' Het Nederlandse muziekleven, dat gedomineerd werd door Duitse componisten als Wilms, stelde in de ogen van Beethoven weinig voor. Maar de vakman in Wilms kon hij wel waarderen.

'In de Zesde symfonie van Wilms klinkt de tijdgeest door, componisten als Moscheles en Ries hebben er hun sporen in nagelaten. De langzame inleiding is geïnspireerd op Haydn, terwijl het Scherzo een beetje Beethoveniaans aandoet. Het hoofdthema van de Finale lijkt weggeplukt uit Mozarts strijkkwartetten. Ook de opbouw van dit deel, met twee violen die zich langzaam uitbreiden tot het hele orkest, doet aan Mozart denken. Wilms' Zesde symfonie heeft ook iets van de jonge Schubert, en de Mendelssohn van vóór de Midzomernachtsdroom. En in heftige passages klinkt de 'Sturm und Drang' van Carl Philip Emanuel Bach, die uitgevonden had dat elk deel in de muziek meerdere affecten tegelijk kon verklanken, voor de 18de eeuw heel shockerend en vernieuwend. Zelfs Beethoven had grote bewondering voor deze Bachzoon, die uitblonk in contrasten en flitsende tempi.

'Origineel aan de muziek van Wilms is zijn eigenaardige, breed uitgesponnen gevoel voor proporties. Alsof hij zijn gezapige publiek de tijd wilde geven een praatje te maken, alvorens tot de doorwerking over te gaan. Opvallend mooi zijn de instrumentaties van Wilms, die zijn muziek kleurde met koper. Daarin wees hij vooruit naar de Romantiek. Zijn klankpaletten, zangerige thematiek en contrapuntische passages, verraden de hand van de meester.'

Orkest van het Oosten met muziek van Haydn, C.P.E. Bach en Wilms: 10/5 20 uur De Meenthe Steenwijk; 11/5 20.15 uur De Voorvechter Hardenberg; 12/5 20 uur De Reggehof Goor. Inl.: www.orkestvanhetoosten.nl

    • Wenneke Savenije