Hoge Raad opent zich

De strafkamer van de Hoge Raad der Nederlanden blijkt te worden bemand door raadsheren die als privé-persoon overwegend kritisch oordelen over de repressieve inslag van veel nieuwe wetgeving. Zij zien 'verharding' van het strafklimaat en maken zich zorgen over de burgerlijke vrijheden, ook over die van verdachten. Hun particuliere voorkeur gaat uit naar politieke partijen in het midden of links daarvan, zo bleek zaterdag in een reportage in het maandblad M.

Maar in hun arresten lopen zij politie en justitie juist niet voor de voeten bij het bestrijden van de criminaliteit. De strafkamer is dus in de Angelsaksische zin van het woord 'liberaal' bemand, maar oordeelt toch repressief. De cassatie-advocatuur klaagt bijvoorbeeld breed over de toegeeflijkheid van de Hoge Raad voor fouten van justitie. In de wetenschap noemt men de Raad inhoudelijk eerder te bleek. Binnen het college blijken sommigen te pleiten voor meer durf om juridisch en dus maatschappelijk eens 'een punt' te maken. Die behoefte wordt door de meerderheid kennelijk weerstaan. De Hoge Raad leidt dus een tamelijk anoniem bestaan.

Het is dan ook tamelijk overdreven dat parlementariërs van CDA en VVD dit weekend de hoogste rechters terugfloten, nadat een aantal eigen meningen van sommige rechters waren gepubliceerd. Deze waren overigens gematigd van toon. Men heeft 'moeite' met sommige wetten, vreest voor 'doorschieten', bepleit 'extra voorzichtigheid' of ziet een stap die 'wel eens te ver zou kunnen gaan'. Parlementariërs beten meteen terug. Zij zien gebrek aan onbevangenheid bij deze rechters, overschrijding van hun competentie en noemden hun uitspraken zelfs riskant.

Als het stof weer is gedaald, is het de moeite waard de rol van de Hoge Raad in het staatsbestel opnieuw te bekijken. Er ligt een complete agenda aan kwesties. Waarom mag de Raad niet ook toetsen aan de eigen grondwet? Is cassatie, de zeer terughoudende toetsing van alleen het recht en niet de feiten, nog van deze tijd? Moet de Hoge Raad zelf zaken opnieuw beoordelen, dus ook inhoudelijk, als daar reden voor is?

Onmiskenbaar zet de hoogste rechter van ons land zelf de deuren open. Niet alleen voor een enkel krantenartikel, maar ook voor dit debat. Men is er zelf aan toe, uit een zeker ongemak. Is de Raad nog wel bij de tijd? De opmars van media-invloed, europeanisering, snelle veranderingen in het strafrecht et cetera. Een eerste kleine stap naar openheid is gezet. De drie kamers van de Hoge Raad krijgen elk een eigen pers-raadsheer. De Hoge Raad gaat nu zèlf uitleggen wat hij heeft bedoeld. Daarmee wordt erkend dat het vonnis zelf, noch de 'samenvatting voor de pers' volstond. Dit is een stap in de goede richting. Weliswaar laat, maar toch toe te juichen.

Het zou nog veel beter zijn als de Hoge Raad het debat in de raadkamer echt laat zien, door ook de afwijkende meningen te publiceren. Dan kan de samenleving de raadsheren die repressie de voorkeur geven boven waarborgen voor de verdachten, ècht volgen. Dat past in een open samenleving, waar verantwoording en transparantie domineren en de beslotenheid van het poldermodel achterhaald is geraakt. En dan hoeft niemand verrast te zijn door het volkomen natuurlijke feit dat rechters als burger ook èigen opvattingen hebben.