Eerherstel premier, 64 jaar na executie

In Praag heeft gisteren, 64 jaar na zijn executie, de vroegere premier Alois Eliás een staatsbegrafenis gekregen op een erebegraafplaats.

Eliás was een van de meest paradoxale persoonlijkheden in de jongste geschiedenis van Tsjechië. Hij was een generaal met een grote staat van dienst (onder andere in het legendarische Tsjechische Legioen). Begin jaren dertig werd hij medewerker van de latere president Edvard Benes. In 1939 werd Eliás benoemd tot premier van het Protectoraat Bohemen en Moravië, de 'Tsjechische' helft van het door de nazi's bezette en opgedeelde Tsjechoslowakije. Het protectoraat was een pseudo-onafhankelijke marionettenstaat van de nazi's en Eliás kon worden gezien als de chef-collaborateur van die marionettenstaat.

In werkelijkheid was hij in het geheim een van de grondleggers van het verzet van de Tsjechen tegen de Duitse bezetting en onderhield hij geheime contacten met de Tsjechoslowaakse regering in ballingschap (van Edvard Benes), in Londen. Hij was onder andere betrokken bij een moordcomplot van het verzet tegen zeven belangrijke nazi-journalisten; vier van hen stierven.

De nazi's ontdekten Eliás' activiteiten en in oktober 1941 werd hij door de Gestapo gearresteerd. Hij werd wegens hoogverraad ter dood veroordeeld en, 51 jaar oud, op 19 juni 1942 door een vuurpeloton geëxecuteerd - een afloop die hij had voorzien toen hij tot premier werd benoemd: 'Als ik de post weiger, gaat die naar een smeerlap. Als ik hem accepteer, ontkom ik niet aan de strop.'

Na de oorlog kwamen in Tsjechoslowakije de communisten aan de macht. Zij zagen Eliás als verrader en collaborateur en zijn naam bleef taboe. Pas gisteren kwam eerherstel. De urn met de as van Eliás, die 64 jaar lang was bewaard door zijn weduwe en, na haar dood, een vriend, werd bijgezet bij de graven van andere Tsjechische helden. 'Alois Eliás stierf als soldaat, met moed, en met het geloof in een rechtvaardig oordeel door de geschiedenis', zei de Tsjechische premier Jirí Paroubek.