Ed Spanjaard in zijn element bij Nieuw Ensemble

Het Nieuw Ensemble viert dit jaar zijn vijfentwintigjarige bestaan. Chef-dirigent Ed Spanjaard staat al vrijwel sinds het begin voor het gezelschap en kreeg dus carte blanche om zijn droomprogramma samen te stellen. Als 'keuze van de chef' werd het resultaat gepresenteerd, met twee klassiekers en drie wereldpremières.

Spanjaard zelf staat midden in een imposante dirigentencarrière. Hij werkt met de beste orkesten en ensembles, in de mooiste zalen, en hij dirigeert álles, van opera tot de muziek van Spinvis, met hetzelfde oog voor detail en de grootste overtuigingskracht.

Dat het Nieuw Ensemble hem hierbij toch het meest na aan het hart ligt, bleek uit zijn warme herinneringen in het programmaboek, een constant stralend gezicht tijdens het concert, en vooral uit zijn programmakeuze. Afgezien van Boulez' Eclat stonden er nauwelijks echte dirigentenstukken op het programma. Juist het ensemble kreeg ruim baan zich van zijn beste kant te laten horen.

Dat bleek meteen al in Weberns Fünf Stücke für Orchester, op. 10, die door de levendige ensembleklank iets organisch, doorleefds kregen, waar vaak juist het kristallijne overheerst. Spanjaard stond garant voor transparantie en exactheid.

In Klaus Langs Die drei goldene Schatten, een opdrachtwerk, hoefde de chef nog slechts rustig de maat te slaan, één hand werkeloos naast het lichaam. Een beschroomde altfluit draagt een extreem vertraagde melodie in een langgerekt schaduwspel tussen pianissimo en nóg zachter. Toch houdt Lang met subtiele middelen - kleine arpeggio's op harp of gitaar - steeds het bewustzijn van de voortschrijdende tijd in stand. 'Tijdloos luisteren' is er niet bij; je wordt gedwongen het stuk in al zijn lengte en langzaamheid te beleven.

Een wat merkwaardig programmaonderdeel was Otto Kettings nieuwe liederencyclus The curious Music that I hear, op teksten van Robert Louis Stevenson, die prachtig maar wel wat gelijkmatig werd gezongen door sopraan Machteld Baumans.

Het werk is vakkundig gecomponeerd, maar suggereert met zijn geparfumeerde harmonieën toch vooral dat er sinds Debussy niets interessants meer is gecomponeerd. Het Nieuw Ensemble, op zijn allereerste concert nog door Ketting gedirigeerd, staat zo ongeveer voor het tegendeel.

De muziek is beeldend: de wind wervelt in The Wind, loden soldaatjes marcheren door The Land of Counterpane. Als Ketting op de woorden 'The children sing in far Japan' met een erbarmelijk clichématig pentatonisch loopje op de mandoline komt, blijkt echter dat hij weinig heeft meegekregen van de blikverruimende niet-westerse programma's van het Nieuw Ensemble.

Spanjaards grootste gok was een compositieopdracht aan Peter de Jong, alias Spinvis, die in 2002 doorbrak met zolderkamertjesmuziek in het zelfbenoemde genre 'singer-sampler-songwiter'. Muziek met weinig pretenties en veel poëzie. Het Hertenkoor is, als compositie voor ensemble, een nieuwe stap in de bliksemcarrière die De Jong sindsdien opbouwde.

Zelf vertolkte hij de ik-figuur die een sprong wil maken, aarzelt, het toch doet, en dan in een bos terechtkomt waar de herten voor hem gaan zingen.

Het ensemble volgde nu weer het spraakritme, en was dan weer vrijer en beeldender, bijvoorbeeld tijdens de wat te vaak herhaalde sprong. Het was echter vooral de tekst die het stuk de moeite waard maakte, zoals in een passage met opgefokte zinnetjes uit het dagelijks leven ('ik zag je echt wel kijken, vriend').

In Eclat van Boulez, gekoesterd repertoirestuk van het Nieuw Ensemble, trekt de componist als een poppenspeler motiefjes uit de musici. Spanjaard deed het met gezag, de musici reageerden alert en virtuoos. Hier was het Nieuw Ensemble op zijn best, en Ed Spanjaard volledig in zijn element.

Concert: Nieuw Ensemble o.l.v. Ed Spanjaard, met Machteld Baumans (sopraan) en Spinvis. Gehoord: 6/5 Muziekgebouw aan 't IJ, Amsterdam. Herh.: 24/5 Utrecht, 17/6 Maastricht. Radio 4: 17/6 20.02 VPRO.
    • Jochem Valkenburg