Democratie, op het anarchistische af

Met de ene na de andere vernieuwing, is internet weer van de gebruiker.

Maar heeft Web 2.0 de toekomst of is het de nieuwe zeepbel?

'Web 2.0?', reageerde een vriend die ik vertelde dat ik een artikel over 'het nieuwe internet' aan het schrijven was. 'Wat is dat, moet je dat downloaden? Nou, ik denk niet dat ik mee ga doen. Ik sla even over.'

Maar hij doet er al aan mee. Vrijwel iedereen doet er al aan mee. Alleen weten de meeste mensen nog niet dat wat zij doen, Web 2.0 heet. Maar dat duurt niet lang meer, want Web 2.0 is het nieuwe buzzwoord in het bedrijfsleven. Wie niet tijdig inspringt op de trend van Web 2.0 - ik zeg het nog maar een keer: Web 2.0, Web 2.0! - mist misschien wel gigantisch de boot.

Alleen, wat is het? Dat is nog niet zo eenvoudig uit te leggen, want Web 2.0 is een fuzzy concept - een verzamelnaam voor een aantal samenhangende ontwikkelingen op internet. Kernidee: op het web is de macht weer aan de gebruikers, aan ons dus, want dankzij allerlei nieuwe technologieën kunnen we eenvoudig en vaak gratis informatie, muziek, films, vrienden en software delen - Web 2.0, kortom.

Denk aan web-encyclopedie Wikipedia. Denk aan online volksfotoalbum Flickr.com. (De oprichters van beide bedrijven stonden vorige week in de Time-lijst van honderd invloedrijkste mensen ter wereld.) Denk aan vriendendeelsite Hyves, muziek- en filmdeelsite MySpace, bel- en chatprogramma Skype; denk vooral ook aan meer-dan-een-zoekmachine Google.

Maar is Web 2.0 nou echt iets radicaal, geld belovend nieuws, of is het een hype - of allebei?

Eerst maar wat geschiedenis. Het internet beloofde al eerder gouden bergen, eind jaren negentig. Die 'bubble' barstte. Veel minder mensen dan men dacht zaten te wachten op websites vol advertenties en onveranderlijke 'content' - zó Web 1.0, zó dotcom, vindt men die nu. Investeerders en bedrijven trokken zich massaal terug. Als je in die tijd moest vertellen dat je websites bouwde, schreef webdesigngoeroe Jeffrey Zeldman (van www.alistapart.com) onlangs, kon je beter liegen dat je beroepshalve bij speelpleintjes rondhing om geld van kleine kinderen te stelen - kreeg je meer respect mee.

Maar er bleven natuurlijk ook gewoon mensen op internet, zegt Erwin van der Zande, de hoofdredacteur van Nederlands eerste techlifestyle-tijdschrift Bright. Om te beginnen de grote massa van gebruikers. Wij bleven mailen en zoekmachines gebruiken, want het begon net duidelijk te worden hoe handig dat was, gebarsten bubble of niet. En de bedrijven die vonden 'dat je toch een website moest hebben', maar daar geen grote winst meer van verwachtten, of die wachtten op betere tijden.

Daarnaast bleven de techies, natuurlijk - de nerds, de geeks, hoe je ze wilt noemen. Die hackten, wisselden illegaal muziek uit, en verbeterden van alles aan het programmeren voor internet. Zij waren de eersten met weblogs en als ze vonden dat er iets handiger kon - dat je niet zelf bij elke 'post' met de hand de codes voor een datum of een kopje hoefde in te tikken, bijvoorbeeld - dan schreven ze daar een scriptje voor, zoals ze overal scriptjes voor schreven. En ze bedachten nieuwe zoekmethoden gebaseerd op wat wij gebruikers goede sites vinden; daar zijn de jongens van Google rijk mee geworden.

Ook creëerden ze programma's die niet op je eigen computer draaiden, maar op internet, zodat je geen geheugenruimte kwijt bent en overal kunt doorgaan met wat je aan het doen was. Bekend zijn webmailsites als Hotmail, maar er zijn bijvoorbeeld ook tekstverwerkers die helemaal op internet staan. Het internet werd immers toch steeds breedbandiger en de techies ontwierpen programmeertechnieken (met namen als AJAX en Ruby on Rails) die nodig waren om ervoor te zorgen dat bijvoorbeeld niet de internetpagina ververst moet worden zodra je een woordje cursief maakt. Dat programmeerwerk was 'open source', natuurlijk: iedereen programmeerde anarchistisch en vooral vrolijk met elkaar mee. Zo luiden de programmeerprincipes van Ruby Don't Repeat Yourself en Convention over Configuration oftewel DRY-COC, wat als je het in het Engels uitspreekt, 'droge lul' betekent.

Tot slot waren er bedrijven die (aanvankelijk tegen de tijdgeest in) winst bleven maken, zoals Yahoo, Amazon, de Internet Movie Database, marktplaats.nl. Daardoor begon duidelijk te worden wat er succes heeft op internet: gratis sites waarbij de informatie op het web staat in plaats van op je computer, informatie die je deelt met anderen en die je gemakkelijk zelf kunt aanvullen - gebruiksgemak boven alles.

Het is die combinatie van ontwikkelingen die computerboekenuitgever O'Reilly en technologiebedrijf MediaLive er in 2004 toe brachten een (nu jaarlijks) Web 2.0-congres te organiseren. De term Web 2.0 zoemde toen al zo'n beetje rond (net zoals inmiddels de term Bubble 2.0 rondzoemt), maar Tim O'Reilly eigende zich hem officieel toe. Hij had trouwens ook officieel een pak gekocht voor het congres, schreef Paul Graham (bouwer van het allereerste 'web based' programma en van de meest gebruikte spamfilter-methode) verbaasd, maar dat kwam goedkoop uit Thailand.

En is Web 2.0 nu echt nieuw of niet? Het lijkt sterk op een terugkeer naar de internet-idealen uit de allereerste begintijd: democratisch op het anarchistische af, socialistisch op het communistische af. Het is gewoon het oorspronkelijke internet dat weer bovenkomt, zegt Paul Graham. Ja, maar er is ook echt een aardverschuiving aan nieuwe ontwikkelingen, zegt Erwin van der Zande van Bright. Zo sluit hij niet uit dat Google straks met een Windows-vervangend web based operating system komt. Microsoft werkt alvast aan zijn tegenaanval: webplatform Windows Live.

Wij, de gebruikers, winnen sowieso. Maar moet het grote geld nu massaal in Web 2.0-bedrijfjes gaan investeren of bang zijn voor Bubble 2.0? Tja. Meer dan ooit geldt dat iedereen tegelijk aan dezelfde ideeën werkt, waarschuwt webdesignkenner Jeffrey Zeldman. Zelf slaat hij Web 2.0 net als die vriend van mij dus maar even over. 'I'm cutting out the middle man and jumping right to Web 3.0. Why wait?'

Remmelt Otten