Cuba ligt ergens tussen China en Noord-Korea in

Het Cubaanse internet is alles behalve vrij, toch vinden steeds meer Cubanen hun weg tot het web.

Vanavond wordt in Utrecht gedebatteerd over het gevaar van internet voor het Castro-regime.

Alleen Cubanen die Fidel Castro (rechts) trouw zijn hebben een internetaansluiting thuis. Foto AP From left: Commanders from the Cuban Revolution Guillermo Garcia, Ramiro Valdes, Juan Almeida and Cuban President Fidel Castro attend a ceremony outside of the U.S. Interests Section in Havana, Cuba, Friday, Feb. 24,2006. Castro saluted solemnly on Friday as cannon fire reverberated across Havana Bay and a forest of huge Cuban flags were raised outside the American mission to remember Cuba's 1895 War of Independence.(AP Photo/ Javier Galeano) Associated Press

Soms duurt het een paar weken voordat je antwoord krijgt, maar e-mailen met vrienden in Cuba gaat best.

Slechts een enkeling op het eiland is het gegund thuis een internetaansluiting te hebben. Dat privilege is voorbehouden aan mensen die, volgens de Communistische Partij, onvoorwaardelijk trouw zijn aan Fidel Castro en diens Cubaanse Revolutie (1959).

Op universiteiten en in staatsbedrijven bestaat ook internet. Maar dat verschaft slechts toegang tot het intranet Mi Isla, dat gezuiverd is van subversieve, anti-revolutionaire websites. Pc's en andere hardware zijn op Cuba bovendien amper verkrijgbaar. Vanavond vindt in Utrecht een debat plaats onder de naam 'WWW ook in Cuba. Onhoudbaarheid van censuur'.

Cuba (elf miljoen inwoners) kent wel enkele tientallen internetcafés. Met één hoge drempel: de prijs. Voor een uurtje traag surfen is een prepaid-kaart vereist die zes dollar kost. Een gemiddeld Cubaans staatssalaris bedraagt elf dollar, per maand. Alleen Cubanen die via een baantje in de toeristensector, het ritselcircuit of familie in Miami over meer dollars beschikken, kunnen zich zo'n prepaid-kaart veroorloven.

Bij de aanschaf van de kaart wordt ook de identiteit van de koper genoteerd. 'Via de proxy-server kan meegekeken worden wie welke site opvraagt en wat er in e-mails staat. Dit leidt tot de meest effectieve vorm van censuur: zelfcensuur', vertelt Oscar Ovisiedo telefonisch.

Midden jaren negentig was Ovisiedo als it-deskundige verantwoordelijk voor het opzetten van het Cubaanse web. Nadat het internet hem 'de ogen opende', verloor hij het geloof in de Revolutie. Sinds 2002 woont hij met zijn familie in Miami.

Castro besloot tot aansluiting op het wereldwijde web tijdens een zware economische crisis, veroorzaakt door het wegvallen van de Sovjetsteun na 1991. Cuba ging toen voorzichtig experimenteren met kapitalisme. Onder meer massatoerisme moest het noodlijdende regime van buitenlandse deviezen gaan voorzien. E-mail bleek onontbeerlijk voor het verkopen van, bijvoorbeeld, hotelreserveringen. 'Qua internetvrijheid zit Cuba nu ergens tussen de Chinese en Noord-Koreaanse situatie in', zegt Ovisiedo.

Cubanen zijn na 47 jaar revolutie echter innovatief geworden in het omzeilen van alle staatscontrole. Ze geven bijvoorbeeld mailtjes op floppy mee aan mensen die thuis of op hun werk wel kunnen mailen. Om die behulpzame postbode niet in de problemen te brengen, zullen ze echter wel oppassen er iets 'subversiefs' in te zetten.

Daarnaast kent het land een groeiende groep fanatieke hackers, zogeheten informaticos. Op de zwarte markt hebben zij een levendige handeltje in inlogcodes en wachtwoorden.

In de praktijk weten (vooral jonge) Cubanen hun weg tot het web dus wel te vinden. Het regime is deze uitzondering op zijn informatiemonopolie al vaak een doorn in het oog. De door de staat gecontroleerde media hebben zich niet voor niets gespecialiseerd in gortdroge propaganda, gericht op verheffing van het volk en instandhouding van het regime.

Internet heeft bovendien een veel grotere aantrekkingskracht dan de eerdere inbreuken op het mediamonopolie: de paar gedoogde bisschoppelijke bulletins, enkele illegale dissidentenblaadjes en de pro-Amerikaanse propagandazenders die de VS naar het eiland proberen te stralen.

Webbouwer Ovisiedo meent desondanks dat het regime het potentiële gevaar van internet overschat. Hij verwijst als voorbeeld naar het eveneens moderne fenomeen schoteltelevisie. Vooral in de hoofdstad Havana ontvangen hele huizenblokken op semi-clandestiene wijze Amerikaanse satelliet-tv. Ovisiedo: 'Maar waar stemt men op af? Niet op CNN of Fox News. Iedereen kijkt de hele dag naar telenovelas, clipzenders en amusementshows.' Het regime treedt bewust maar mondjesmaat tegen de schotels op. Tevreden tv-kijkers zijn immers geen onruststokers.

Debatteer mee in Café Oosterkade, Oosterkade 18. Met gratis Cuba Libre en voor 10 euro een Cubaanse maaltijd. Aanvang: 19.00 uur. Info op www.tumultdebat.nl

LAFF, nog t/m 10 mei in het Louis Hartlooper Complex, Utrecht, zie www.laff.nl