Copyright voor kunstenaars

Het gebruik van internet vraagt om een nieuw soort auteursrecht.

Met een Creative Commons licentie geef je aan wat er met je kunst mag gebeuren.

Creative Commons licenties zijn wereldwijd geldig.

Een geluidsample van een Indonesische gamelan inmixen in een nieuw hiphop-nummer? Het kan online. De VPRO stimuleert met '3voor12 Plundert Musea' de bewerking van oude ingrediënten tot nieuwe creaties. De samples zijn afkomstig van het Wereldmuseum in Rotterdam, dat met de omroep samenwerkt om hun collectie te ontsluiten voor hergebruik, met behulp van zogenoemde Creative Commons licenties.

In het internettijdperk is iedereen auteur: men publiceert blogs, foto's, muziek en downloadt al dit soort zaken ook weer van andere makers. Het verschil tussen producent en afnemer verdwijnt hiermee en dat vraagt om nieuwe manieren van regulering van auteursrecht. Eind jaren negentig ontstonden er 'open content'-licenties: die kwamen voort uit het idee van 'open source': vrij te gebruiken en modificeren software als de webbrowser Mozilla en het besturingssysteem Linux.

De meest flexibele alternatieve copyrightlicenties voor creatief werk zijn op dit moment die van Creative Commons (CC), geesteskind van Stanford-hoogleraar Lawrence Lessig. Hij richtte in 2001 een niet-commerciële organisatie op, die eenvoudige licentieteksten schreef die niet conflicteerden met het geldende auteursrecht, en ze online zette.

Door het plaatsen van een icoontje bij een foto, tekst of muzieknummer, dat linkt naar een licentie, kan een auteur zelf bepalen onder welke voorwaarden hij het werk online - maar ook op papier - publiceert. Hij kan er voor kiezen zijn werk te laten hergebruiken, behalve voor commercieel gebruik, of bijvoorbeeld alleen met naamsvermelding. De meest idealistische variant is dat het werk onderdeel wordt van het publieke domein.

Wereldwijd zijn er nu naar schatting 20 miljoen CC-licenties op internet en meer dan 110.000 in Nederland. Net als in de VS en in 28 andere landen, waaronder Duitsland, Japan en Brazilië, sluiten ook bij ons de licenties aan op het geldende auteursrecht; ze zijn geen vervanging, maar een alternatieve manier om van het auteursrecht gebruik te maken.

In Nederland hebben het Instituut voor Informatierecht van de Universiteit van Amsterdam, Stichting Nederland Kennisland en De Waag Society de taak om Creative Commons bekend te maken. Paul Keller van De Waag, coördinator van het Creative Commons-team Nederland, legt uit waarom dat belangrijk is. 'Ten eerste is er de ideële reden. Deze licenties maken mogelijk dat iedereen de op het net beschikbare kunstuitingen kan modereren, wijzigen, bewerken. Als het is toegestaan voort te borduren op werk van anderen, ontstaan er dingen die normaal niet mogelijk zouden zijn.'

Een tweede reden is de maatschappelijke verplichting tot openbaarmaking. Keller: 'Organisaties zoals de onze, maar ook musea en bibliotheken worden grotendeels gefinancierd door overheidsgeld. Eigenlijk zou alles wat wij maken toegankelijk moeten zijn voor de belastingbetaler.'

Dan is er volgens Keller ook nog een praktisch aspect aan de popularisering van deze manier van het regelen van auteursrecht. 'Creative Commons lossen het probleem van 'orphan works' op: werken waarvan de maker niet te traceren is, omdat hij bijvoorbeeld is overleden.' Met een CC-icoon is het niet meer nodig om tevergeefs de auteur te zoeken.

Door de open source gedachte achter Creative Commons worden de licenties al tijden gebruikt door (media)activisten en onafhankelijke geesten, zoals www.transmission.cc, een uitwisselingssite voor video's over mensenrechten. En webencyclopedie Wikipedia werkt met vergelijkbare open-content-licenties. Maar ook kunstenaarscollectieven als Texelse Boys: afgelopen jaar maakte het op Lowlands met festivalbezoekers een sms-roman, waarbij iedereen afzonderlijk een korte tekst stuurde met zijn mobiele telefoon. Zoiets had niet gekund als elke 'kunstenaar' zich strikt aan zijn auteursrecht had gehouden. Er zitten echter ook haken en ogen aan het concept, vooral voor wie te maken heeft met de muziekindustrie. Op het moment dat een muzikant zijn handtekening onder een Buma/Stemra overeenkomst zet, geeft hij daarmee alle rechten weg en kan hij zijn eigen muziek niet meer gratis aanbieden onder Creative Commons voorwaarden. 'Voor jongere musici is het niet te verklaren dat je als BUMA-lid ervoor moet betalen om je eigen muziek op via je eigen website te verspreiden', aldus Keller.

Rijk kun je van CC-licenties dus niet worden. CC heeft namelijk geen systeem om royalty's over te dragen. 'Mensen kunnen aan het begin van hun carrière CC gebruiken om daarna een platencontract te krijgen. Op dat moment is een Buma/Stemra aansluiting de manier om te waarborgen dat men voor het gebruik van de muziek vergoed wordt', zegt Keller. 'De Arctic Monkeys zijn een mooi voorbeeld van een band die hun muziek gratis verspreidde en daardoor zo populair werd dat toen ze een album uitbrachten het meteen op nummer 1 binnenkwam.'

Keller wil toch graag overeenstemming bereiken met Buma/Stemra zodat aangesloten artiesten af en toe iets onder een CC-licentie mogen vrijgeven op hun website. Maar het gaat hem vooral om een 'mindshift' bij auteurs en bedrijven. Keller: 'Creative Commons licenties zorgen voor een bewustere, meer offensieve manier van omgaan met de realiteit: expliciet maken wat er wel en niet met jouw muziek, beeld of tekst mag gebeuren.'

Meer informatie op www.creativecommons.nl