CDA laakt uitlatingen Hoge Raad

De Hoge Raad heeft zichzelf kwetsbaar gemaakt door uitspraken van individuele leden over de verharding van het strafklimaat in Nederland. Dat stelt de CDA-fractie in de Tweede Kamer in reactie op uitspraken, afgelopen zaterdag in deze krant, van verschillende leden van de Hoge Raad over de 'verharding' en 'verrechtsing' van het strafklimaat.

'De Hoge Raad moet onafhankelijke uitspraken doen en dan is het niet raadzaam om publiekelijk opvattingen weer te geven over de manier waarop strafwetgeving totstandkomt', aldus Tweede-Kamerlid en justitiewoordvoerder Van Haersma Buma (CDA). 'Wetgeving komt op zuivere wijze tot stand, binnen de grenzen van de Grondwet en internationale verdragen. Daar zijn behalve de Tweede en Eerste Kamer ook de Raad van State en andere adviesinstanties bij betrokken. Door daar op deze wijze kritiek op te leveren, maakt de Hoge Raad zichzelf kwetsbaar.'

Raadsheer Corstens zei in het maandblad M: 'Ik vind dat wij als Hoge Raad vanuit onze verantwoordelijkheid voor de rechtstatelijkheid moeten durven zeggen: jongens, jullie gaan nu te ver.' Volgens hem zit Nederland 'midden in een repressieve golf, zoals in de jaren dertig van de vorige eeuw'.

Andere leden noemden het strafbaar stellen van voorbereidingshandelingen voor een misdrijf een hellend vlak.

'Je kunt minister Donner (Justitie, CDA) niet naar de Tweede Kamer roepen voor uitspraken van leden van de Hoge Raad', aldus Van Haersma Buma. 'Want daar gaat hij niet over, dat zijn gescheiden verantwoordelijkheden. Maar rechters moeten zich realiseren dat het niet aan hen is om politieke keuzes die voor hen blijkbaar onwenselijk zijn, op deze wijze aan de orde te stellen.'

De PvdA vindt de uitspraken van de leden van de Hoge Raad wel gepast. 'Dit zijn opvattingen en waarschuwingen die blijkbaar leven in de boezem van de Hoge Raad', aldus het Tweede-Kamerlid Wolfsen. 'Het is goed dat wij daar ook kennis van nemen.' Wolfsen bepleit een regelmatig terugkerend openbaar debat tussen Tweede-Kamerleden en leden van de Hoge Raad.

hoofdartikel:pagina 7