Australië versterkt missie Uruzgan

Australië zal 440 militairen naar Afghanistan sturen om de door Nederlandse troepen geleide NAVO-macht in de provincie Uruzgan te versterken. Dat is een ruime verdubbeling van de eerder toegezegde inzet van 200 militairen. Dat heeft de Australische premier John Howard vandaag bekendgemaakt.

Minister Kamp (Defensie, VVD) heeft eind vorige maand in Australië gesproken over aard en omvang van de Australische inzet. Ook Nederland zelf heeft de omvang van de missie verhoogd, van 1.200 naar ten minste 1.400 militairen. In de provincie Uruzgan is sprake van steeds meer gewelddadigheid en een weer toenemende invloed van de eerder verdreven fundamentalistische Talibaan.

Inmiddels is minister Bot (Buitenlandse Zaken, CDA) in Afghanistan aangekomen voor een tevoren geheimgehouden bezoek in verband met de Nederlandse missie in Uruzgan. Bot sprak gisteren in de Afghaanse hoofdstad Kabul met president Karzai die, zo verklaarde Bot na afloop van zijn gesprek tegenover journalisten, niet wilde ingaan op een Nederlands verzoek om meer steun aan Uruzgan van de zijde van de Afghaanse regering. Dat zou noodzakelijk zijn, betoogde Bot, om de steun voor de Talibaan onder de bevolking van Uruzgan te doen afnemen.

De Afghaanse regering heeft hiervoor echter geen geld, zouden Karzai en zijn minister van Buitenlandse zaken, Rangin Spanta, tegenover Bot hebben verklaard. Zij hebben de minister laten weten dat Nederland zelf hulpprojecten in Uruzgan moet financieren.

Bot zal naar verwachting ook een bezoek brengen aan de provincie Kandahar, waar het hoofdkwartier van de NAVO-operatie in Afghanistan gevestigd is en dat als uitvalsbasis dient voor de Nederlandse troepen in Uruzgan. De minister zal ontmoetingen hebben met 'stamhoofden' uit Uruzgan en met Abdul Hakim Munib, de nieuwe gouverneur van de provincie Uruzgan. Bot zal met de Canadezen, die voor de NAVO de leiding hebben over de wederopbouw in Kandahar, besprekingen voeren over de inrichting van een gemeenschappelijke gevangenis.

De Nederlandse missie in Uruzgan begint officieel op 1 augustus, tegelijk met soortgelijke missies van de Britten in Helmand en van de Canadezen in Kandahar. Uit alle drie provincies komen berichten over een toename van gewapend geweld, en aanslagen, al dan niet door zelfmoordenaars.