Alleen door God gebruikt

Clara Sies richtte de Voedselbank Nederland op, samen met haar man. 'Ze is altijd bezig om wat haar is aangedaan aan anderen goed te maken. De omgekeerde Wiedergutmachung.'

De loods die de Voedselbank in Rotterdam voor 1 euro huurt van de gemeente Rotterdam. Foto NRC Handelsblad, Rien Zilvold rotterdam keilestraat de voedselbank foto rien zilvold Zilvold, Rein

Peter van den Hurk van het Rotterdams Wijktheater maakte een toneelstuk met bewoners van Vreewijk op Zuid. Clara Sies (53) was er ook bij. Ze was nog niet begonnen met de Voedselbank, waar veel mensen haar nu van kennen. Ze was gewoon een buurtbewoner die het leuk vond om mee te doen met dat toneelstuk. Het was in 1998.

Het leek een onschuldig verhaal te worden over de relatie tussen een moeder en een dochter, zegt Peter van den Hurk. Niets geëngageerds. Tot er iets gebeurde waardoor alles veranderde. Er zou in Vreewijk op Zuid een asielzoekerscentrum worden gevestigd. De bewoners die meededen aan het toneelstuk kregen ruzie. Er waren aanhangers bij van de extreem-rechtse Centrumpartij. Die vonden dat de asielzoekers moesten wegblijven.

Clara Sies hoorde bij de bewoners die vonden dat Nederlanders de plicht hebben om asielzoekers te helpen. Het bleek voor haar een beladen onderwerp te zijn. 'Het hele oorlogsverleden kwam naar boven', zegt Peter van den Hurk.

Het toneelstuk dat daarna ontstond, gaat nog steeds over een moeder en een dochter. Maar de dochter heeft nu een vriendin met een extreem-rechtse vader. En ze komt in verzet tegen haar moeder die geen aandacht voor haar heeft, omdat ze alleen oog heeft voor de noden van anderen.

Zo vat Peter van den Hurk het stuk samen. Clara Sies doet het zo: 'Het gaat over een joodse vrouw die doorslaat in haar zucht om de hele wereld te helpen.' Ze breidt haar armen uit. 'Iedereen die op de vlucht is. Iedereen die dakloos is. Iedereen die honger heeft.' Daarna is ze even stil. 'En het is nooit genoeg.'

Het stuk - 'Coniferen in het donker' - werd 37 keer uitgevoerd, voor volle zalen. Het succes, zegt Peter van den Hurk, was voor een groot deel aan Clara Sies te danken. 'Ze was zeer overtuigend.' Hij wil niet doen alsof hij een psycholoog is, maar hij denkt dat het komt doordat ze zichzelf speelde. 'Altijd bezig om wat haar is aangedaan aan anderen goed te maken. De omgekeerde Widergutmachung.'

Clara Sies zorgt ervoor, samen met haar man Sjaak en nog 1.000 andere vrijwilligers, dat 8.500 gezinnen - 20.000 mensen - elke week gratis een doos met eten van de Voedselbank krijgen. Groente, rijst, brood, soep in blik, aardappelpuree, tomatensaus, voorgebakken frites, ijs en wat er nog meer bij het landelijke distributiecentrum in Rotterdam wordt afgeleverd.

Zo werkt de Voedselbank. Zijn er 10.000 rookworsten te veel geproduceerd? Is van een partij macaronischotels de houdbaarheidsdatum bijna verstreken? Wil niemand meer oranje hagelslag? Unilever, Nestlé, Heinz en andere fabrikanten brengen de spullen gratis naar de Voedselbank. Zijn zij er zonder kosten voor vernietiging van af. En mensen zonder geld worden ermee geholpen.

De ouders van Clara Sies, geboren Frank, trouwden in 1942 en doken daarna samen onder. Na de oorlog bleken ze de enigen van beide families te zijn die nog leefden, op een zusje na. De moeder van Clara Sies moet in de oorlog een dappere en brutale vrouw zijn geweest. Ze liep naar Duitsers toe die kolen aan het uitladen waren en vroeg of ze ook een zak kon krijgen. Ze hing met een hoofddoek om uit het raam en riep tegen de mannen van de Gestapo die voor de deur stonden: 'Wir haben Scabiës'. Maar zo heeft Clara Sies haar niet gekend. Die kende haar alleen als een 'klagend en zielig hoopje mens'.

Het eerste kind, een jongen, werd in 1946 geboren. Het tweede kind, een meisje, in 1947. 'Ze was niet gewenst.' En toen, in 1952, kwam Clara Sies. 'Ik was zeer ongewenst.' Het jaar daarvoor had haar moeder een abortus ondergaan. Ze was er bijna aan overleden. Het gezin woonde in de Den Texstraat in Amsterdam, op een etage.

In 1956 verruilde haar vader hen voor zijn vriendin. Toen Clara zes was werden zij en haar broertje en zusje uit huis geplaatst, hun moeder was in de war. Het zou voor een jaar zijn, maar ze gingen niet meer terug. Eerst een tehuis in Laren van de joodse kinderbescherming. Daarna een joods kindertehuis voor moeilijk opvoedbare kinderen in Amsterdam. 'Wij waren niet moeilijk', zegt Clara Sies. 'Het gros zat daar omdat de ouders moeilijk waren.'

De eerste klas van de middelbare school deed ze op het Maimonides Lyceum. Het advies was gymnasium. Daar had Clara Sies geen zin in. Ze werd getest, haar IQ bleek 135, en toen móést ze van haar voogd naar het gymnasium. Ze ging, maar ze deed niets. Ja, haar teennagels rood lakken en met een niet-joods vriendje voor de deur staan zoenen.

Ze werd van school gestuurd. Ze mocht naar het Spinoza Lyceum, 2 HBS. Ondertussen: van kindertehuis naar pleeggezin, naar kindertehuis, naar kostgezin, naar kindertehuis en toen, op haar zestiende, op kamers. Op haar zeventiende kwam ze Sjaak tegen. 'In een Chinees restaurant', zegt ze. 'Ik zat met een vriendin te eten. Toen we naar buiten gingen, liep hij ons achterna. Bij het stoplicht vroeg hij of we iets wilden drinken.'

Sjaak Sies was 27 en vertegenwoordiger bij ECI, de boeken- en platenclub. Knappe man, snelle babbelaar, vond Clara Sies. Sjaak vond haar spontaan, fris en mooi. Dat ze joods was, maakte haar voor hem nog aantrekkelijker. 'Door mijn christen-zijn', zegt hij, 'heb ik me altijd met het joodse volk verbonden gevoeld'.

Hij was geboren in Rotterdam. Zijn vader verliet het gezin toen Sjaak Sies zes was, ook met een vriendin. 'Ik heb hem nooit meer gezien.' Zeven verschillende lagere scholen, daarna de LTS. Zijn moeder was soldaat bij het Leger des Heils, later werd ze baptist. Sjaak Sies ging 's zondags met haar mee om haar ter wille te zijn. Zelf voelde hij zijn geloof pas toen hij 22 was.

Clara Sies was al tot het christendom bekeerd toen ze hem leerde kennen. Dat kwam door een kostgezin waar ze had gewoond. 'Ik werd meegenomen naar de gesprekskringen van de Pinkstergemeente. Op een dag besloot ik dat ik me wilde laten dopen. Ik wilde erbij horen.'

Later, zegt ze, zag ze in hoe sektarisch die Pinkstergemeente was. Maar ze ziet zichzelf nog steeds als een christelijke jodin. Of als een joodse christen. 'Ik gebruik nu de woorden van een Turks meisje die ik een keer hoorde: waar ik welkom ben, voel ik me niet thuis, en waar ik thuis ben, voel ik me niet welkom. Zo is het bij mij ook.'

Clara en Sjaak Sies trouwden en kregen vijf kinderen. Setkin, de enige zoon, zit bij Youth for Christ. Assilla werkt bij de Voedselbank. Milka en Rivka doen een opleiding in de hulpverlening. En Lea, van 14, zit op school.

Dat Clara en Sjaak Sies de Voedselbank oprichtten, in augustus 2001, komt door hun levensovertuiging. Geen woorden, maar daden. One man can make the difference. Bij een kerk zijn ze niet meer, na allerlei teleurstellingen. Ze volgen de diensten van dominee Schuller vanuit de Crystal Cathedral in Californië, uitgezonden door RTL5 in Hour of Power. Een bron van inspiratie voor dominee Schuller is psalm 23: 'Zelfs al ga ik door een dal...' Hij schreef er een boek over.

Het grootste dal in het leven van Clara en Sjaak Sies samen was de neergang van hun zaak, twintig jaar geleden. Eerst verkocht Sjaak Sies nog encyclopedieën voor Oosthoek. In 1974 begon hij voor zichzelf. Sieraden op markten en braderieën. Toen ook kleren. Ze openden een winkel. Het ging goed totdat er in hun buurt Marokkanen en Turken kwamen wonen. Die hadden geen belangstelling voor hun spullen.

Assilla Sies, de oudste dochter, ze is 32, zegt dat ze er nooit wat van gemerkt heeft dat hun ouders arm werden. 'Een keer zaten we op mijn broers verjaardag met kaarsjes aan. Ik dacht: voor de gezelligheid. Wist ik veel dat ze de elektriciteitsrekening niet konden betalen.'

In 1986 ging de winkel dicht en werden de schulden gesaneerd. Clara Sies vond een baan in de administratie bij de gemeente Rotterdam. Maar Sjaak Sies, 44 jaar, self made en bijna zonder opleiding, was volgens het Arbeidsbureau onbemiddelbaar. Hij moest maar vrijwilligerswerk zoeken.

Dat ging hij doen bij Agapè, een beweging van 'mensen die in afhankelijkheid van de Heilige Geest, in gehoorzaamheid aan Gods Woord en volgens de richtlijnen van het Grote Gebod de grote Opdracht willen helpen vervullen'. En die Opdracht luidt: stilzwijgend hulp bieden, zonder andere beloning dan de wetenschap dat God het zo gewild heeft.

Sjaak Sies vertelt over de keer dat ze, toen ze helemaal geen geld meer hadden, 's morgens op de deurmat een envelop met 500 gulden vonden. En dat er op sinterklaasavond een zak met snoep en speelgoed bij de voordeur stond. De afzenders maakten zich niet bekend. Zo wil hij het ook doen, zegt hij.

In 1999 richtten Clara en Sjaak Sies de stichting Minusplus op. Oude kleren en meubelen ophalen en brengen bij mensen die ze goed gebruiken konden. Toen hoorden ze van de Voedselbanken in onder andere België en Frankrijk waar die al jaren bestaan. Sjaak Sies begon te bellen, het eerst naar Unilever. 'Je vraagt naar de directeur', zegt Sjaak Sies. 'De telefoniste lacht je uit. Je krijgt de assistent van de assistent. En dan de assistent. En dan, na maanden, toch de directeur.'

Fokke van der Veer, een van de directeuren van Unilever Nederland: 'Wat me in deze mensen trof, was hun passie, hun overtuigingskracht. Niet: we zouden dit kunnen doen. Maar: we doen dit.'

Er zijn veel hulpverleningsorganisaties die Unilever om afgekeurde producten vragen, zegt Fokke van der Veer. Er zijn er maar heel weinig die ze krijgen. 'De Voedselbank is betrouwbaar. We weten zeker dat onze producten niet op de zwarte markt komen. En de logistiek is goed. Hun klanten weten ook zeker dat ze elke week een pakket krijgen.'

De Voedselbank werd al snel zo'n succes dat de politiek zich begon af te vragen of dit wel de bedoeling was - gratis eten uitdelen. Blijkt hierdoor misschien dat de uitkering ontoereikend is? En dat er, ondanks het armoede-beleid toch armoede is?

Een half jaar geleden vroeg de Tweede Kamer minister Aart Jan de Geus (CDA, Sociale Zaken) om een onderzoek naar de 'samenstelling van het 'klantenbestand' van de Voedselbank'. De conclusie, maart 2006, was dat de klanten vaak alleenstaande moeders zijn, vaak mensen met weinig opleiding, vaak mensen met schulden.

Voor de gemeenteraadsverkiezingen, op 7 maart, wilden alle politieke partijen graag op bezoek bij de Voedselbank. 'Ze wilden langskomen met cameraploegen', zegt Sjaak Sies. 'Politici die ik eerder nooit had gezien. Vooral linkse politici. Ze wilden met ons op de foto. Ik dacht: ze zijn blij met ons. Maar dat was het niet. Ze wilden vertellen dat wij over vijf jaar niet meer bestaan als de kiezers op hen stemmen.'

Clara en Sjaak Sies deden er niet aan mee. 'Al zijn we christen, we zijn geen christelijke organisatie', zegt Sjaak Sies. 'En ook geen politieke organisatie. We gaan met niemand op de foto.' Ze willen, zegt hij, alleen door God gebruikt worden.

Clara Sies: 'Twee onbemiddelbare mensen op leeftijd zetten iets op dat het hele land in beroering brengt. Ik moet eerlijk zeggen dat ik het leuk vind. We waren te oud? Te duur? Ongeschikt? Er is altijd op je neergekeken. En dan dit. Het is toch een beetje: lekker puh.'

Lucas Bolsius, CDA-wethouder Sociale Zaken in Rotterdam, zegt dat hij Clara Sies in december uitnodigde voor het kerstfeest op het Stadhuis. 'Je zag aan haar dat ze ervan genoot. De erkenning. Iedereen weet wie ze is. En ze ís ook iemand.'

Het CDA, zegt Bolsius, vindt het geen schande dat de Voedselbank bestaat. 'Dat zijn van die grote woorden. Er zijn altijd arme mensen en mensen in nood. Het is een christelijke traditie om te helpen.'

Clara en Sjaak Sies verdienen niets met de Voedselbank. Ze leven van de bijstand. 'Wij zouden de kracht van het geheel ondermijnen als we hier een salaris uit zouden halen', zegt Clara Sies. 'Wij willen niet op één lijn komen met directeuren van charitatieve instellingen die tonnen verdienen.'

Hun kantoor is een bouwkeet die in de loods is gezet. De kantine is ook een bouwkeet, zonder ramen. Daar eten ze aan een plastic tafel boterhammen met katenspek en aardbeienjam, uit dezelfde pakketten die ze uitdelen. 'Wie appelen vaart, appelen eet', zegt Clara Sies. 'Dat we gratis eten is ons voordeel.'

Assilla, de dochter, zegt: 'Ik zou ze wat meer gunnen. Ze zijn laatst voor het eerst in jaren samen weggeweest. Wel een héél weekend aan zee, in Nederland. Als ze 's morgens opstaan, hebben ze allebei last van hun rug. Je zou zeggen: geef die mensen een goed bed. Daar zijn ze nu voor aan het sparen. Maar dat duurt maar en duurt maar.'

    • Jannetje Koelewijn