Wij moeten discrimineren

De Nederlandse grenzen zijn opengegaan. Voor uitbeners, matrozen en managers. Wie de Nederlandse economie dient, mag naar binnen. Een debat over selectie aan de poort is er nooit geweest. 'We zijn bang voor stennis.'

Onder het fraai gewelfde houten dak van de voormalige Kavalerie-kazerne aan de Amsterdamse Sarphatistraat turen acht mensen naar een groot projectiescherm. Werk van bijna negenhonderd buitenlandse kunstenaars flitst voorbij. Het zijn aanvragen uit alle delen van de wereld om twee jaar te mogen werken aan de Rijksakademie van Beeldende Kunsten die in de oude kazerne is gehuisvest. Twaalf kunstenaars zullen overblijven.

Algemeen directeur Janwillem Schrofer van de Rijksakademie is even uit de selectiecommissie weggelopen. 'Elk jaar lukt het ons opnieuw', zegt hij. Hij doelt niet op de selectie zelf. 'Het kost grote moeite om buitenlandse kunstenaars Nederland binnen te krijgen. We hebben hier iemand in dienst die een halve dagtaak heeft aan overleg met IND, vreemdelingenpolitie, ambassades, ga zo maar door. Het is te gek voor woorden.' Dat het uiteindelijk lukt, dankt de Rijksakademie volgens Schrofer aan haar grote internationale reputatie. Veel buitenlandse kunstenaars van naam hebben de Rijksakademie op hun cv staan.

Het beeld van Nederland als gastvrij land met open grenzen behoort tot het verleden. Een nieuwe vreemdelingenwet onder Paars, de revolte van Pim Fortuyn en het optreden van minister Verdonk hebben de kans op toelating gering gemaakt.

Toch zijn de grenzen van Nederland niet dicht. Een vluchteling uit Joegoslavië of Nigeria maakt weinig kans. Maar een ervaren edelpelsdierviller uit Litouwen of een binnenvaartmatroos uit Slovenië komt zonder veel problemen Nederland binnen. Ook een manager uit China met een salaris van 45.000 euro wordt in theorie geen strobreed in de weg gelegd.

Aan de poort van Nederland wordt steeds bewuster geselecteerd. Richtsnoer is het Nederlands eigenbelang. De afgelopen jaren is dit selectieve immigratiebeleid haast geruisloos ingevoerd. Zo geruisloos dat kandidaat-lijsttrekker Mark Rutte van de VVD onlangs in Nova - alsof hij iets geheel nieuws voorstelde - pleitte voor het soepeler toelaten van hoger opgeleiden. En Ruud Lubbers, oud-premier en gewezen baas van de UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, hield twee weken geleden, tijdens de Schmeltzer-lezing in Den Haag, een pleidooi voor selectie van nuttige immigranten, 'zoals in Amerika'. Dat zou volgens hem in Europa en Nederland taboe zijn. Niet dus: in 2005 kwamen bijvoorbeeld al bijna 5.000 landbouwers, ruim 800 monteurs en 600 uitbeners naar Nederland. Toch pleitte Wouter Bos vorig jaar nog voor een migratiebeleid dat 'positief selecteert op mensen die een bijdrage kunnen leveren aan economie en samenleving'.

Minister Brinkhorst (D66) van Economische Zaken hield de Tweede Kamer in november vorig jaar voor dat de noodzaak van een streng immigratiebeleid 'evident' is. 'Daar is brede steun voor en daar doe ik ook niet aan af', zo zei hij. Maar hij voegde eraan toe: 'Wij schieten onszelf echter in de voet als wij internationaal talent, dat cruciaal is voor onze eigen concurrentiepositie in een globaliserende wereld, niet aan de bak laten komen.'

Binnenkort maakt het kabinet bekend 'welke migranten Nederland wel en niet moet willen toelaten, en waarom'. Naar verluidt komt er een puntensysteem.

In de praktijk is de lijn al duidelijk. Asielzoekers krijgen alleen een verblijfsvergunning als onomstotelijk vaststaat dat ze worden vervolgd. Voor het overige is de Nederlandse economie de leidraad. Lager opgeleiden komen alleen tijdelijk het land binnen als behoefte bestaat aan het beroep dat zij uitoefenen, omdat Nederlanders of andere burgers uit de Europese Unie niet in de leemte voorzien.

Voor buitenlanders met een hogere opleiding is Nederland veel minder streng. Hun komst wordt juist gestimuleerd omdat er een groot tekort wordt verwacht. 'Kennismigratie' wordt dat genoemd. Bijkomend voordeel daarvan, zoals een nota van het ministerie van Sociale Zaken in november 2004 vaststelde: 'hoger gekwalificeerde' migranten betalen meer belasting en maken minder gebruik van de sociale zekerheid dan 'lager gekwalificeerde' migranten. Afgelopen week kondigde Brinkhorst aan dat de visumprocedure voor hoger opgeleide ondernemers verder versoepeld zal worden.

'Eigenlijk is de hele regelgeving nu een verzameling uitzonderingen', zegt directeur Schrofer van de Rijksakademie. 'Bovendien veranderen die regels voortdurend. Het staat haaks op alle mooie woorden over kennismigratie en het binnenhalen van talent. Dat is een politiek correcte babbel. Uiteindelijk staan economische motieven voorop, het draait allemaal om geld.'

Piet Emmer, hoogleraar migratiegeschiedenis aan de Universiteit Leiden, beaamt dat. Maar hij is juist groot voorstander van die economische selectie. 'We moeten discrimineren', zegt hij: 'Economisch nut is altijd een criterium geweest in klassieke immigratielanden als de Verenigde Staten en Australië. Dat hebben wij in het verleden helemaal verkeerd begrepen. Als je de miljarden mensen die op zoek zijn naar een beter bestaan gaat verwarren met liefdadigheid, krijg je de ellende die wij nu met Turken en Marokkanen hebben.'

Cruciale schakel voor migranten die Nederland binnen willen komen, is het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI). Het CWI houdt de Nederlandse arbeidsmarkt in de gaten en geeft werkvergunningen af voor buitenlanders van buiten de EU. Een lange en moeizame weg, zo ervaren werkgevers. Zij moeten eerst aantonen dat alles is gedaan om een Nederlander, of iemand anders uit de EU, een vacature te laten vervullen. Uitgangspunt is 'een consequente toepassing van het restrictieve toelatingsbeleid', staat in de regels van het CWI. 'Verdringing' van Nederlanders door een 'vreemdeling' moet worden voorkomen.

Het selectieve karakter van de immigratiepolitiek uit zich vooral in de uitzonderingen die het CWI in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken toestaat. Voor sommige beroepen is de behoefte zo evident of het risico van 'verdringing' zo gering, dat de tijdverslindende 'arbeidsmarkttoets' achterwege mag blijven. Uit de 'uitvoeringsregels' blijkt een wonderlijk palet aan beroepen die buitenlanders moeten hebben om Nederland makkelijker binnen te kunnen komen dan anderen. Profvoetballers, bijvoorbeeld, die anderhalf keer zo veel kunnen verdienen als het gemiddelde salaris in de Nederlandse eredivisie, mogen hier komen omdat ze als een verrijking van de voetballerij worden gezien. Maar Chinees-Indische en andere exotische restaurants moeten hun koks en personeel in eerste instantie werven onder Nederlanders of Europeanen. Voor het 'bereiden van de specifieke gerechten' moet eerst gekeken worden of Europese koks dat niet met 'een korte opleiding' onder de knie kunnen krijgen.

Prostituees van buiten de EU maken in Nederland geen kans op een werkvergunning, maar universitair geschoolde accountants, architecten, en stedenbouwkundigen kunnen probleemloos, zij het maximaal drie maanden, in Nederland hun diensten komen verlenen. Voor buitenlandse podiumkunstenaars is tijdelijke vestiging in Nederland sinds vorige maand een stuk gemakkelijker geworden. Acteurs moeten wel meer dan 4.233 euro per maand verdienen, aanvoerders van de contrabassen in een symfonieorkest 2.383 euro, een musicalzanger 2.971 euro. Onder die grenzen, zo is de redenering, is er voldoende Nederlands aanbod.

Toen in 2004 nieuwe lidstaten toetraden tot de EU was de grote angst dat goedkope Oost-Europese arbeidskrachten Nederlandse werknemers zouden verdringen. Daarom besloot het kabinet tot een overgangsregeling. Slovenen, Tsjechen en andere Oost-Europeanen moeten tot 1 januari 2007 de hele procedure voor een werkvergunning doorlopen, tenzij er uitdrukkelijk behoefte bestaat aan hun specifieke beroep. Die behoefte bestond voor de 22.000 Polen die vorig jaar in de tuinbouwkassen kwamen werken, maar ook voor andere beroepen waarvoor het CWI elke drie maanden een afweging maakt. Zo waren vanaf de toetreding tot augustus vorig jaar internationale chauffeurs uit Oost-Europa welkom en kon Nederland tot mei personeel gebruiken in operatiekamers. In 2004 gingen de grenzen open voor uitbeners van varkens en koeien, tussen november 2005 en januari 2006 was er juist behoefte aan villers van edelpelsdieren. Sinds 1 februari is Nederland alleen nog gastvrij voor Oost-Europeanen als ze matrozen, volmatrozen of stuurlui op de binnenvaart zijn.

Door alle verschillende regels is het moeilijk om precies te achterhalen hoeveel buitenlanders Nederland binnenkomen. Maar duidelijk is wel dat in Nederland verreweg de meeste mensen worden toegelaten om te werken - en hun aantal stijgt jaarlijks. In 2005 waren het er een kleine 50.000 voor een periode van drie maanden of langer. Na selectie van het CWI kwamen bijvoorbeeld 2.494 Chinezen naar Nederland, van wie 799 in de zakelijke dienstverlening, toch nog 601 in de horeca, 148 artiesten en 7 sporters. Van de 1.279 mensen uit India was meer dan de helft ICT'er.

Selectie aan de poort is dus een feit. Opvallend is het gebrek aan politieke en maatschappelijke opwinding daarover. In Frankrijk veroorzaakte minister Sarkozy een storm van verontwaardiging toen hij een paar jaar geleden het idee van 'gekozen immigratie' - selectie op economisch belang - alleen maar opperde. Toen hij deze week zijn wetsvoorstel daarover indiende, bleek de verontwaardiging nog niet afgenomen te zijn. Links noemt het plan 'gevaarlijk', extreem-rechts vindt het 'plagiaat'.

In Nederland lijkt grote consensus te bestaan over het selectief toestaan van migranten - wellicht ook omdat niemand er hardop over praat. 'We voeren het beleid geruisloos in omdat we bang zijn voor stennis', zegt hoogleraar migratiegeschiedenis Emmer uit Leiden. 'Ik kom in discussies nog steeds de geest uit de jaren zeventig en tachtig tegen: we moeten goed zorgen voor de arme mensen die naar Nederland komen. Maar dat is onbetaalbaar als we onze welvaartsstaat in stand willen houden.'

In die welvaartsstaat zijn hoger opgeleiden welkom. Op 1 oktober 2004 is met brede politieke steun de zogenoemde 'kennismigrantenregeling' ingevoerd. Die regeling bepaalt dat migranten van buiten de Europese Unie via een versnelde procedure bij de IND voor vijf jaar een tijdelijke verblijfsvergunning krijgen, mits ze 45.000 euro bruto per jaar verdienen. Een werkvergunning van het CWI is dan niet meer nodig. De 'meest liberale regeling van Europa', zo claimt het ministerie van Justitie, omdat er immers alleen naar inkomen gekeken wordt. Dit 'meest liberale' beleid acht het ministerie van Economische Zaken noodzakelijk voor de internationale 'battle of brains'. Behalve naar inkomen wordt ook naar leeftijd onderscheid gemaakt: voor buitenlanders onder de dertig geldt een grens van 33.000 euro. De werkgever meldt zich aan bij de IND en is medeverantwoordelijk. Ook promovendi en wetenschappelijk personeel kunnen als 'kennismigrant' worden geregistreerd, voor hen geldt geen inkomenseis. Studenten maken gebruik van een vergelijkbaar 'snelloket'.

Het is een regeling waarvoor minister Brinkhorst van Economische Zaken zich lang sterk heeft gemaakt. Het nieuwe beleid is een troetelkindje van zijn D66 dat al langer hamert op de ontwikkeling van de 'kenniseconomie'. Het stimuleren van de komst van 'kenniswerkers' naar Nederlandse bedrijven en universiteiten volgt de politieke mode. Nederland Transportland is uit, Nederland Kennisland is in.

Links/rechts-tegenstellingen lijken uit het debat verdwenen. PvdA-fractielid Klaas de Vries verzette zich vorig jaar tegen de 'hoge' leges, van een paar honderd euro, die kennismigranten moeten betalen voor de benodigde papieren. Die zouden hen er misschien wel van weerhouden naar Nederland te komen. De 22,5 miljoen euro die een door De Vries voorgestelde verlaging zou kosten, kon volgens hem bezuinigd worden op de kosten voor opvang van asielzoekers. Maar met hun salaris van minstens 45.000 euro zijn kennismigranten nou juist degenen die een dergelijke 'subsidie' het minst nodig hebben, merkte VVD-minister Verdonk fijntjes op.

De kennismigratieregeling is populair, zegt de IND. In 2005 kregen ruim 2000 'kenniswerkers' versneld toegang tot Nederland, van wie 40 procent in de ICT of zakelijke dienstverlening. Het gaat nog niet om grote aantallen, maar elke maand komen er meer. Het kabinet kondigt met grote regelmaat versoepelingen aan, waarvan nieuwe categorieën als gedetacheerden of technische onderzoekers aan een universiteit ook zullen gaan profiteren. Kritische geluiden vinden nauwelijks gehoor. Zo waarschuwden woordvoerders voor ontwikkelingssamenwerking in de Tweede Kamer voor het gevaar van het wegzuigen van talent uit de Derde Wereld. Maar het bleef bij waarschuwende woorden. De IND toetst bij kennismigranten niet of hun komst het land van herkomst schaadt.

Geluisterd werd evenmin naar de oproep uit de hoek van vluchtelingenwerkers om voor kennismigranten toch ook eens te kijken onder het potentieel van de roemruchte 26.000 uitgeprocedeerde asielzoekers, die zich immers al in Nederland bevinden. Een kwart van hen is hoger opgeleid. Tweede-Kamerlid Tineke Huizinga (ChristenUnie) goot het voorstel in september in een motie. Dit onder meer naar aanleiding van een verhaal van een gevluchte Afrikaanse oogarts die als vrijwilligster hier in een kliniek werkte, er een goedbetaalde baan kon krijgen, maar eerst terug moest naar haar land van herkomst om een nieuwe aanvraag te doen als kennismigrant. 'Bureaucratisch', vond Huizinga, 'Principieel', vond Verdonk. De coalitiefracties waren het met haar eens. 'Ik begrijp het niet', zegt Huizinga terugkijkend. 'Je wilt die mensen hier hebben en dan stuur je ze weg.'

Het kabinet zegt vast te houden aan 'zuivere regelgeving'. Maar de vraag is of de selectie aan de poort wel zo goed werkt. Dragen de nieuwe kennismigranten echt bij aan kenniseconomie en innovatie? In 2004 waren zowel het Adviescollege voor Vreemdelingenzaken (ACVZ) als de Raad van State uiterst kritisch over de aangekondigde regeling. Vooral de keuze voor een inkomenscriterium bij nieuwe kenniswerkers moest het ontgelden. Een objectieve en makkelijk hanteerbare toets, vond het kabinet. Maar waarom niet gekeken naar opleiding en werkervaring, vroegen beide adviesorganen zich af. De Raad van State vreesde dat goedverdienende mensen het land binnen zouden komen 'van wie in redelijkheid niet kan worden aangenomen dat zij bijdragen aan de kenniseconomie'.

Anderhalf jaar later lijkt de Raad van State in elk geval deels gelijk te krijgen. Op de IND-lijst van een dikke duizend bedrijven die deelnemen aan de regeling voor kennismigratie staan ook minstens 74 horecagelegenheden. Vooral Chinese restaurants omzeilen de strenge regels van het CWI en proberen 'kenniswerkers' naar Nederland te halen - koks en bedienend personeel kunnen toch moeilijk worden gezien als stimulans voor de kenniseconomie. Datzelfde geldt waarschijnlijk voor het personeel van de meer dan twintig Turkse uitzendbureaus voor schoonmakers of schilders die op de lijst staan. En voor de groentekwekers, groothandelsbedrijven en aannemers.

Maar zolang die bedrijven bereid zijn een salaris van 45.000 euro te betalen, kunnen ze niet-Europeanen voor vijf jaar naar Nederland halen. 'Als je 45.000 euro verdient met niks doen, mag je ook naar binnen', reageert hoogleraar Emmer uit Leiden schertsend. De regeling is fraudegevoelig, erkende het kabinet in een evaluatie in januari. De IND moet bedrijven veel kritische vragen stellen en de Arbeidsinspectie moet controleren of het salaris daadwerkelijk wordt uitbetaald.

Wie genoeg verdient, mag naar binnen - niettemin klagen werkgevers over 'gekmakende bureaucratie'. De regeling voor kennismigranten is wel een verbetering, zo oordelen ze, maar de procedures verlopen nog steeds moeizaam. Rob Spijkers van Wipro Technologies klopt zo'n vier tot vijf keer per maand aan het IND-loket voor computerdeskundigen uit India. Hij vertelt van een salaris van 50.000 euro op een aanstellingsbrief, dat 3 euro afweek van de officiële aanvraag. Alle documenten kwamen terug, en de procedure begon weer van voren af aan. 'Ik heb het gevoel dat de IND de draai nog niet kan maken. Zij zijn er voor het tegenhouden van mensen. Als er maar één reden gevonden wordt om een aanvraag af te wijzen, doen ze dat.' Eric Hamer van Fluor werkte vorig jaar aan een miljardenorder voor het bouwen van een chemische fabriek in Koeweit. Toch kostte het hem grote moeite om twaalf Koeweitse medewerkers van zijn klant naar Nederland te halen. 'Waar maak je je als overheid toch druk om als wij netjes belasting betalen en garant staan voor die mensen?'

Het zijn geen incidenten, zegt advocate Ester de Vreede van Van Doorne NV uit Amsterdam die bedrijven bijstaat in immigratieprocedures. 'In een valse bui denk ik dat de IND zoekt naar kleine foutjes in de aanvragen om haar termijnen te kunnen halen.' Correct ingevulde aanvragen moet de dienst binnen twee weken afronden. 'Vorige week kreeg ik weer twaalf afgewezen gevallen op mijn bureau die waren terug te voeren op koersverschillen tussen het salaris in de aanvraag en andere documenten.'

Ook universiteiten belanden nog te vaak in 'stroperige procedures' zegt Aly Oldersma van de VSNU. De nieuwe regeling voor buitenlandse studenten werkt nu goed, oordeelt de vereniging van universiteiten, maar het blijft bijvoorbeeld heel lastig om het gezin van een promovendus over te laten komen. Die klacht is ook in het bedrijfsleven te horen. Jonge kennismigranten die hun echtgenoot naar Nederland willen halen, belanden in slepende procedures die schijnhuwelijken moeten voorkomen. De VSNU pleit voor één loket bij de IND waar een universiteit al haar immigratiezaken kan afhandelen, of het nu gaat om studenten, wetenschappelijk personeel, promovendi of hun gezinnen. Ook Karin Ali, hoofd studentenzaken van de Technische Universiteit Eindhoven, loopt aan tegen slecht op elkaar aansluitende procedures: een buitenlandse student die na zijn studie mag promoveren of wil werken moet opnieuw door de immigratiemolen. Verder is de buitenlander met zijn papiertje als kennismigrant nog lang niet klaar. Inschrijving bij de gemeente blijkt vaak erg lastig. Zonder inschrijving geen sofi-nummer bij de Belastingdienst. En zonder sofi-nummer kan de migrant geen bankrekening openen, zich niet verzekeren tegen ziektekosten en kan hij geen huis huren.

Volgens beleidsmedewerker Joke van den Bandt van werkgeversvereniging VNO-NCW moet Nederland veel opener staan ten opzichte van immigratie: 'De teneur van de wetgeving is toch: we willen iedereen buiten houden tenzij we iemand binnen willen halen. In onze open economie, met haar grote behoefte aan gekwalificeerde arbeid zou je iedereen moeten willen binnenhalen, tenzij er goede redenen zijn om iemand tegen te houden.'

Michel Kerres

René Moerland

    • Jaco Alberts