VS: geloof niet elk martelverhaal

Voor het comité van de Verenigde Naties dat beschuldigingen van marteling onderzoekt, verscheen gisteren een vertegenwoordiger van de Amerikaanse regering.

'Marteling is, waar dan ook, een belediging voor wie dan ook waar dan ook. Daar kan geen uitzondering op worden gemaakt.' Zo begon John B. Bellinger III, juridisch adviseur van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, gisteren in het Palais des Nations in Genève aan een urenlang antwoord op 59 vragen - en honderden subvragen - die het VN-Martelcomité had gesteld.

Normaal heeft niemand veel aandacht voor de zittingen van dit comité. Nu zat de zaal bomvol. Vertegenwoordigers van non-gouvernementele organisatie (ngo's), diplomaten in Genève, journalisten - iedereen was nieuwsgierig hoe Bellinger zich hieruit zou redden. De schriftelijke vragen van dit comité van tien onafhankelijke experts die twee keer per jaar een paar weken bijeenkomen, waren immers pertinent.

Klopt het dat de Amerikanen gevangenen overbrengen naar landen waar ze gemarteld worden? Waarom staat er in de Amerikaanse wet een andere definitie van 'marteling' dan in de VN-Conventie uit 1987, die de Verenigde Staten in 1994 (net als 140 andere landen intussen) hebben geratificeerd? Vinden de VS dan niet dat marteling totaal moet worden uitgebannen? Worden er op Guantánamo kinderen vastgehouden? Waarom zijn er talloze mensen gestorven in detentiecentra in Irak en Afghanistan?

Dat Bellinger met zeker dertig functionarissen van de ministeries van Defensie, Justitie en Binnenlandse Veiligheid uit Washington was gekomen, was een signaal dat het groeiende aantal aantijgingen over schendingen van de mensenrechten in verband met de War on Terror de Amerikanen dwars begint te zitten. Voor de zitting schudde Bellinger het comité amicaal de hand. Een Senegalees en een gesluierde Marokkaanse sprak hij zelfs in moeizaam Frans toe. Hoewel Washington in februari een vernietigend VN-rapport over 'inhumane toestanden' op Guan-tánamo naar de prullenbak had verwezen, wilde hij de indruk wekken dat hij het comité serieus nam. Het comité kan geen verbeteringen afdwingen, maar zet landen wel openbaar te kijk.

Bellinger waarschuwde dat het comité niet alle aantijgingen moest geloven. 'Sommige zijn zo overdreven dat ze absurd worden.' Hij en andere functionarissen, die hun antwoorden van papier oplazen, bleven bij hun - vaak bekritiseerde - standpunt dat mensen die de VS in het kader van de terreurbestrijding op Guantánamo, in Irak en Afghanistan gevangen houden, niet onder de martelconventie vallen maar onder een 'lex specialis', omdat het hier om gewapende conflicten gaat. Ze vallen wel, zei hij, onder de Amerikaanse wet tegen marteling. Op de vraag waarom de Amerikaanse wet marteling beperkter definieert dan de martelconventie (waardoor een grijze zone ontstaat), antwoordde hij dat dit niet zo was.

Hij wijdde uit over mensenrechten-trainingen voor gevangenbewaarders, citeerde politici en journalisten die gezegd hebben dat het op Guantánamo nog niet zo slecht is en weet de dood van 120 gevangenen in Amerikaanse detentie vooral aan natuurlijke oorzaken, verwondingen van vóór de arrestatie en gevechten van gevangenen onderling. Dat 29 gevangenen mogelijk wèl door marteling aan hun eind kwamen, 'is onderzocht. Daar is actie op ondernomen.' Hij verontschuldigde zich voor de wantoestanden in de Abu Ghraib-gevangenis in Bagdad, die zoveel ophef veroorzaakten. 'Maar dit zijn incidenten,' zei hij. 'Ze zijn bestraft.' Vragen over de operaties van Amerikaanse veiligheidsdiensten - en dat waren er vele - weigerde hij te beantwoorden omdat ze 'classified' zouden zijn.

Over het bestaan van geheime Amerikaanse gevangenissen wilde Bellinger niets zeggen. Ook over Amerikaanse transporten van gevangenen naar landen waar marteling aan de orde van de dag is, liet hij weinig los.

Donderdag, in Brussel, had hij gezegd dat de meeste van die CIA-vluchten experts en materieel vervoerden, geen gevangenen. Ook nu wilde hij niet bevestigen dat op de resterende vluchten wel gevangenen zaten.

Het comité vroeg of het klopte dat de VS eerst aan het land van bestemming 'diplomatieke bevestiging' vragen dat de gevangene niet zal worden gemarteld. En hoeveel zo'n verzekering waard is, als het Amerikaanse criterium luidt dat het 'aannemelijk moet zijn dat de gevangene meer kans loopt om niet te worden gemarteld dan wel'. Bellinger antwoordde: 'We hebben ervan afgezien om personen te transporteren als we die garantie niet kregen.'

Toen hij klaar was, stelde het martelcomité mondeling nieuwe vragen. De formulering was behoorlijk scherp, suggestief zelfs. Maandag moeten de Amerikanen daarop antwoorden. Daarna komt het comité met aanbevelingen. Velen verlieten de zaal met het vermoeden dat die aanbevelingen weleens niet mals kunnen zijn.