VNU-beleggers gaan alsnog overstag

Het zegt iets over hoe diep de betrekkingen tussen VNU en zijn beleggers zijn gezonken dat de aandeelhouders het door het bestuur van het Nederlandse mediaconcern aanbevolen bod van een consortium van investeringsmaatschappijen in eerste instantie ronduit hebben afgewezen. Fondsbeheerders meenden dat ze onmogelijk een bod konden aanvaarden met een dergelijk stempel van goedkeuring. Maar nu hetzelfde consortium is teruggekeerd met een slechts gedeeltelijk verbeterd bod, zijn sommigen van deze beleggers op hun schreden teruggekeerd. Een stijging van 3 procent is gewoonlijk niet genoeg om de doorslag te geven. Maar in dit geval zou die stijging kunnen volstaan om de meeste beleggers te overreden hun aandelen te verkopen.

Sommige rebellen houden voet bij stuk. Knight Vinke Asset Management, dat 1,3 procent van het concern bezit, gelooft dat het nieuwe bod van 29,50 euro per aandeel het bedrijf nog steeds aanzienlijk onderwaardeert. Maar de bredere oppositie lijkt te verbrokkelen. De voormalige rebel Templeton, die 15 procent van het bedrijf in eigendom heeft, heeft publiekelijk steun betuigd aan het nieuwe bod - ook al vertegenwoordigt het verbeterde bod een waarde van minder dan één basispunt van de totale waarde van de fondsen onder zijn beheer.

Zulke deserties laten de volhouders met weinig echte macht in handen achter. Voorheen konden zij de transactie makkelijk tegenhouden, gezien het feit dat die de instemming van 95 procent van de aandeelhouders vereiste. Dat gaf anderen weinig motivatie om de transactie te aanvaarden. Maar het consortium heeft de drempel nu verlaagd naar 80 procent en aangegeven dat het bereid zou kunnen zijn om nog lager te gaan. Bovendien lijkt er voor de beleggers geen geloofwaardig alternatief te zijn.

Geconfronteerd met de keuze tussen contanten in de hand of deel uitmaken van een niet-beursgenoteerd en niet-liquide bedrijf, zouden de overgebleven rebellen wel eens niets anders kunnen doen dan de witte vlag hijsen.

John Paul Rathbone

Kunstmarkt overspannen

De gave des onderscheids is een makkelijk slachtoffer van speculatie. Dat is de les van Dora Maar, een van Picasso's vele geliefden. Een akelig portret van haar bracht afgelopen woensdag 95 miljoen dollar op, het op één na hoogste bedrag ooit voor een schilderij.

Dat de prijzen voor beeldende kunst stijgen hoeft geen verrassing te zijn. De meeste soorten beleggingen zijn de afgelopen jaren in prijs gestegen, in de rug gesteund door een wereldwijde liquiditeitsgolf.

Maar in zulke tijden profiteert de kunst onevenredig veel. Dat komt doordat de rijken alleen nog maar rijker worden als de prijzen van beleggingen omhooggaan. Zij hebben meer geld te besteden aan dure gadgets en trofeeën om de buren de ogen mee uit te steken.

Dit gold ook voor het laatste grote speculatieve moment van de kunstmarkt eind jaren tachtig. Een clubje weinig kritische, maar exorbitant rijke Japanse verzamelaars bood de prijs van impressionistische werken omhoog, waaronder die van een paar betrekkelijk onbelangrijke. Het hoogtepunt werd bereikt toen de Japanse industrieel Ryoei Saito 83 miljoen dollar neerlegde voor Van Gogh's 'Portret van Dr. Gachet'.

De afgelopen vijf jaar is de Art 100 Index - het equivalent van de Dow Joners van Art Market Research - in reële termen met zo'n 20 procent gestegen. Daarentegen is de Contemporary Art 100 Index in dezelfde periode met 50 procent omhooggegaan. Als de huidige bloei ten einde komt, zullen de prijzen van hedendaagse kunstenaars deze winsten waarschijnlijk in rook doen opgaan en misschien wel meer dan dat. Dan kunnen modieuze conaisseurs zich misschien storten op de markt voor gepekelde haai.

Rob CoxEMI en Warner samen onzekerEMI en Warner hebben hun fusie nog niet beklonken, maar als zij dat straks wel doen, hebben de twee concerns nog een lange weg te gaan, als de joint venture tussen Sony en BMG iets zegt. Het kostte de Duitsers en de Japanners een aantal maanden voordat zij van Brussel het groene licht kregen. En toen EMI en Time Warner in 2000 probeerden te fuseren, stierf de transactie een zachte dood nadat duidelijk werd dat de EU er zijn goedkeuring niet aan zou geven. Zal het dit keer anders gaan?Het kan EMI en Warner Music vergeven worden dat ze optimistisch zijn. Het is minder dan twee jaar geleden dat de EU de fusie tussen Sony en BMG goedkeurde. Destijds concludeerde de EU dat er op de markt geen bewijzen voorhanden waren van prijsmanipulatie. Er is geen reden om aan te nemen dat de zaken sindsdien radicaal zijn veranderd.De grote platenmaatschappijen hebben in de digitale wereld ontegenzeggelijk een deel van hun prijsbepalende macht verloren. Apple heeft ze er in feite toe gedwongen songs te verkopen voor een vaste prijs per liedje. Dat was in 2000 een van de hete hangijzers. Destijds zei de EU bang te zijn dat Time Warner en EMI na de fusie tussen Time Warner en AOL de verkoop van on line-muziek zouden domineren. Maar dat betekent niet dat goedkeuring een makkie is. Toen de markt van vijf naar vier spelers ging toonde de Commissie wel enige bedenkingen. Een verdere ineenschrompeling naar drie spelers lijkt in dat opzicht niet wenselijk. EMI en Warner kunnen waarschijnlijk het beste betogen dat de muziekindustrie er al een vierde speler bij heeft: online piraterij. Dat zal nu moeilijker hard te maken zijn omdat de legale verkoop van online-muziek de piraterij gedeeltelijk heeft weten te neutraliseren. Maar het is ongetwijfeld het proberen waard.Fiona Maharg-BravoVoor meer commentaar uit Londen:www.breakingviews.com.Vertaling Menno GrootveldRob Cox

EMI en Warner samen onzeker

EMI en Warner hebben hun fusie nog niet beklonken, maar als zij dat straks wel doen, hebben de twee concerns nog een lange weg te gaan, als de joint venture tussen Sony en BMG iets zegt. Het kostte de Duitsers en de Japanners een aantal maanden voordat zij van Brussel het groene licht kregen. En toen EMI en Time Warner in 2000 probeerden te fuseren, stierf de transactie een zachte dood nadat duidelijk werd dat de EU er zijn goedkeuring niet aan zou geven. Zal het dit keer anders gaan?

Het kan EMI en Warner Music vergeven worden dat ze optimistisch zijn. Het is minder dan twee jaar geleden dat de EU de fusie tussen Sony en BMG goedkeurde. Destijds concludeerde de EU dat er op de markt geen bewijzen voorhanden waren van prijsmanipulatie. Er is geen reden om aan te nemen dat de zaken sindsdien radicaal zijn veranderd.

De grote platenmaatschappijen hebben in de digitale wereld ontegenzeggelijk een deel van hun prijsbepalende macht verloren. Apple heeft ze er in feite toe gedwongen songs te verkopen voor een vaste prijs per liedje. Dat was in 2000 een van de hete hangijzers. Destijds zei de EU bang te zijn dat Time Warner en EMI na de fusie tussen Time Warner en AOL de verkoop van on line-muziek zouden domineren.

Maar dat betekent niet dat goedkeuring een makkie is. Toen de markt van vijf naar vier spelers ging toonde de Commissie wel enige bedenkingen. Een verdere ineenschrompeling naar drie spelers lijkt in dat opzicht niet wenselijk. EMI en Warner kunnen waarschijnlijk het beste betogen dat de muziekindustrie er al een vierde speler bij heeft: online piraterij. Dat zal nu moeilijker hard te maken zijn omdat de legale verkoop van online-muziek de piraterij gedeeltelijk heeft weten te neutraliseren. Maar het is ongetwijfeld het proberen waard.

Fiona Maharg-Bravo

Voor meer commentaar uit Londen: www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld

    • John Paul Rathbone Rob Cox Fiona Maharg-Bravo