Primitief veerdier overleefde tot in het Cambriumtijdperk

Primitieve veervormige dieren die behoren tot de zogeheten Ediacarische fauna, moeten worden ingedeeld bij de ribkwallen. Dat concluderen Chinese wetenschappers samen met de Britse paleontoloog Simon Conway Morris op basis van acht fossielen van de niet eerder beschreven soort Stromatoveris psygmoglena. De fossielen komen uit de Chengjiang-formatie en dateren van het vroege Cambrium (Science, 5 mei).

Fossiel van het Cambrische organisme Stromatoveris psygmoglena uit de Chengjiang-formatie in China. Dit exemplaar is ongeveer twee centimeter lang. foto science Science

De stromatoverissen moeten hebben geleefd in zee, als een veer in de zeebodem gestoken. Hun lichaam was waarschijnlijk gevuld met een soort gel of vloeistof om de vorm te behouden. Speciale structuren om zich te hechten aan de ondergrond ontbraken.

Tot nu toe zijn er slechts een handvol fossielen van dit soort primitieve dieren bekend van na de zogeheten Cambrische explosie, tussen 543 en 530 miljoen jaar geleden. De Cambrische explosie is zo genoemd vanwege de enorme rijkdom aan vormen die het dierenleven aan het begin van het Cambrium had. Die rijkdom lijkt uit het niets te zijn ontstaan, want van de periode daarvoor (het Ediacara) zijn weinig fossielen bekend, en al helemaal geen fossielen die qua lichaamsbouw op het Cambrische leven lijken.

Fossielen van de Ediacarische fauna zijn relatief zeldzaam. Dat komt mede omdat deze primitieve dieren nog geen harde skeletten hadden ontwikkeld, waardoor zij alleen onder bijzondere omstandigheden als afdrukken in het sediment bewaard zijn gebleven. Het meercellige leven is waarschijnlijk tientallen miljoenen jaar voorafgaand aan de Cambrische explosie ontstaan. Pas tijdens de Cambrische explosie ontstonden 'harde' dierlijke structuren zoals skeletten en schelpen, waardoor deze beter bewaard blijven en vaker worden teruggevonden.

Onder paleontologen is nog altijd een felle discussie gaande, op welke plek in de stamboom van het leven de Ediacarische fauna moet worden ingepast. De primitieve dieren zijn door sommige wetenschappers zelfs al ingedeeld bij de korstmossen en de schimmels. De precieze relatie blijft onzeker omdat goed vergelijkingsmateriaal ontbreekt.

De nieuwe vondsten werpen misschien nieuw licht op deze zaak. Voorzichtig suggereren de auteurs dat de veervormige Ediacarische fauna verwant kan zijn aan de ribkwallen, hoewel de lichaamsbouw van deze dieren drastisch verschilt van de veervorm. Ribkwallen hebben een afgerond lichaam met ribbels langszij. De aftakking van de ribkwallen ligt in de stamboom tussen die van de sponzen en die van de neteldieren. Sander Voormolen