Oude knakworst zoekt Ware Liefde

Oscar Kocken (22) stopt met zijn Spunkcolumn en begint aan een roman - misschien, eerst gaat hij op vakantie

Oscar Kocken (22) stopt met zijn Spunkcolumn en begint aan een roman – misschien, eerst gaat hij op vakantie

Het is de bittere realiteit. Kocken heeft een punt gezet achter zijn columnreeks bij Neerlands grootste jongerenmagazine, waarin hij berichtte over zijn vaak wanhopige zoektocht naar de Ware Liefde en tussendoor geen mogelijkheid onbenut liet om zijn afschuw uit te spreken over de mislukkeling die Hafid Bouazza in zijn ogen was. Om antwoord te krijgen op de vele vragen waarmee deze jonge schrijver zijn publiek laat zitten, besloot ik als interviewer af te reizen naar zijn appartement ten westen van Lissabon.

Kocken zag er bijzonder opgewekt uit toen hij de eikenhouten voordeur openzwaaide. Hij had zich fantastisch voorbereid: zijn appartement was drie weken lang het domein van Poolse schoonmakers geweest, muren waren verplaatst, hij had nieuwe meubels aangeschaft, een breedbeeld-tv gekocht, nonchalant enkele interessante boeken en onbekende cd's laten rondslingeren en voor deze bijzondere gelegenheid zelfs zijn woeste wenkbrauwen geëpileerd. Zodra ik aanklopte stormde hij als een bezetene naar de deur. Verbaasd keek hij rond, toen hij alleen mij zag. 'Komt de cameraploeg later?' vroeg hij bijna agressief. 'Het is voor de krant', antwoordde ik.

Godzijdank laat Kocken zich niet zomaar uit het veld slaan en na een half uur tieren en vloeken heeft hij zich dan ook volledig vermand. We kunnen beginnen. Na een korte rondleiding komen we via de wijnkelder langs een galerij met foto's van vergeten filmmuziek, en tenslotte bij zijn bibliotheek. De boeken zijn stuk voor stuk gerangschikt op de doodsoorzaak van de schrijver: Charles Bukowski onder de D van Drankmisbruik, Stendhal onder de H van Hersenbloeding, Nietzsche bij de S van Syfilis, Kafka bij de T van Tuberculose. 'Het leukste van dit systeem', aldus Kocken, 'is het gokken met levende schrijvers. Gerard Reve bijvoorbeeld had ik al een tijdje bij de A van Alzheimer staan. Toen dat goed bleek te zijn heb ik toch even een fles champagne opengetrokken.'

Om het ijs te breken wil ik hem gekscherend vragen of hij al een plek voor zijn rivaal Hafid Bouazza in gedachte heeft, maar dan valt mijn oog tot mijn verbijstering op diens volledige oeuvre, keurig gerangschikt onder de P van Papierversnipperaar. Ik besluit het over een veiligere boeg te gooien.

Heb je al bedacht op welke plek jijzelf terecht wil komen?

'Hè bah nee, dat vind ik een luguber idee. Nou ja, ik hoop natuurlijk op de C van Crime passionel, maar ik vrees dat het in mijn geval iets onbenulligs als de B van Bananenschil gaat worden. Mijn dood wordt in elk geval niet iets waarmee ik de geschiedenisboeken ga halen.'

'Partir, c'est mourir un peu', zeggen de Fransen. Voelt je vertrek bij Spunk ook zo?

'Wat een ontzettend goede vraag! Maar nee hoor, het stoppen met deze columnreeks voelt bijna als een verjongingskuur. Bij Spunk was ik volgens sommigen een oude knakworst, in de rest van de wereld ben ik nog piepjong. Meer een soepstengel. Dat biedt mogelijkheden. Bovendien vind ik het eigenlijk ook wel een eer dat ik eindelijk eens ergens wordt weggestuurd omdat ik te oud ben.' Hij glimlacht even en brengt met zijn wijsvinger zijn wenkbrauwen in model.

Heb je al toekomstplannen?

Kocken veert op: 'Tuurlijk! Vakantie, heel veel vakantie! En flink schrijven. Ga er maar vanuit dat ik nog regelmatig ergens te lezen, te horen of te zien zal zijn. Ha! En misschien begin ik ook eindelijk maar eens aan die roman, mijn zoektocht naar de Ware is immers nog lang niet voltooid.'

Je hebt nog steeds die Ware Liefde niet gevonden?

'Godzijdank niet, waar zou ik dan nog over moeten schrijven? Iedereen denkt maar dat ik zoveel fantasie heb, maar dat valt vies tegen. Goedbeschouwd is mijn columnreeks tot nu toe simpelweg een waarheidsgetrouw verslag geweest van mijn falen en dat beviel prima. Ik mag hopen dat ik nog flink blijf falen in de toekomst. Zolang ik de Ware niet heb gevonden, blijf ik schrijven.'

Tot slot de vraag die op ieders lippen brandt: wat heb jij in vredesnaam tegen Hafid Bouazza?

Kocken lijkt even van zijn stuk gebracht. Hij loopt naar het dressoir en schenkt twee glazen absinth voor zichzelf in. Hij laat zich diep in zijn stoel zakken. 'Nu het mijn laatste column voor Spunk is, kan ik het misschien maar beter gewoon vertellen', aarzelt hij. Bedachtzaam zoekt hij naar woorden: 'Het einde van Hafid is mijn papierversnipperaar', zegt hij, bijna fluisterend. 'Laten we wel wezen: bij het schrijven produceer ik helaas ook een hoop bagger. Tegenwoordig vernietig ik dat meteen, maar vroeger vond ik dat nog zonde. Ik heb die troep daarom in al mijn naïviteit naar een uitgever gestuurd, en wat denk je? Het werd nog gepubliceerd ook, maar dan onder mijn pseudoniem: Hafid Bouazza. Inmiddels ben ik op een punt dat er strikt genomen geen enkel boek van Hafid Bouazza meer hoeft te verschijnen, maar bizar genoeg is het een geheel eigen leven gaan leiden: een of andere kwibus uit Oujda heeft de wereld wijsgemaakt dat hij die Hafid Bouazza is en er is niets meer wat hem kan stoppen. Het is een charlatan, een bedrieger, een pathologische leugenaar. Maar ja, wie niet?'