Om Doorn

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in Utrecht

Een merel bejubelt de voorjaarszon en man loopt naar de pomp. Hij pompt. Met succes, tot mijn verbazing stroomt er een brede straal water uit de rustieke tuit (was het chocomel geweest dan had ik pas echt verbaasd gestaan, maar dit is ook goed).

We groeten de stoere kerk van Doorn, denken aan de oude Duitse Keizer, balling in het Huis achter het smeedijzeren hek met de goud-gelauwerkranste W erboven, en gaan op pad, in stamppas over het asfalt tussen de hoge bomen. Want al schijnt de zon, kil is het nog wel en stampen maakt warmer dan handen wrijven.

Al snel verwarmt de zon de kuiten. Het vogelgerebbel is overal, het jonge groen ook. We worden over vertederende bospaden geleid, langs statige lanen met beredeneerde zichtlijnen naar huizen als kastelen, en over drasse veldweggetjes tussen weilanden en sloten. Uit de spitsknoppen aan de beukentwijgen bevrijden zich blaadjes, frommelig als borelingen. Elke boom die bloesem kan dragen doet dat. Aan de grond staan de jonge varens stijf in de krul.

Alleen in het vroege voorjaar bestaat dit ongerepte licht. Het kruipt tevoorschijn vanonder wolken als zachtgrijze sluipdieren, het verleidt het ijle blad en het nieuwe gras tot ondenkbaar helgroen.

Dit groen doet in lust. Het boort zich in het oog en nestelt zich in het genotsgebied in de hersenen. Het heeft de pinksterbloemen opgewekt tot een variatie op Salomée's dans van de zeven sluiers, vandaar die violette voiles over de weilanden.

Er komt een antieke postkoets aan, achter een vierspan met zweetruggen en hoog getilde hoeven. En nog één. En weer één. Zeven koetsen in totaal. Ze komen 'uit de hele wereld, van Spanje tot Polen', vertelt de man die het kruispunt veilig houdt. 'Op Schiphol hebben we iemand opgehaald, hij vloog voor deze dag uit de VS hier naartoe met zijn koets en met vijf paarden. Eén reserve, dat hoort zo.'

Hij is lid van De Stichtse Aanspanning. Niks groots, legt hij tevreden uit, 'gewoon zes idioten die dit leuk vinden'. Aan hen heeft die internationale postkoetsverzamelaarsclub gevraagd om deze rit te organiseren, 'want ze willen de kastelen langs, en daar komen ze anders niet binnen'.

Uren later, de warmte is weg, het veld en het bos raken ontkleurd, kruisen de zeven koetsen opnieuw ons pad. Voermannen en passagiers kleumen nu een beetje in hun historische kostuums, maar ze genieten nog steeds, met een brede lach en trots gezwaai. Wij ook.

16 km. Route uit: E. Schijlen: Wandelgids Utrechtse heuvelrug. Uitg. Variopers, Groenekan, z.j. De route is een rondwandeling met de kerk van Doorn als begin- en eindpunt.
    • Joyce Roodnat