Nog geen garantie voor vrede

De rebellen in Darfur hebben reden om te twijfelen aan het welslagen van het vredesakkoord. Het vorig jaar gesloten akkoord voor Zuid-Soedan is niet van de grond gekomen.

Een akkoord met de regering is in Soedan nog lang geen garantie voor vrede. Dat blijkt bij de uitvoering van de vorig jaar gesloten overeenkomst voor de oorlog in Zuid-Soedan. De uitvoering van het zuidelijke vredesverdrag wordt opgehouden door de regering in Khartoum.

Het uitbreken van de oorlog in het westelijke Darfur in 2003 was een direct gevolg van de veel oudere opstand in het zuiden. De rebellen in Darfur namen de zuidelijke strijd als voorbeeld, maar ze hebben een eigen politieke agenda. Darfur maakt onverbrekelijk deel uit van het gearabiseerde islamitische Noord-Soedan, terwijl de christelijke en zwarte zuiderlingen een eigen staat nastreven. De opstandelingen in Darfur vechten tegen de marginalisering van hun regio binnen Noord-Soedan.

Door hun langdurige opstand hadden de zuiderlingen een relatief grote vorm van eenheid bereikt. In Darfur is die eenheid nog lang niet gesmeed en vechten de rebellen ook onderling. De bewegingen zijn nog niet volgroeid, hun eisenpakket nog niet gerijpt.

De grootse beweging, het Soedanese Bevrijdingsleger (SLA), is gesplitst in leden van de Fur-stam onder leiding van Abdel Wahid en de Zaghawa onder Minni Minnawi. In de rebellengroep de Beweging voor Gerechtigheid en Gelijkheid (JEM) spelen moslimfundamentalisten met een nationale agenda een grote rol.

In tegenstelling tot het lijvige vredesverdrag voor het zuiden telt het akkoord voor Darfur slechts 85 bladzijden. Het is niet veel meer dan een raamakkoord, waarin vrij algemene afspraken worden gemaakt over eerst de ontwapening van de aan de regering gelieerde milities de Janjaweed, gevolgd door inkwartiering van de rebellen in afwachting van hun opname in het regeringsleger. De rebellen zijn niet de winnaars van de oorlog in Darfur: ze moeten op voor hen ongunstige voorwaarden volgens het akkoord de macht delen met de regeringspartij.

'Wat zijn de garanties?', vroeg een wantrouwige rebellenleider tijdens de onderhandelingen aan een bemiddelaar. In het licht van de vele niet nagekomen afspraken voor het zuiden hebben de rebellen in Darfur reden te twijfelen aan de oprechtheid van de regering. Internationale garanties zijn er niet, behalve dan dat de VN-Veiligheidsraad al twee jaar geleden de ontwapening van de Janjaweed eiste en sancties heeft afgekondigd tegen hen die het vredesproces in Darfur blokkeren.

De VS en Europa hebben grote druk uitgeoefend voor een vredesverdrag in Darfur. Ze speelden ook een doorslaggevende rol bij de totstandkoming van het vredesverdrag in het zuiden. De VS stuurden ook destijds hoge gezanten naar het overleg en Europa organiseerde conferenties voor de wederopbouw. Het eindpunt van de internationale bemoeienis was het vredesverdrag. Bij wat er daarna gebeurde speelde het Westen nauwelijks nog een rol.

'Er bestaat weinig reden voor optimisme', schrijft de denktank International Crisis Group in een recent rapport over het voortslepende vredesproces in het zuiden. 'De regering [..] heeft niet de politieke wil om het vredesverdrag uit te voeren.' De ICG kritiseert ook 'de internationale gemeenschap die in hoge mate zijn politieke betrokkenheid en verplichtingen van tijdens de onderhandeling niet nakomt bij de uitvoering'.

Met een korte tussenperiode voeren de zwarte, niet-islamitische Zuid-Soedanezen sinds 1955 oorlog tegen de staatsmacht in het gearabiseerde noorden. Na bijna een halve eeuw vechten en drie jaar moeizaam onderhandelen kregen de Zuid-Soedanezen begin vorig jaar een voor hen gunstige deal: zij kunnen na zes jaar stemmen of het zuiden onafhankelijk wordt. Tot in de kleinste details regelt het verdrag de verdeling van macht en inkomsten tijdens de overgangsperiode waarin het zuiden semi-autonoom is.

De uitvoering verloopt traag, volgens sommige Zuid-Soedanezen traineert de regering het vredesverdrag. De zuidelijke rebellengroep het SPLA (Soedanese Volksbevrijdingleger) heeft tegen de afspraken in nauwelijks invloed op nationaal niveau gekregen, de terugtrekking van de regeringstroepen uit het zuiden ligt achter op schema en de verdeling van de opbrengsten uit oliewinning blijft omstreden. Soedan wordt nog immer bestuurd door een klein groep moslimfundamentalisten en niet door, zoals voorzien in het verdrag, een regering van alle Soedanese volkeren.

    • Koert Lindijer