Natuurlijke vijanden

Managers regelen maar en betuttelen maar, vindt een deel van de leraren. Wie weet het beste wat goed is voor de leerling? Marlies Hagers

Illustratie Jurgen Wiersma Wiersma, Jurgen

'Managers, managers, managers', schreef Leo Prick enkele weken geleden in zijn column op deze pagina. Dat is volgens hem de toverformule waarmee het Nederlandse onderwijs de belofte van de kenniseconomie denkt te kunnen inlossen. Een tot mislukken gedoemde weg, meent Prick. Er kwamen twee soorten reacties op die column: die van de leraar die zich beknot en betutteld voelt en die van de manager die wil uitleggen en rechtzetten. Vorige week mochten zij in het tv-programma Rondom Tien proberen nader tot elkaar te komen. Dat lukte niet. De discussie bleef steken in herhaling van de grieven: er komen almaar managers bij, ze bemoeien zich volop met het onderwijs maar luisteren niet naar de leraren. Ze regelen maar en betuttelen maar, de bureaucratie neemt angstwekkende vormen aan. En alles kost alleen maar geld. Het antwoord van de managers op die aantijgingen is dat ze hameren op de noodzaak van coördinatie van het steeds complexer wordende onderwijsproces.

Kernvragen in deze discussie lijken te zijn: wat behoort eigenlijk tot de taken van het management en waarom kan dat ineens niet meer met één directeur en een conciërge?

partijtje meeblazen

Op het Pius X College in Bladel, Noord-Brabant, een grote scholengemeenschap met 2400 leerlingen, verbazen de leraren zich over de felheid van de discussie. Toon Geenen, leraar geschiedenis en lid van de Medezeggenschapsraad: Ik snap niet waarom het nu ineens zo speelt. Vroeger werd alles juist veel strakker opgelegd dan nu. Eindelijk mogen we zelf ons partijtje meeblazen.' Omdat de directe managers uit het onderwijs afkomstig zijn, vindt hier iedereen het vanzelfsprekend dat zij zich met de inrichting van het onderwijs bemoeien. Niet buiten de leraren om liefst, maar daar ben je toch zelf bij, lijkt de gedachte.

Zo nam de schoolleiding het eerste initiatief tot een hervorming van een deel van het vmbo. Daar hebben ze nu gecombineerde vakken (leergebieden), niet meer voor elk vak een andere leraar, en naast klassikale lessen dagelijks ook uren waarin de leerlingen werken aan projecten in de vorm van probleemgestuurd onderwijs. Coördinator Anke van den Berg (al 27 jaar voor de klas) ervaart de nieuwe werkvormen als een bevrijding - je leert de leerlingen beter kennen, ze zijn gemotiveerder, je krijgt veel meer respons dan wanneer je altijd maar moet zorgen dat ze doen wat jij hebt bepaald'. Maar ze zegt wel: We zijn begonnen op de afdeling binnen de school waar de leraren het meest enthousiast waren voor het idee.' De pilot wordt kritisch gevolgd, ook door de Raad van Toezicht - een bovenschoolse managementlaag. Overigens zijn er binnen de school ook leraren die - met inhoudelijk duidelijke argumenten - niet in deze vernieuwing mee willen gaan. Dat moet kunnen, al zegt rector Toon Voorbraak wel: Het management is er niet ten dienste van de docenten, maar van het onderwijsproces.'

Het Pius X College staat niet alleen met zijn vernieuwingsdrang. Het onderwijs is zich op dit moment opnieuw op grote schaal aan het vernieuwen. Dat bleek een paar weken geleden uit de 'Innovatiemonitor', een inventarisatie door de vereniging Schoolmanagers_VO. Te danken of te wijten aan de managers?

Eerdere omslagen - basisvorming, studiehuis, vmbo - zijn indertijd vanuit het ministerie opgelegd en gestuurd, door ambtenaren en stuurgroepen. Haagse managers dus. Nu zegt iedereen te weten: dàt is helemaal fout geweest. Dat was te veel het resultaat van politieke compromissen, ze werden te snel ingevoerd en te weinig gedragen door de mensen die ze moesten uitvoeren. Pieter Hettema, voorzitter van Schoolmanagers_VO: Toen klaagden we over al die circulaires uit Zoetermeer. Gelukkig is er een einde gekomen aan de top down-sturing. Maar íemand moet de school leiden en het onderwijs aansturen.'

Maar daar zit nu juist de pijn bij leraren. 'Waarom moeten managers zich bemoeien met hoe ik mijn onderwijstaak uitvoer? Met mijn 20 jaar ervaring weet ik zelf wel wat het beste is voor mijn leerlingen'. Zo is de teneur. En ook: 'Nu we de autonomie over het onderwijs hebben gekregen, zouden we juist moeten stoppen met wéér vernieuwen, maar nee, de managers beslissen anders, zij moeten tenslotte ook iets te doen hebben.'

Hier komt ook romantiek om de hoek kijken: die van de kleine, overzichtelijke school van vroeger, met die leraar die een hele klas wist te boeien en 'echte' kennis overdroeg. Maar die school had ook een andere werkelijkheid: die van de leraar die geen orde kon houden, of slecht lesgaf en nooit gecorrigeerd werd. En, voegt Hettema toe: Ze zijn er nog, de kleine scholen, maar de meeste ouders kiezen blijkbaar eerder voor een grote school met veel variatiemogelijkheden. Het is als met de kruidenier op de hoek. We willen allemaal dat die blijft, maar intussen doen we boodschappen bij Albert Heijn.'

schooluitval

Managers zoals Hettema voeren aan dat vernieuwing en sturing meer dan ooit nodig zijn, omdat er veel meer dan vroeger van het onderwijs wordt gevraagd. De maatschappij verandert razendsnel. Scholen moeten daarop inspelen, anders krijgen we straks een parlementaire enquête over het achterblijven van het onderwijs op de maatschappelijke ontwikkelingen.' Neem het probleem van de jongeren die jaarlijks zonder diploma van school af gaan - in 2005 waren dat er 46.000. Daar liggen oorzaken aan ten grondslag die door individuele leraren niet allemaal opgepakt en opgelost kunnen worden, meent Hettema. Maar de scholen moeten het wel doen.

Op het Pius X College komt in dit verband de toegenomen bureaucratie ter sprake. Ooit was mijn volledige baan 32 lesuren per week, nu is dat 26', zegt Anke van den Berg. Maar het is harder werken. De problemen die kinderen meebrengen zijn veel complexer dan vroeger.' Collega Ad de Kok, decaan op het vmbo: Ik denk dat vroeger die problemen vaak weggedrukt werden door de maatregelen die we namen, straf geven bijvoorbeeld. Nu zoeken we meer naar oorzaken, om er een positieve draai aan te kunnen geven.' Dit heeft een hoop nieuwe functies de scholen binnengebracht: complete zorgteams van interne en externe begeleiders. Met regels om het allemaal beheersbaar te houden. Van den Burg: Vroeger deed de leraar de deur dicht en was hij koning in zijn lokaal, maar zo gaat dat nu niet meer.' Allerlei deskundigen bemoeien zich met zijn werk. De Kok: Bemoeien ja, maar ik zie het zo dat ze een deel van het probleem dat jij elke keer in de les met een leerling hebt, van je overnemen.' Dit betekent wel dat leraren allerlei overleg en bureaucratisch werk voor lief moeten nemen, zoals het observeren van probleemleerlingen en het invullen van vragenlijsten.

onbegrip

Toon Geenen vindt dat je deze hulptroepen eigenlijk niet tot het management moet rekenen. Er wordt te veel op één hoop geveegd. Wel is het zo dat de vakdocenten en de andere deskundigen in verschillende werkelijkheden functioneren, wat soms leidt tot onbegrip en discommunicatie. Als vakdocent heb ik bijvoorbeeld één zorgleerling in een klas die begeleid wordt door een ambulante begeleider van buiten. Die geeft mij allerlei behandelingsplannen. Prima. Maar hij denkt vanuit een één-op-één-situatie en alle dingen die volgens hem goed zijn voor dat kind legt hij op het bordje van de vakdocent die een groep van 27 leerlingen voor zijn neus heeft.'

Hubert Coonen, onder meer bijzonder hoogleraar aan de Open Universiteit en voorzitter van het Landelijk platform over het leraarschap in Nederland, ziet veel kansen voor leraren om op dit gebied taken naar zich toe te trekken. In zijn oratie vorig jaar hield hij een pleidooi voor de 'lerende leraar'. Nu zegt hij: Leraren kunnen zich op allerlei manieren verder scholen. In nieuwe leertheorieën, toepassingen van ict in de klas, het coachen van jonge leraren. En uiteraard in hun eigen vakgebied.' Het management zou dat veel meer kunnen faciliteren, denkt hij. Coonen ziet ook geen bezwaar tegen een ander beloningssysteem. Honoreer op prestaties in plaats van op anciënniteit', zegt hij. Scholen zijn daar veel te huiverig voor.' Zijn standpunt over het management op de scholen is het beste samengevat in de volgende opmerking: De bestuurlijke vernieuwingen zijn voltooid. Nu moet de leraar in beeld komen.'

    • Marlies Hagers