Muizen veranderen gedrag ook zonder hersencelgroei

Dat muizen zich anders gaan gedragen als je ze in een kooi met speeltjes en een looprad zet, komt níet doordat ze nieuwe hersencellen maken. Dat is een opmerkelijke vondst. Want wat hadden onderzoekers eerder gezien: zodra dieren in zo'n verrijkte kooi mogen wonen, gaan ze nieuwe hersencellen maken - in de hippocampus om precies te zijn, een hersengebied waarmee dieren nieuwe dingen leren.

Laboratoriummuizen die een nieuwe omgeving leren kennen, maken nieuwe hippocampuscellen, maar zonder die cellen leren ze ook. foto ap A mouse looks on at an Argentine laboratory in Buenos Aires, Thursday Jan. 8, 2004. This laboratory develops transegenic mice with modified neurological genes that can be used to study possible treatments for diseases such as Parkinson's and schizophrenia. Several medical research groups in the United States and England have bought the mice, called Th-Cre and used in medical testing.(AP Photo/ Natacha Pisarenko) Associated Press

Blijkbaar zijn die nieuwe cellen dus niet de oorzaak van de gedragsverandering (Nature Neuroscience, 30 april). Waarom de cellen zich dan maar blijven delen in de hersenen van volwassen dieren, daar komen de onderzoekers, die bijna allemaal aan de Columbia-universiteit in New York werken, niet goed uit. Ze beperken zich tot de suggestie dat de neuronen misschien wel nodig zijn voor sommige gedragsveranderingen, maar niet voor andere'.

Het was zo'n mooie hypothese. Immers: dieren in verrijkte kooien leren sneller en onthouden beter. Dat was eerder getest in een klassieke test met de 'waterdoolhof' (waarbij knaagdieren zwemmend een platform in een waterbak moeten vinden). Ook zijn ze minder angstig. Leergedrag en emoties, dat zijn juist zaken waar de hippocampus een rol bij speelt.

De Amerikaanse neurobiologen namen de ultieme proef op de som. Ze bestookten de muizen met een gerichte dosis röntgenstraling die alle celdeling in de hippocampus definitief platlegde. Nadat de muizen van de straling hersteld waren (het duurde een maand of twee) gingen ze naar een kooi met meerdere kamers, speeltjes en loopwielen. Andere muizen bleven in de saaie kooi, ter controle.

Anders dan gedacht deden de bestraalde muizen precies wat er in een verrijkte kooi van ze verwacht werd. Ze werden sneller actief dan de saai gehuisveste dieren; ze wachtten niet met eten; ze deden het goed in de waterdoolhof. Al met al waren ze even succesvol als muizen die (ook ter controle) onder een niet-werkend röntgenkanon hadden gelegen.

Vreemd is dat er vorig jaar een Franse studie verscheen die bij ratten wél het belang van celdeling in de hippocampus aantoonde. Die ratten kregen een gifstof die de celdeling stillegde, en prompt konden ze geen nieuwe dingen meer leren herkennen. Maar, zo werpen de Amerikanen tegen: zo'n gif werkt niet alleen op de hippocampus, dus worden ze er misschien gewoon ziek en traag van.Hester van Santen

    • Hester van Santen