Moedercomplex?

Goed dat de schoolleiders zich gaan beraden op de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de basisschool (W&O 22 april). Alleen jammer dat ze zich daarbij uitsluitend lijken te oriënteren op de Haagse politiek-van-de-dag. En ronduit schokkend om te lezen dat de schoolleiders zich anno 2006 nog steeds op het standpunt stellen dat ze niets hebben te schaften met de dagindeling van ouders. Al is hiermee wel grotendeels verklaard waarom de basisschool tegenwoordig een veel groter beroep doet op moeders dan in de tijd dat deze nog met instemming van de hele maatschappij thuiszaten.

Moeders worden nu niet alleen ingezet voor taken als voorlezen en het begeleiden van kinderen op de computer, maar ook bij tal van activiteiten in de omgeving van de school: `sportuurtjes` georganiseerd op initiatief van een sportvereniging die leden wil werven, klassikale bezoeken aan de plaatselijke bibliotheek, knutselfestijnen rond de feestdagen. Tegenover alle hand- en spandiensten die van moeders worden gevraagd, stelt de school een grote onverschilligheid ten aanzien van de vereisten van het dagelijkse leven. Als dat zo uitkomt om roosters passend te maken, verandert men de tijden van de middagpauze zodat het ene kind om 11.30 uur, het andere om 12.15 uur buiten is. Bij het kerstdiner vraagt men de ouders zonder blikken of blozen om het koude eten (en de kinderen) om 17.00 uur af te leveren, de warme spijzen om 17.20 uur.

Natuurlijk kun je je als individuele ouder onttrekken aan deze eenzijdige `wij vragen, u draait`-relatie. Maar dan wordt je kind op school nog steeds geconfronteerd met deze rolverdeling, een staaltje echt leven dat het ongetwijfeld mee zal nemen in zijn persoonlijke ontwikkeling. En het gaat hier wel om een beeld van de moeder waarmee ik mijn dochters in ieder geval niet wil opzadelen: de vrouw aan wie je álles kunt vragen, met wie je zelf nooit rekening hoeft te houden, en die je zelfs niet hoeft te noemen, al steunt 30% van je bedrijfsvoering op hen. Het is een probleem dat de Nederlandse moeders ook zelf in stand houden door massaal in deeltijd te werken en op hun `vrije` dagen te rennen voor de school.

Iemand moet deze cirkel doorbreken, en het lijkt me niet overdreven om hier iets te verwachten van de schoolleiders: op school wordt immers al decennialang de boodschap verkondigd dat meisjes economisch zelfstandig moeten zijn en een vak moeten leren - en bij mijn weten wordt daarbij geen uitzondering gemaakt voor moeders.

    • Marianne Mols Ijsselstein